Over levensenergie, welzijn en bijdragen

Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Polyvagaal Theorie – ons zenuwstelsel als vriend

BEDRAAD VOOR VERBINDING

We come into the world wired to connect. With our first breath, we embark on a quest to feel safe in our bodies, in our environments, and in our relationships with others, schrijft Deb Dana in haar gratis ‘a beginners guide to polyvagal theory’. 

Ja, we komen in de wereld bedraad voor verbinding en daar hoort veiligheid bij. Niet het soort veiligheid wat we vaak om ons heen zien, waarbij steeds meer controle nodig is. Maar een diepe ervaring van vertrouwen, van gevoelde veiligheid. 

De Polyvagaal Theorie is als een moderne wetenschappelijk kaart voor het zenuwstelsel. De theorie is ontwikkeld door Stephen Porges en gaat over het ervaren van biologische veiligheid en over het menselijke sociale betrokkenheid systeem: hoe diep en onbewus we met elkaar verbonden zijn. 

De drie principes onder de Polyvagaaltheorie

De belangrijkste speler in deze theorie is de Nervus Vagus, een grote zenuw (of beter: verschillende (poly) zenuwengroepen) die een verbinding vormt in ons breinlichaam (the bodymind) en dus tussen onze hersenen en de rest van het lichaam loopt.

Om de toepassing van deze theorie in onszelf en in de interactie met elkaar verder te gaan ontdekken, is het handig de onderliggende principes te leren kennen. We kunnen er drie onderscheiden: 

  1. Autonome hiërarchie – er zijn 3 systemen van het autonome zenuwstelsel die elk hun eigen manieren kennen om je te beschermen 
  1. Neuroceptie – een term om het neurale proces te beschrijven dat onafhankelijk van ons bewustzijn gaat: wat we waarnemen en hoe het autonome zenuwstelsel reageert op de (risico’s in de) wereld om je heen
  1. Co-Regulatie – de wederkerige regulatie van elkaars fysiologische toestand. Onze zenuwstelsels hebben direct invloed op elkaar en wederkerige interactie is een biologische noodzaak geen luxe of optie

De polyvagaal theorie kun je ook zien als het biologische systeem rondom je veilig voelen en ervaren (niet je cognitief veilig weten).

Door via ons lichaam (er gaat 4x zoveel informatie van je lichaam naar je brein dan andersom) en de theorie meer bewust te worden hiervan, kunnen we de flexibiliteit van onze zenuwen trainen en het leven voelen stromen.

Omdat het slimme systeem in ons lichaam dat waarneemt of we in een veilige of onveilige omgeving zijn deel is van het autonome zenuwstelsel en onbewust werkt (neuroceptie), is dat het waarnemen altijd onbewust. We kunnen daar geen schuld, schaamte of niet-goed genoeg op kunnen plakken!

Het is wél ons lichaam, wat ons uitnodigt tot nieuwsgierigheid. We hoeven het niet te sturen, dat kan niet, want het is buiten ons bewustzijn, maar we kunnen het wel leren kennen en daarmee meer invloed hebben op onze ervaring.

De theorie enigszins kennen, kan je helpen nieuwsgierig te zijn naar hoe jouw zenuwstelsel werkt, hoe en wanneer jouw veiligheidssysteem rode-vlag-signalen van ‘risico’ geeft en wanneer het systeem het signaal veilig opmerkt en doorgeeft.

De transformerende ervaring van veiligheid.

Dat gaat wat verder dan we gewoonlijk denken, waarin veilig een mentaal concept is. Je veilig in je lichaam leren voelen, met alles wat zich daar afspeelt, kan absoluut transformerend zijn. Laten we de verschillende staten van je zenuwstelsel eens verder bekijken.

1. VENTRAAL VAGAAL. VEILIG, sociaal betrokken, leren, spelen (op grens met sympathische), aanwezig en verbonden met ervaring in het moment.

Deze zenuw zorgt dat we emoties kunnen herkennen en uitdrukken via gezichtsuitdrukkingen en de stem en zorgt voor verbinding en intimiteit.

2.SYMPATSICH ZENUWSTELSEL. BEWEGING – spanning in spieren en je lichaam

Vluchten, vechten, stress, hyperalert, zijn, boos, of competitief. Alert zijn op risico, onvriendelijke stemmen, gevoelens van er niet bij horen en van daaruit paraat staan of weggaan.

Maar als het ventrale systeem ook actief is, kun je het ervaren als lekker in actie zijn, dóen, in achtbanen, bij euforie, bergwandelingen en koude training en speelse oefeningen.

In deze staat is er veel bewegingsenergie die moeilijk tot rust kan komen. Hier kan via intense beweging ontlading komen, of via emoties.

Je kan speels (opnieuw) leren emotie en beweging te gebruiken voor je levensenergie. Ook kan via kunst, spel, of dans het teveel aan energie en bijhorende hormonen uit het systeem verdwijnen en keer je weer terug naar je ventrale staat.

3.DORSO VAGAAL. BEWEGINGLOOS – afwezig, afgehaakt, heel moe, eenzaam, leeg, wanhopig, depressief, onmachtig, zinloos, dissociëren, verdoofd gevoel, zwaar, klaar

Je wil je terugtrekken in in donker hoekje. Lichaamsfuncties vertragen en we kunnen amper iets uitbrengen, of toch niet wat we willen. Je adem is oppervlakkig. Er kan sprake zijn van een verlammend gevoel of dissociëren, je lijf niet meer voelen.

Zacht wiegen, masseren, aanraking en/of warmte kan dit tot rust brengen. Het systeem kan dan weer terugkeren naar rust, herstel en vertering. Onze natuurlijke staat.

Deb Dana ontwikkelde de metafoor van de ladder. Het oudste biologische systeem (ongemyeliniserde zenuwen) is het dorsale en staat onderaan de ladder. Daarboven staat de sympaticus en daarboven de ventrale staat. Je zakt volgens deze metafoor als het ware door de vecht, vlucht systeem bescherming, uiteindelijk naar ‘je dood houden’ (zie daarvoor ook de dierenwereld, Bv in dit filmpje: https://youtu.be/Ox7Uj2pw-80) in het dorsale. De meest toegankelijke manier om terug uit de bewegingloosheid te komen, is via beweging (sympaticus) en dan pas weer naar het ventrale. (Zie ook weer het filmpje) Vandaar de metafoor van een ladder.

Er valt nog veel meer te zeggen over deze theorie en de toepassing uiteraard. Maar kijk eens eerst eens naar je eigen mooie zenuwstelsel. Iedereen is net anders bedraad. Meer of minder afgesteld op (on)veiligheid.

Ga op ontdekking om in je dagelijkse leven je eigen staten te zien en er nieuwsgierig naar te zijn. Wat zijn de kenmerken als je ventrale systeem actief is? Welke emoties, gedachten en acties kun je ontdekken? En welke als je sympathische zenuwstelsel actief aan is? En je dorsale? Wat triggers je zenuwstelsel vanuit je zintuigen?

En wat helpt je zenuwstelsel om terug te keren naar je natuurlijke staat van zijn, de veilig verbonden staat? Daar waar je ontspannen alert bent, in contact met jezelf in contact met de ander bent? Wat heeft jouw systeem daarvoor nodig? Dat is een prachtige queeste om een tijd mee op reis te zijn 😉

Vrij verbonden – een Polyvagaal verhaal

Ze ligt met een vertrokken gezicht in diep verdriet te huilen in de armen van haar vader als ik binnen kom. Ik stap erbij op het bed. Laat mijn handen en armen de weg zoeken naar waar ze nu bij haar horen. Ze is omringd door delen van papa en mama (buik, borst, hart, handen en zoveel liefde), terwijl ze de emoties door zich heen laat gaan. Wij in vertrouwen dat ze dit kan dragen. Hoe zwaar ze het ook ervaart nu.

Lief vraagt of hij woorden mag geven aan wat er door haar heen ging voordat ik binnenkwam. Ze knikt. Ze wil dat ik het weet, maar wil het niet zelf herhalen. 

Opgestapelde andersheid

De opeenstapeling kwam er uit. Hoe anders ze zich voelt. Of hoe ze anders is volgens maatschappelijke normen. Ze verwoordde krachtig op welke onderdelen dat anderszijn speelt.

Het meisje dat veel in ‘jongensenergie’ door het leven gaat en vooral met jongens omgaat. De baby die in de baarmoeder haar tweelingbroertje verloor aan de dood en daar nog altijd bewust mee leeft. Het bewegelijke kind dat vaak ongelukjes en verwondingen oploopt. De creatieve geest die denkt en kijkt op een manier die ze niet overal om zich heen gespiegeld ziet. De doofheid van haar rechteroor, waardoor ze de wereld anders meekrijgt, het sneller onveiliger voelt, ze geluid niet kan filteren en haar brein geen locatie kan bepalen: ze hoort niet waar geluid vandaan komt. En de angsten die ze in zichzelf waarneemt, terwijl ze ook zo stoer is.

Er is in wezen geen probleem met haar anderszijn. Ze is vaak anders. Ja. En daar kan ze zich heerlijk bij voelen, of eenzaam. Allebei is waar, allebei is een ervaring en allebei is zowel belangrijk als onbelangrijk. En iets om oprecht te laten stromen.

Dus ja, ze is ook anders. Ze is eigen en uniek. En dat kan overweldigend voelen als je 9 bent. Of op alle leeftijden wel, zeker bij moeheid, of als er te weinig verbinding is geweest met mensen die je echt zien, of doordat de balans hersteltijd / sociale interactie tijdelijk scheef was. 

En wat we haar willen laten ontdekken is dat ze het aankan alles te ervaren en het ook weer verandert. In onze veilige nabijheid, die zich vanzelf uiteindelijk verinnerlijkt.

Zorghaken drijven als gedachten voorbij

Er is veel om aan vast te haken als ouders, veel optie om ons zorgen te gaan maken. Die passeren nu en dan via gedachten.

Want ze gaf niet alleen aan zich anders te voelen – wat op zichzelf mensen al kan triggeren om dat ‘positief te leren duiden’ als ‘ja je bent anders en dat is mooi juist’, of te ontkennen ‘ nee joh, je bent niet anders’ – maar er zaten ook existentiële vragen en dieptes aan vast.

‘Als jullie er niet meer zijn, dan wil ik ook niet meer leven’. ‘Waarom moeten we bestaan als mensen hier op aarde?’. ‘Ik wil soms dood zijn’.

Daar kun je als ouders natuurlijk van alles over vinden en alert en reactief van worden. Het zielig vinden voor haar en op willen lossen voor haar, zodat ze zich weer fijn voelt. We weten mede door dit wonderkind dat dat niet de weg is. Daar heeft ze niet wezenlijk iets aan, want er valt niets op te lossen, het is al perfect.

Aanwezig zijn als grootste cadeau

De kennis van de biologie van het zenuwstelsel helpt me daarin ook.

Dus we zijn aanwezig, kijken naar haar, voelen de diepe energetische verbinding en de overgave. Ik leg haar benen over die van mij en ze zoekt de aanraking van ons, het mannelijke en het vrouwelijke. Ze huilt met dikke snikken en soms enkele stotterende woorden.

‘Misschien ben je wel hier op aarde om dit nu te ervaren’, zeg ik. Overbodig voor haar lichaam, maar voor haar gedachten helpt het om aanwezig te blijven. 

Ze huilt nog even door, ontlaadt zich zo vanzelf van spanning, terwijl ze in verbinding is. Gezien en met bestaansrecht, ook in worstelingen of zielspijnen, met betekenis. En langzaam verzacht haar lichaam, haar adem en stroomt er een kalmte door haar heen. Keuzevrijheid in zichzelf komt terug.

We benoemen hoe omringd ze is door liefde, niet alleen van ons maar van geliefden, alle voorouders, de bergen, de kosmos en dat ze daar een mee is. Ze kijkt met diep open ogen, ontvangt en weet. Ze komt overeind en slaat haar hele lichaam om me heen. Dan legt ze haar hoofd op papa’s schouder, die haar naar bed draagt. Ze valt in een diepe herstellende slaap.

Rauwe blijheid naast ruw verdriet binnen liefde

De volgende dag gaan we met z’n vieren naar de voet van een gletsjer. Rauw hooggebergte. Smeltwater dat begin te komen in de kleine rivier die van de zomer nog overstroomde. Ze springt van steen naar steen, voeten in het ijswater, de zon om zich heen als een mantel. Ze roept hoe gelukkig ze is. Hoe blij. Hoe vrij ze zich hier voelt. Dat het de leukste dag van haar leven is en of we hier morgen weer heen gaan.

En wij kijken weer naar haar, terwijl we net zo gelukkig en verbonden zijn als gisteravond. Omringd door ancestors en liefde, die we zelf ook zijn.

Co-reguleren als oudertaak

Dit is naast al het andere wat er in kan zitten, ook de Polyvagaal Theorie in de praktijk, gezien vanuit de hoek van co-regulatie. Een van de drie principes (naast de hiërarchie in het autonome zenuwstelsel en neuroceptie) onder deze theorie is de invloed van menselijke zenuwstelsels en de staat ervan op elkaar.

Wij zijn hier als ouders co-regulators: doordat ons zenuwstelsel veilig en verbonden is (en we niet in sympathische activatie van oplossen of in verlammende bezorgdheid schieten) kan zij voelen wat er te voelen is in haar lijf en als vanzelf terugkeren naar haar eigen veilige en verbonden staat in haar zenuwstelsel.

Vrije vogel

Ze hoeft de inhoud van haar gedachten en emoties niet als vaststaande feiten mee te nemen, niet als waarheden, niet als ‘zo ben ik’ waarmee ze haar essentie laat beperken.

Ze beweegt zich tot in alle hoeken van emoties en zenuwstelsel staten, omdat ze die capaciteit nu al heeft, naast haar prachtige intensiteit. Ze neemt onbewust mee dat ze alles kan zijn, alle (emotionele, fysieke en mentale) vormen aan kan nemen. En dat ze daarbinnen altijd heel, gezond en stralend is, verbonden met wat groter is dan zij.

Haar wens van heel jong is, dat ze kan vliegen. Dat herhaalt ze regelmatig. Ze stelt zich voor hoe vrij, beweeglijk en geraakt door de natuur ze zich dan voelt. Wat ze nog niet beseft: ze vliegt al!

Alle hoop moet dood

Welk thema zal ik de yogales geven? Vroeg ik aan de meiden tijdens het koken.  

Hoop, zei Jana,

Zeker in deze tijd

Alle hoop moet dood, zei een vriend 25 jaar geleden. Hij had iets heel heftigs meegemaakt en gemerkt dat als hij hoop hield dat het goed kwam of weer het oude, dat teveel pijn deed.

En toen ik ergens mee zat was zijn advies ook alle hoop moet dood. Ik begreep hem al te goed. 

Ook andere ontmoetingen en ervaringen leken in die richting te wijzen, zij het wat genuanceerder. Het ging daar niet over ‘moeten’ verliezen, maar over een gevolg als dat wel gebeurt.

Zo was er een bijzondere ontmoeting met een man uit zuid Amerika op het strand in Israel. We hadden diepe gesprekken en verbinding en toen verloor ik een dierbare ring in het zand. Zoeken leverde niets op. Toen we stopten en in rust weer verbonden met het gemis (ik) en elkaar, lag de ring ineens in het zicht. Just when you give up hope, you find what you are looking for. 

Deze herinneringen waren een begin van de beweging die ik maakte door ‘hoop’ op te nemen, door mijn geest en lichaam te laten struinen via mijn ervaringen, wereidsituaties, gangbare hoop-ideeën en wat het lijf ermee deed.

Hoop kun je hebben en weer verliezen.

Hoop is bv in tegenstelling tot vertrouwen dat gaat over het heden gedragen door het verleden, toekomstgericht. Toekomst, waar je weinig controle over hebt en die er nog niet is. 

Hoop wordt vaak verward met verwachting: het resultaat moet zijn wat we gewenst (gehoopt) hebben. Hoop wordt in deze lijn ook verward met optimisme (dat het goed afloopt, de zon gaat schijnen na regen). 

Hoop wordt ook vaak gebruikt als magische bezwering: ik hoop dat je snel beter wordt. (Of bij sommigen de magie van: alle hoop moet dood). 

Toch voelde ik in de suggestie van dochter een andere lading. Diep in mijn buik reageerde ook iets. Hoop in diepte en met openheid tegelijk. 

Hoop gaat niet over licht dat we verwachten aan het eind of begin van de tunnel (zoals genezen, of terug naar hoe een levenssituatie was en fijn was, of juist door naar iets nieuws wat wél fijn is) maar over in de tunnel zijn en blijven lopen. In beweging blijven, dóen, uitreiken naar het onbekende, vanuit het niet-weten en niet-zien. 

Dat is dubbel op anders dan de maatschappij ons voorhoudt met het maakbare leven, controle en zekerheid. En ineens komt een gedicht van Vaclav Havel op dat een toffe collega me ooit gaf en eindigt met:

Hope is not the conviction 

that something will turn out well 

but the certainty 

that something makes sense, 

regardless of how it turns out.

Hoop is handelen zelfs als je weet dat het resultaat niet is wat je wil, onhaalbaar is zelfs misschien. Hoop is dan toch handelen omdat je het belangrijk vindt. Je hele lichaam (niet alleen je gedachten) die richting op neigt. 

Aansluitend daarbij merkte ik in mijn lijf rondom hoop een uitreik-beweging op. Zowel uitreiken (actie) om hulp of steun te vragen, als uitreiken om steun te bieden, te geven waar de situatie dat vraagt. En dan weer terug komen naar de neutrale positie, mijn midden. Om te ontvangen en om te herstellen. En herhaal. En die herhaling kan in vele houdingen, vele soorten bewegen fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel. 

Met deze hoopvolheid ontving ik de deelnemers en nodigde ik hen uit hoop in hun lichaam te ontdekken. In het doen, de beweging, daarna de statische houding en dan de terugkeer uit de houding en tenslotte in het niet-doen. Hoop heeft vele lagen en kleuren en is voorbij een gevoel, verankerd in dóen.

Dat is misschien wel de hoop die doet leven.

Over opvoedkundig falen en er bij zijn

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven. Eerder schoot ik in een kleine kramp door allerlei werk gerelateerde voorbereidingen voor een retraite. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. 

Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de laat-alles-er-zijn en veerkracht-blik me al zoveel jaren hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’. En mokken 😉

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen. Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want..’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik. 

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.

Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit moest blijkbaar nog gezegd. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.

Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen. Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen.

 Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen, dat emoties komen en weer gaan. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar. 

Stil

In de stilte dringt bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat na een tijdje wel even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden je denken dat we minder van je houden?’

‘Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ik overtuigd ben dat het wel snor zit met haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord. We eten gezellig kletsend.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂

***

Radicale acceptatie. Van alles in je, van alles in je kind, van wat het leven voor je voeten gooit. Omdat het er nu eenmaal is, niet omdat je het leuk of goed moet vinden. Dat is ook yoga. Huh? Yoga is toch voor flexibele spieren, tot rust komen in je hoofd en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling, verbinding, ‘zijn’ en actie. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik soms concrete momenten. En hoe oefenen me vele kleine andere keuzes hielp maken, die weer een grote impact bleken te hebben. Practice om de richting van het wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuïtie ruimte te geven, levenslustig te bruisen en deel van aarde en samenleving te zijn in actie. 

#veerkracht #hsp #yogainhetdagelijkse #opgroeien #liefde #yoga #eigenwijsinevenwicht #goedzoalsjebent #emotieskomenengaan #waardenvolleven #zijninhetdoen #opvoedfaalkunde #mei2019

Een kind, dood en uitvaart

‘Ik ga mee!’ Ze roept het luid voordat ik uitgesproken ben. Je zou denken dat het gaat op een speeltuin of een bezoekje aan oma, ze is tenslotte vijf jaar jong. Maar het gaat om een begrafenis. Even ben ik overdonderd, ze kent die persoon niet eens, en kijk haar aan. Ze is opgestaan van haar tekening aan tafel en staat met twee benen stevig op de grond, een vastberaden blik in haar ogen. En een mengeling van nieuwsgierigheid en ontzag. 

Het valt al snel op z’n plek in mijn hoofd en ik reageer dat ze met me mee mag. De persoon die overleed is een vriendin van haar extra-oma. Ze leeft mee ‘het is zo zielig voor oma-Bets dat haar vriendin dood is’ en dit is haar intuïtieve manier om iets te kunnen doen met haar medeleven. Letterlijk naar buiten te brengen in plaats van het slechts binnen in haar kleine lichaam te voelen. 

Een dode kan alleen maar dood zijn

Daarnaast is onze oudste telg al vanaf haar tweede levensjaar bezig met het onderzoeken van het concept ‘dood’. De hoeveelheid vragen die ze erover stelt verbaasd iedereen om ons heen. 

De kraamverzorgster van onze jongste vroeg of ze ‘even met me kon praten over iets buiten de baby om, want ze maakte zich zorgen’. Ze was geschrokken van de openheid waarmee deze 3-jarige overvloedig over de dood sprak, het naspeelde inclusief een ‘mor-tu-a-ri-um’ in de schuur.  Of er iets speelde? Ik lachte tussen mijn kraamtranen door, want dat was gelukkig normaal voor haar. 

Ze had met haar sensitieve brein inderdaad een buitengemiddelde en vroege interesse in wat dood nou precies is, of er ook mensen van vroeger begraven lagen onder de weg waarop we reden, of een dode dan echt niets meer kon van eten, ademen, bewegen, met steeds de ultieme conclusie ‘ja, een dode kan alleen maar dood zijn hè?’ Maar er kwamen geen angsten of verdriet bij kijken. Dus wij zorgden vooral in de buurt te zijn van haar leerproces. 

Dat ze nu dan (eindelijk) een begrafenis mee mag maken, is voor haar iets dat klopt, waar ze aan toe is en wat bij het leven hoort. 

Eerst jij, voordat je naar je kind gaat 

Uiteraard heb ik als ouder wat extra taken rondom haar wens. 

Als eerste vraag ik aan de betrokkenen of ze welkom is op de begrafenis. Ja, ze zouden het heel erg waarderen als ze erbij is, ‘maar misschien vindt ze het wel saai’. Dat deel ik met mijn dochter. Het geeft niet als het saai is, reageert ze. Ik hou alle keuzeopties open: je mag straks, morgen of vlak voordat ik ga van mening wisselen en alsnog niet meegaan, ok? Dat hoeft niet, ik wil mee. 

Daarnaast heb ik als ouder naar mezelf te kijken. Voor heel jonge kinderen kan ‘dood’ an sich intrigerend zijn, maar het is emotioneel meestal vrij neutraal. Wij als volwassenen projecteren regelmatig onze eigen emoties rondom de dood richting onze kinderen, die ze dan als waarheid aannemen. De schone taak is dus om op te merken wat je zelf voelt, daar ruimte voor te nemen, om daarna onbevangen te kunnen luisteren (zonder invullen) wat het voor het kind zelf betekent.

Ik merk in deze situatie bij mezelf de angst op, dat deze dood zoveel verdriet zal brengen bij onze extra-oma en ze zelf daardoor sneller zal overlijden. Ik neem een momentje om dat te voelen en wat ik daarmee wil. Ik besluit haar over een paar weken een brief te schrijven om te delen wat ze voor mij betekent, zodat ze dat bij leven meekrijgt en ik dat niet op haar uitvaart hoef te delen. Inmiddels voel ik me kalm en dankbaar en ga ik terug naar ons kind. 

Als de dood dichterbij komt, in je familie of gezin, ben je als volwassene zelf vaak ook verdrietig. Het is prima als je kind je verdriet meekrijgt, dat hoort er bij. Maar bespaar ze je intensiteit, de complete overweldiging, dat is te groot voor een kind om te dragen. Dat brengt het risico mee dat een kind een patroon gaat ontwikkelen van voor de ouder zorgen (knuffels en kusjes komen geven, tranen wegpoetsen, heel stil zijn, tekeningen of grappen maken etc, zodat de ouder weer stevig staat en voor hen kan zorgen). Je diepe verdriet en angst kun je delen met een andere volwassene. 

Na een nabije dood kun je je kind snel nadat je het nieuws van overlijden kreeg, vertellen wat er is gebeurd, dan zit je zelf nog in een verdoving waarmee je brein je wil beschermen. Als de eerste heftige emoties door je heen komen, is het verstandig het praten met je kind uit te stellen tot de eerste bijna ondraaglijk voelende golf voorbij is. 

Vertrouw daarop: emoties komen in golven, als het weer, en gaan ook weer. Midden in de storm lijkt het soms of je nooit iets anders zal voelen, maar dat is een onwaarheid die ons stressbrein ons vertelt. Steeds weer komt er adempauze, of eigenlijk meer dan een pauze: de kalmte van het leven zelf. Niet omdat het verdriet dan voorbij is, het kan weer terugkomen, maar gebruik zo’n rust / leegte moment om je kind in te lichten en nabij te zijn. 

Je kan ook een andere vertrouwde volwassene vragen erbij te zijn of het te vertellen. Het belangrijkste is dat het kind zich veilig voelt tijdens het horen van het nieuws. En verwacht alle reacties van een kind, alles is ok, niets is vreemd. Boos, bang, verdrietig, maar ook weglopen, negeren, doorspelen, erdoor heen praten. De volwassene is als een container waarin een kind alles veilig kan voelen.  

Onlangs mocht ik aanwezig zijn toen een kind van 6 te horen kreeg dat een jongetje waar ze wel eens mee gespeeld had, heel onverwacht en op heftige manier was overleden. Ze rende door de kamer, stond op haar hoofd en zweeg tijdens de boodschap. En kwam soms even op de bank, haar gezicht in een kussen, vragen stellen. Over hoe en wanneer. En zweeg daarna weer vooral. Ze wilde wel mee naar de begrafenis. 

Steun je kind, help het vragen te stellen en hou het licht

Begin redelijk vlot met vertellen wat een kind kan verwachten op de dag van de crematie of begrafenis. Voor een kind is het vaak te onbekend, dus ze weten niet welke vragen er te stellen zijn. 

Misschien zegt een kind wel te weten wat er gaat gebeuren en dat ze geen vragen hebben. Help ze dan door zelf te beginnen: Hoeveel mensen denk je dat er zullen zijn? Hoe denk je dat de plek er uit ziet (binnen, buiten, stoelen, staan etc)? Wat zul jij voelen als je mensen ziet huilen? Denk je dat je de dode nog kan zien? Waar zou je willen zitten? Stel open vragen als een kind dat aankan, als het dichtslaat begin dan met gesloten vragen als ‘wil je tijdens de begrafenis bij mij op schoot zitten?’. 

Luister goed naar de antwoorden, ze geven je informatie wat nog aandacht nodig heeft en waar het kind behoefte heeft aan veiligheid, zich uiten, zelfstandigheid of aan antwoorden op praktische vragen als: kan ik daar naar de wc? Mag ik daar eten?

Onze dochter dacht vanzelfsprekend dat ze bij oma-Bets kon zitten, dat ze haar vragen steeds kon stellen, ze de overledene zou zien en dat ze het niet spannend zou vinden. Dus ik vertelde haar dat ik niet kon beloven waar we zouden zitten, omdat er heel veel mensen zouden komen in een grote kerk en wij een beetje achterin zouden blijven. Ook dat het veel stil zou zijn en de meeste vragen pas later konden komen en dat de dode in een dichte kist zou liggen. Wil je dan nog steeds mee? 

Ja, mam, ik kan heus wel stil zijn, ik wil er gewoon bij zijn. Je mag natuurlijk wel fluisteren als je iets eng vindt, een hele belangrijke vraag hebt, of als je moet plassen. Ok! En weg was ze met haar puzzelboekje. 

Aanwezig zijn

Bij aankomst in het klooster met grote kerk waar de dienst werd gehouden, was ze onder de indruk. Ze keek haar ogen uit. Oma-Bets kwam zelf juist in de buurt zitten van haar. Ze volgde de kist die binnengebracht werd en hield iedereen in de gaten. Ze hoefde niet op schoot, ze wilde kijken, al-les zien en horen. Ze was een en al aandacht en na afloop liep ze sereen stil naast me toen we naar de gezamenlijke maaltijd liepen. 

Ze was het enige kind in de grote groep mensen bij het afscheid en liep in de eetzaal (we waren uitgenodigd voor de lunch) licht huppelend naar een tafel waar iemand die ze kende in tranen zat om een knuffel te geven en daarna naar andere tafels om een praatje te maken. Ze bewoog zich vrij. Ik hield mijn ongemak bij me, bekeek vanaf mijn stoel hoe de aanwezigen haar toenadering vonden en zag blije gezichten en handen die haar naar zich toe wenkten. 

Ook daarna wilde ze niet naar huis, maar mee naar de begraafplaats, zien hoe de kist de aarde in ging. Een handje aarde erop gooien toen dat gevraagd werd. En toen was het genoeg. Ze knuffelde extra-oma en wilde ook niet meer wachten tot iedereen terug naar binnen ging, maar wilde naar de auto. En dat deden we. De dagen erna speelde ze deze dag na, vertelde erover en daarna was het voor haar afgerond. 

Kies voor veerkracht 

Een uitvaart is natuurlijk altijd anders en voor elk kind anders. Vertel je kind wat je weet en dat jullie samen gaan ontdekken wat je niet weet en bereid je voor. 

Een minderheid van kinderen blijft zo geïnteresseerd luisteren tijdens de toespraken en de vaker zullen ze zich vervelen. Onze jongste was zes toen we naar de crematie van onze buurman gingen. Ze was emotioneel geraakt door het verdriet van anderen en de mooie woorden, luisterde aandachtig, kwam op schoot zitten, maar na 15 minuten verveelde ze zich. Toen kwam het tekenblok van pas dat ik had meegenomen en ging ze iets voor de dochter van de buurman maken.

Ook als er verveling ontstaat, of een kind geraakt is door het vele verdriet om zich heen, is het meenemen van kinderen naar een uitvaart heel waardevol. De dood is namelijk onderdeel van ons leven hier op aarde, ze gaan het proces van overlijden en afscheid nemen nog vaak door moeten. Daarom is het van belang dat ze veiligheid ervaren van volwassenen om hen heen, die er voor hen zijn. En die hen leren (of misschien gewoon: laten) omgaan met emoties en verlies, rituelen te vormen om daar uiting aan te geven en ruimte bieden voor de verdieping en zingeving die de dood kan aanraken. UIteraard steeds op het niveau van het kind. Zo groeit een kind op met veerkracht en vaardigheden en voelt het zich veilig in het eigen lichaam, met emoties en alles wat er is, om het leven voluit te kunnen leven.

Openheid en speelsheid geven ruimte 

Tijdens de koffietafel na de dienst van onze buurman stelden beide dochters (9 en 6 toen) vragen over cremeren en afscheid nemen en dat liep in de week erna door. Daardoor hadden we opnieuw veel mooie gesprekken. Over ouderdom en ziekte, over na-bestaan dat soms erger is dan zelf doodgaan en dat ze ons (hun ouders) graag nog lang in leven hadden. Maar als wij dan toch dood zouden gaan allebei, zouden ze ook wel bij tante in Frankrijk willen wonen. Of we dat konden regelen. Na twee weken langgehoord te hebben hoe leuk ze dat zouden vinden, in Frankrijk bij hun familie wonen, zei ik met gespeelde verontwaardiging: ok, meiden, helaas, we zijn van plan nog lang lekker te blijven leven met jullie, helaas pindakaas die Franse droom moet wachten! Ze lachten zo hard dat ze bijna van de stoelen vielen.

Bulder als het bos

Een element dat normaal zonder aandacht is, krijgt nu een stem: als voicemail.

Een van de spelers vertelt een verhaal over een (eventueel onopgelost) probleem. Daarna mogen de andere spelers achter (of voor) een scherm een voicemail inspreken vanuit een element uit het verhaal, de ervaring vanuit dat perspectief delen of een advies.

Eerst zit ik te luisteren en te kijken als medespelers opstaan en een voicemail laten klinken. Ik neem op wat er gebeurt. Mijn lijf heeft wat tijd nodig en na enkele minuten in deze stille achterover modus, merk ik dat ik ineens met een impuls overeind (nou ja ineens, met mijn huidige rug gaat dat met de nodige aandacht en tijd) kom en achter het scherm ga staan, onzichtbaar voor de speler die het verhaal vertelde.

Vanachter het scherm hoor ik mezelf ineens (nu echt ineens) als het ‘Bos’ spreken tot de speler, die in zijn verhaal in het bos liep. Het voelt heerlijk die donkere bosstem, die uit mijn lijf komt, de woorden die achter elkaar komen. Vooraf had ik geen idee wat ik zou gaan zeggen, het ontstond van achter het scherm. En ook nu, als ik dit achteraf opschrijf heb ik geen idee meer wat er gezegd is door me. 

Wat ik wel weet: het was heerlijk, grappig, luchtig en mijn lichaam ging bubbelen van die luide diepbruine bulderstem die uit me kwam. 

Andere wegen naar verbinding Het voelt ook als een mooie verbinding met de speler die het verhaal deelde. Ik zie hem niet, hij ziet mij niet. Maar ik ervaar dat zijn verhaal, dat ik vooraf in detail te observeerde, me nabij is en deel is van wat er nu door me heen stroomt. Ook al is dat een totaal ander perspectief dan hij vertelde.

Als ik achter het scherm uitkom zie ik de lachende ogen van de verteller en voeling nog steeds mijn lichaam. Ja er is mooie verbinding. 

In het dagelijkse zeggen we vaak wat we denken wat de ander wil horen, bevestigen we de ander omdat we denken dat dat fijn is, of laten we juist onze criticus aan het woord om op te komen voor onze eigen mening. Er is dan vaak minder eigenheid, minder energie en aandacht in het (eigen!) lichaam en daarmee is er minder ik/jij om mee te verbinden. 

Ik als talig persoon en met de liefde voor woorspel, taalkunst en kenner van de impact die taal heeft op ons brein en leven, doe liever niets af aan taal, de uniekheid van de mens met de centra van Wernicke en Broca daarin en hoe we daar gezond gebruik van kunnen maken voor expressie en verbinding. Leve onze verbale communicatie! En ook in deze oefening laat de verbale communicatie weten dat ik aandachtig heb geluisterd, dat de andere speler gehoord is door me. 

Én daarnaast is er meer. Als dat ‘meer’ ongezien is, kan het verbale juist afdoen aan verbinding, ons als mens in de weg zitten en beperken, ons als groep polariseren of (innerlijk) ongehoord en ongezien, of opgesloten laten voelen. 

We zijn zoveel meer als mens dan alleen verbaal (dus ook gedachten) te vatten valt.

In deze specifieke oefening, waarbij wij niet elkaars lichaamshouding zagen, elkaar niet geruststellend in de ogen konden kijken, is er nog steeds krachtige verbinding mogelijk, op een manier die we niet per se dagelijks ervaren of zelfs ontdekken. 

We verbinden via de taal van verbeelding, met hoe ik uit mijn lichaam geluid laat komen, waar en hoe klanken ontstaan, de taal van intonatie, geluidstrilling, de prosodie van mijn stem. Dit haalt me bij mijn lichaam en bij het leven hier en nu. Verbinding met mij. 

En al die onderdelen geven ruime informatie aan het zenuwstelsel van de ander, mijn speelmaatje in dit geval. Niet afgeleid door blikken of ‘kloppende’ perspectieven. Direct vanuit de klank, de trilling die geluid is, de beweging, energie en variatie van het geluid. Verbinding met de ander. 

Op ontdekkingsreis met mijn stem ben ik sinds een jaar of zes bewuster. In eerste instantie via yoga: pranayama en mantra. Ik leerde de klanken in mijn lichaam voelen en over de kracht ervan op gezondheid, energie en bewustzijn.

Emotie en schaamte kwamen ook kijken op deze reis. Het weerhield me yogische oefeningen met geluid te doen als Tim thuis was, of toen ik dat een beetje durfde, om klanken te maken in de tuin (want de buren..). In India kwam daarin verandering. Ik voelde hoe ik genoot, geraakt werd en onvoorspelbare verbinding kon ontstaan.

Ik ontdekte in die jaren dat ik niet de enige was en bij veel mensen hun eigen stem schaamte aanraakt als ze hem anders gebruiken dan verbaal inhoudelijk. En zo brachten we geluid maken (je stem laten horen, letterlijk) ook in onze lessen, retraites en schoolyoga (waar bij leerkrachten vaak meer terughoudendheid daarin was dan bij de kinderen..).

Toen kwam natuurlijkerwijs ook de reis met mijn stem via oertalen, die ik al bestudeerde en voelde, maar nog niet via de klank van mijn stem ontdekte. De talen waar de betekenis van de woorden nog verbonden is met de klank die ze hebben. In het oud-Hebreeuws en Sanskriet bijvoorbeeld. En zo ontdekte ik stemmen in me die nog nooit gehoord waren.

Het spelen met klank en stem kreeg tegelijk met al deze reizen nog meer ruimte in ons dagelijkse gezinsleven, tot ontroering en grote irritatie van elkaar. Heerlijk 😉 en merkte ik achteraf op dat ik soms bij een kind, buurvrouw of collega in de deuropening klanken sta te produceren uit ontroering, pijn, blijheidof wat er dan ook wil stromen 😅

En sinds een jaar mag mijn stem ook buitenspelen bij The School of Play. Zoals in bovenstaande oefening. En vloeien de woorden uit mijn vingers ik als ik er erover ga schrijven met een glimlach in verbinding, verbaal en non-verbaal.

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !

Sneren en het zenuwstelsel

De oefening is een compliment of een sneer te geven aan iemand op een stoel. Deze persoon mag niet (zichtbaar) reageren. De persoon heeft als opdracht te incasseren: innerlijke reacties op te merken en met een neutraal gezicht te kijken. Ook naar het publiek dat zit te kijken naar de interactie.

Als ik zelf op de stoel mag plaatsnemen, kan ik rustig aanhoren wat er gezegd wordt, positief en negatief, mijn emotie en lijf blijven kalm, merk ik op. En mijn gezicht heeft met gemak een neutrale stand. Het heeft niet met mij te maken wat er om me heen gebeurt, terwijl ik hier zit. Ik laat de opmerkingen als vanzelf bij de sprekers.
(Dat is in het dagelijkse leven soms anders 😜 )

In het vervolg ben ik een van de ‘sprekers’. Ik volg eerst een beweging en positieve gedachte naar iemand, maar als ik opmerk dat mijn neiging herhaaldelijk is om complimenten te geven, of het bedacht om-en-om te doen, wacht ik. De stilte om die neiging én dat opmerken in mijn lichaam te laten uitdoven.

En ineens komt er een ‘wat ben jij een eikel!’, fel uit mijn mond. Terwijl ik ga zitten, voel ik mijn handen trillen, mijn hart sneller kloppen en een onrust door me heen gieren. Aha, zenuwstelsel vol aan. Ik blijf erbij zitten, het uitdoven vlot niet. En ik verwonder me weer eens over mijn systeem. En dat het niets te maken heeft met de reactie van de ander (die was er niet), of met het ondergaan (ik was nu de ‘dader’), niet met gedachten die ik hierover heb (er is geheel geen ruimte voor gedachten tussen het trillen door zelfs) en ook niet (alleen) met mijn spiegelneuronen die meeleven met het slachtoffer tegen wie ik uitviel.

Mijn systeem schrikt blijkbaar soms van felheid, van harde woorden, ook uit mijn eigen mond. Of misschien wel vooral.

En ik kan natuurlijk met alle macht willen dat het snel weer uitdooft (been there done that), maar daarmee bied ik feitelijk slechts weerstand aan mijn systeem, keur ik af wat het doet.

Dus ik zit erbij en kijk ernaar. En doordat het niet gevoed wordt door gedachten, uitleg of interpretatie én ik me veilig voel (dat was vele jaren oefenen) in mijn lijf, zelfs met deze stress-rush, en in de omgeving van de groep, is dat het. Niet méér.

Dit is het. Een biologisch systeem dat op hol gaat en tijd nodig heeft voor herstel. Ok. Check.

Wie weet hoe het verandert in de toekomst, maar dat is voor dan. Het experimenteren om hier snel uit te komen heeft een valkuil waar ik in dit moment uitbleef, zonder de waarde daarvan te ontkennen. Iets met kind en badwater.

Voor nu zit ik, met zachtheid, een ‘ja’ en nieuwsgierig open te kijken naar mij, en (als het lukt) een stukje te delen met een ander uit mijn ervaring in dit moment.

Ik ga mee in een lijfelijke beweging zodra ik die impuls voel.

— Weken later teken ik voor een client de polyvagaal ladder. Leuk om hier te delen. Mijn zenuwstelsel zat in de onderste trede en kwam – zonder tijdsdruk!- weer omhoog, via mobilisatie, naar veilige sociale betrokkenheid.

#avontuur #kenjezelfenhelpdesamenleving #speel #doelloos #tochnietdoelloos #polyvagaal #theschoolofplay #eigenwijsinevenwicht

Uitgevallen uit mijn eigen leven

Uitgevallen uit mijn eigen leven

Na 7 jaar werken als zakenreisconsulent door heel Nederland (incl leaseauto en luxe hotelovernachting) terwijl ik de wereld over reisde en verliefd was op vele krachtplekken en culturen, werkte ik 10 jaar met getraumatiseerde mensen, stond naast clienten in het onrechtvaardige gevecht voor bestaansrecht tegenover vastgeroeste systemen, zowel sociaal als juridisch. Met bijzonder ontroerende resultaten.

Alle delen van mij kon ik inzetten op deze laatste rijke en zingevende werkomgeving: de puzzelaar, de pitbul, de empatische, de uitdager, de strateeg, de netwerker, de outoftheboxer, de leergierige, de nieuwsgierige, de onderzoeker, de creatieveling, de delegeerder, de uitvoerder, de strenge, de zachte, de kapitein met overzicht, de miereneuker op details, de initiatiefnemer, de ontdekker, de observeerder en de verbinder.

En ik vergat hersteltijd voor mezelf. Niet efficient, niet mogelijk door onderbezetting, niet nodig want ik krijg energie hiervan, geen optie want er hangt een leven van af. Uiteraard plande ik vakanties, saunadagen, leesuurtjes. Gepland. Niet afgestemd op wat ik  nodig had. Geen herstéltijd dus.

Na deze intense jaren overviel mij een neurologische ziekte  met onder andere een virus en een ernstige evenwichtstoornis en problemen met zicht, gehoor en rechtop zijn en viel ik compleet uit. Na veel westerse artsen en behandelingen met te weinig resultaat, voelde ik dat een echte ommekeer nodig was. Een nieuwe balans.
Een onverwacht telefoontje wees ons richting India en vreemd genoeg voelde ik direct een JA in mijn buik.

Zo zaterdag we vier maanden later moedig en vol vertrouwen als gezin in het vliegtuig om een jaar in India te wonen.

Yogatherapie en Ayurvedische therapie ondersteunden mijn herstel naast systemisch kijken en de rollator kon ik achterlaten en de kinderen na twee jaar weer zelf naar schoolbrengen. (lees hier meer over dit deel van mijn verhaal in het Engels).

Voldoende hersteld werd ik naast ervaringsdeskundige ook professioneel opgeleid in deze oude wijsheden in het land van oorsprong en mocht ik via workshops en trainingen doorgeven aan docenten in India.

Wat gaaf, maar hoe nam je die stap vanuit je gesettelde leven?

Uiteraard werden vooraf allerlei bezwaren op ons afgevuurd. Door onze persoonlijke omgeving (wat doen jullie de kinderen aan om hen weg te halen uit hun veiligheid en vrienden, naar een vies land), door onze eigen gedachten overtuigingen en angsten (wat als..) en door de maatschappij (leerplicht, koophuis, werk).

Het omarmen van die veelheid, daarbij blijven, voelen. Elke emotie laten bestaan, maar inhoudelijk niet voor waar aannemen. Ook de bijhorende gedachten niet. Want je kan altijd kiezen.

Mijn lichaam sprak nog steeds de wijze wetende Ja en ik bleef naast al bovenstaande, óók in verbinding met intuïtieve impulsen, mijn innerlijke koers en diepe verlangens. De opleidingen tot systemisch opsteller en mijn persoonlijke yogapractice hebben dit mede geborgd.

Daarnaast was het niet alleen mijn keuze, maar ook die van mijn echtgeliefde en onze kinderen. We voelden allemaal die ‘ja’ diep van binnen en besloten te onderzoeken hoe we de richtingen bij elkaar konden brengen.

‘We doen alsof het al zo is, dat we voor een jaar naar India gaan’.

Dat hebben we neer gezet. En daarmee bleken alle praktische, emotionele en mentale dingen magisch op de plek te vallen. De reis was al wonderbaarlijk voordat we uberhaupt met het vliegtuig vertrokken waren!

Het jaar in India was veel meer dan we ooit konden hopen. We voelden ons door de levensrivier als vanzelf voortgestuwd en gedragen in avontuur en verwondering.

“Wat wil het leven van en voor mij?”
Deze vraag opent deurtjes waarvan je niet wist dat ze bestonden.. give it a go!

Mijn weg met (hoog)sensitiviteit en begaafdheid

Na de dood van mijn geliefde 18 jaar terug, rouwde ik rauw. En kreeg ik een boek over hooggevoeligheid dat me nogal raakte, net als het boek ‘het drama van het begaafde kind’. Door de maatschappelijke ontwikkelingen rondom dat thema de jaren erna, bleef ik er liever van weg, en wilde mezelf zeker niet zien als hoogsensitief, hoogbegaafd of iets wat daarop leek.

Toen ik moeder werd 11 jaar geleden, observeerde ik ons kind aandachtig. En zij observeerde mij. Vanaf dag 1 op een manier die de kraamverzorgster nogal opviel. En dat bleef. Haar snelheid en openheid in ontwikkeling (lopen, klimmen, praten, schrijven) bestond naast haar vertraging in sociaal wenselijk reageren en de manier waarop ze tijd nam voor een veelheid aan onderwerpen. Haar genuanceerdheid, empathie en nieuwsgierige interesse in grote leventhema’s zoals oorlog en dood vanaf haar tweede levensjaar vielen op. Ik deed een gedeelte van de opleiding psychologie, waaronder ontwikkelingspsychologie en bestudeerde allerlei opvoedingsvisies.

Hoogsensitiviteit kwam weer in beeld. Ondanks mijn allergie voor de term. Om dit wonderschone mensje te laten zijn wie ze is, paste het niet om die sensitiviteit maar onder te schoffelen. Het was namelijk een prachtige eigenschap. Na de geboorte van een tweede wondelijk sensitief meisje met enorme energie, was het onvermijdelijk om ook mijn eigen sensitiviteit aan te kijken. Door een artikel van Elke van Hoof en daarna de bijzondere verdieping van Xandra van Hooff, destijds van Gave Mensen, heb ik hoogsensitiviteit volledig (cognitief, wetenschappelijk en doorleefd) bekeken en omarmd, via de opleiding ‘Psychologie van Hoogsensitiviteit’, met ook de link naar hoogbegaafdheid.

Intussen had ik ook opleidingen afgerond tot NLP practitioner, kindercoach en tot systemisch jeugd -en gezinscoach.

Zo zocht ik hoogsensitiviteit, begaafdheid, trauma, overprikkeling, emotionele intensiteit, stress tot in de donkere holletjes van mijzelf, de samenleving en de theorie op.

Om daarna weer los te laten. Want uiteindelijk ben ik gewoon een mooi mens.

En wil ik een ander mooi mens, jou, je team, je gezin, leren kennen als mens en je inspireren.