Menu Close

Month: september 2017

In of uit je comfortzone?

‘Find your comfortzone. Do not go over your limitations.’

Onzin! schiet door me heen als ik de woorden vanaf mijn yogamat keer op keer hoor. Eerst komen ze nog vaag bekend voor. Later volgt de woeste weerstand, want je leert pas buiten je comfortzone! Lessen later dringt het ineens door. Het gaat niet om wel of niet.

Get out there!

De weerstand uit mijn linkerhersenhelft komt enerzijds door hoe ik mijn leven heb geleefd. Altijd nieuwe uitdagingen zzoeken en me zeker niet laten belemmeren door angst. Een vriend zei ooit toen we, tijdens een spontaan bezoek aan Maleisie, op een doodenge snelle waterscooter wilden stappen: ‘waar andere mensen als ze bang zijn ‘nee’ zeggen, doe jij steeds precies waar je bang voor bent.’
Ik vond dat wel een compliment en ging lekker door.

Anderzijds is het wat ongeveer alle coaches gebruiken: buiten je comfortzone is het te vinden. Groei, verandering, vooruitgang. Ook in het (pseudo)spirituele-wereldje wordt het veel ingezet op hulpvragen of verhalen van mensen. Er zijn tekeningen en tabellen voor gemaakt, hoofdstukken in boeken aan gewijd. Out of your comforzone is the place to be!

En dan klinkt weer de rustige haast zangerige stem van de therapie-yoga docent: Find your comfortzone. 

Nood aan comfort

Hmm. Ik heb geleerd, gereisd en veel ontmoetingen gehad en heb mezelf enorm ontwikkeld door steeds maar buiten de comfortzone te gaan. Daar ben ik dankbaar voor en blij mee.

Toch, in de afgelopen jaren wrong er ook regelmatig iets. Vooral in mijn lijf. Ik voelde me overweldigd vaak. De nood aan rust was groot. Ik was vaak ziek. Ik gaf mijn slechte weerstand de schuld, wist wel dat ik te hard en intensief werkte, naast ons gezin en alle andere (leuke en belangrijke) activiteiten die ik deed. Maar dat zou wel goed komen als ik mezelf maar bleef uitdagen, dan ga ik vooruit.

Ook tijdens de opleiding NLP twee jaar terug werd weer bevestigd dat je nou eenmaal niet groeit veilig in je comfortzone, dat je voor groei uit balans moet gaan, want ze kunnen niet gelijktijdig bestaan: balans en groei zijn afwisselend aanwezig.

Toen besloot mijn lichaam. Klaar. Je hebt overvloedig veel signalen en kansen gehad. Dagen, maandenlang hondsberoerd op bed. Klaar met groeien. Op de plaats rust! Terug in je comfortzone.

Of ging ik er juist uit? Ineens halt aan alles. Geen werk, niet lezen, studeren of reizen. Amper tijd met mijn gezin. Aardig buiten mijn gewone doen. In die situatie zocht ik een zo comfortabel mogelijke manier.

Bouw een behaagelijk nestje  

Onze drang om iets te bereiken is instant geluk, we pushen onszelf, doen hard ons best, gaan uit de comfortzone om ons doel te behalen. Maar op de lange termijn werkt dat tegen ons. Het lichaam verstijfd en gaat pijn doen. Groei stopt.

En dat is het misschien:  Vind je comfortzone, terwijl  je buiten je comfortzone gaat. Ga het gevecht met de angsten en weerstand niet aan, maar zoek de flow mét de angst en weerstand in de nieuwe situatie.
Daar zit het leerpunt. Tijdens de yogales doe ik houdingen die niet per se prettig zijn, waar ik soms tegen op zie (uit mijn comfort). Maar ín die houding: ‘find your confortzone. Stay within you limitations’, ontspannen in de eindhouding.

Volgens de yogatraditie is het van belang flow op te zoeken. In de Patanjali yoga sutra’s gaan drie sutra’s over de yogahouding. Twee van deze zeggen iets over de noodzaak van comfortabel zijn en het loslaten van ‘moeite doen’. Dus, doe het nieuwe wel, maar geleidelijk, binnen je (varierende) beperkingen.

Dat geldt ook voor het leven naast de mat. Tijdens conflicten, je uitspreken, een reis maken en opvoeding. Ontspan in de ontwikkeling.
Terwijl je de pijn voelt van die ene nieuwe houding, dat nieuwe gedrag, ontspan alle andere spieren, emoties, gedachten en je ademhaling. Geef jezelf zoveel veiligheid, rust en balans als mogelijk is, terwijl je in je uitdaging zit.

Anders gezged: Een zachte omgeving creeren voor je groeipijn.

Groei ze, op een zacht wolletje!

 

Herstel part 2 – Val in de ruimte

Mentaal hielp het.
Naast de westerse artsen en blik, de ziekte zien als signaal. Een zekere mate van afstand, ondanks alle beperkingen. Mét de zwaarte de symptomen onderzoeken op wat ze te zeggen hadden. Uit het onoverkomenlijke stappen.

‘Ik ben ziek’ vermeed ik uiteindelijk  waar mogelijk. Taal brengt ook iets in de wereld. Ik droeg een ziekte bij me. Of droeg… nou ja. Ik ben ook reusachtig naast het ziekte-deel. En zocht naar manieren dat geheel van mij zo optimaal mogelijk te zijn.

Leven als geheel
Ayurveda, ofwel: de wetenschap van het leven. Waarbij Ayu de betekenis van ‘leven’ heeft, in vier deelgebieden: body, mind, senses and soul. Veda staat voor het onderzoek in dit geheel van vier.

Het is duizenden jaren oud. Ouder dan de mensheid, stelt de overlevering. Wat in elk geval waar is voor alle medicinale kruiden die gebruikt worden  De eerste teksten van de Ayurveda gaan zo’n 3500 jaar terug. Daarbij is het van belang te bedenken dat volgens dit oeroude healing system of India, dat wat in de (macro)kosmos aanwezig is, ook in het lichaam in de microkosmos aanwezig is. Je onderzoekt zo steeds twee richtingen op.
Ayurveda is een manier van leven, het beslaat alle levensgebieden voor gezondheid. Beweging, het denken, het voedsel en de behandeling van ziekte die altijd een uiting is van disbalans.

Disbalans
Misschien wel het eerste signaal dat India op ons pad hoorde te komen. Mijn letterlijke balansprobleem dat zo plotseling opkwam. De wereld tolde rond me heen. Lopen zonder hulpmiddel lukte niet meer. Vrij snel omvatte ik dit als thema waar ik voorlopig op allelei lagen in meer of mindere mate mee bezig zou zijn.

Hoe kon ik bezig zijn met de les die hieruit te halen viel, terwijl ik me zo ziek voelde? Moet ik er per se een les uit halen? Hoe blijf ik dan weg uit schuldgevoel, als ik de les niet zie en het dus ‘niet goed doe’? Is het niet gewoon iets wat me overkomt, lijfelijk, domme pech dus? Hoe breng ik al die stemmen en intuitie in me in balans?

Het initiele streven van ‘snel beter worden’, dwz de oude, werkte tegen me. ‘Beter’ kwam niet en dat was teleurstellend, falen zelfs. En, wat is dat de oude worden? De innerlijke weg was kronkelig.

Herstel en steun
Yoga (en mijn geweldige yoga leraar in Nederland) heeft hierin veel betekend, naast andere methodes om het zelfhelende vermogen te ondersteunen. Maar vooral de kracht diep in me, flexibiliteit en nieuwsgierigheid hebben me geholpen op dit pad van evenwicht. Zowel puur fysiek, biologisch kijken, als mentaal en naar de zin van ziekte.

Het vechten mocht los komen van mij. Het is mooi geweest met dat mijn best doen. De richting is zijn en doen wat ik nu in deze omstadigheden wil en kan. Herstel naar iets nieuws, in plaats van beter worden. Die intentie bekrachtigde ik met een luchtig ritueel, na een zware autorit met lief naar een arts in Maastricht. Iets met stenen, ijsjes en liefde 🙂

Cesuur
De ziekte bracht ook een keuzemoment voor of tegen India met Ayurveda en yoga en ommekeer. De red or blue pil? Down the rabbit hole.

De komende interne week komt meer licht op het (on)evenwichtige in mij. Via Ayurveda ga ik het geheel van mijzelf langs en voor een grote schoonmaak.

Langzaam zie ik de ziekte alvast ook als een cadeautje. De ziekte, hoe pijnlijk ook, bracht een cesuur, een vóór en na.

Ruimte dus.

Ik wil niet meer bij jou wonen! deel 2

Kalm spelend opent ze het gesprek

Ik wil niet meer bij jou wonen!

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Een beetje uitdagend en te kalm eigenlijk. Ik slik even en het lukt me om rustig zonder veel nadruk re vragen waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?

‘Dat ik niet wil leven’.

Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten die komen en mogen gaan

Gedachten gaan door me heen. Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, ja, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Doorgronden en visueel maken

Ik pak spontaan opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat in het laatste beeld weer tegenover het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Ze kijkt nog steeds stevig naar het leven.

Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is.

En ik? Ik ben zó gelukkig met haar.