Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Categorie: polyvagaal theorie (pagina 1 van 1)

Polyvagaal Theorie – ons zenuwstelsel als vriend

BEDRAAD VOOR VERBINDING

We come into the world wired to connect. With our first breath, we embark on a quest to feel safe in our bodies, in our environments, and in our relationships with others, schrijft Deb Dana in haar gratis ‘a beginners guide to polyvagal theory’. 

Ja, we komen in de wereld bedraad voor verbinding en daar hoort veiligheid bij. Niet het soort veiligheid wat we vaak om ons heen zien, waarbij steeds meer controle nodig is. Maar een diepe ervaring van vertrouwen, van gevoelde veiligheid. 

De Polyvagaal Theorie is als een moderne wetenschappelijk kaart voor het zenuwstelsel. De theorie is ontwikkeld door Stephen Porges en gaat over het ervaren van biologische veiligheid en over het menselijke sociale betrokkenheid systeem: hoe diep en onbewus we met elkaar verbonden zijn. 

De drie principes onder de Polyvagaaltheorie

De belangrijkste speler in deze theorie is de Nervus Vagus, een grote zenuw (of beter: verschillende (poly) zenuwengroepen) die een verbinding vormt in ons breinlichaam (the bodymind) en dus tussen onze hersenen en de rest van het lichaam loopt.

Om de toepassing van deze theorie in onszelf en in de interactie met elkaar verder te gaan ontdekken, is het handig de onderliggende principes te leren kennen. We kunnen er drie onderscheiden: 

  1. Autonome hiërarchie – er zijn 3 systemen van het autonome zenuwstelsel die elk hun eigen manieren kennen om je te beschermen 
  1. Neuroceptie – een term om het neurale proces te beschrijven dat onafhankelijk van ons bewustzijn gaat: wat we waarnemen en hoe het autonome zenuwstelsel reageert op de (risico’s in de) wereld om je heen
  1. Co-Regulatie – de wederkerige regulatie van elkaars fysiologische toestand. Onze zenuwstelsels hebben direct invloed op elkaar en wederkerige interactie is een biologische noodzaak geen luxe of optie

De polyvagaal theorie kun je ook zien als het biologische systeem rondom je veilig voelen en ervaren (niet je cognitief veilig weten).

Door via ons lichaam (er gaat 4x zoveel informatie van je lichaam naar je brein dan andersom) en de theorie meer bewust te worden hiervan, kunnen we de flexibiliteit van onze zenuwen trainen en het leven voelen stromen.

Omdat het slimme systeem in ons lichaam dat waarneemt of we in een veilige of onveilige omgeving zijn deel is van het autonome zenuwstelsel en onbewust werkt (neuroceptie), is dat het waarnemen altijd onbewust. We kunnen daar geen schuld, schaamte of niet-goed genoeg op kunnen plakken!

Het is wél ons lichaam, wat ons uitnodigt tot nieuwsgierigheid. We hoeven het niet te sturen, dat kan niet, want het is buiten ons bewustzijn, maar we kunnen het wel leren kennen en daarmee meer invloed hebben op onze ervaring.

De theorie enigszins kennen, kan je helpen nieuwsgierig te zijn naar hoe jouw zenuwstelsel werkt, hoe en wanneer jouw veiligheidssysteem rode-vlag-signalen van ‘risico’ geeft en wanneer het systeem het signaal veilig opmerkt en doorgeeft.

De transformerende ervaring van veiligheid.

Dat gaat wat verder dan we gewoonlijk denken, waarin veilig een mentaal concept is. Je veilig in je lichaam leren voelen, met alles wat zich daar afspeelt, kan absoluut transformerend zijn. Laten we de verschillende staten van je zenuwstelsel eens verder bekijken.

1. VENTRAAL VAGAAL. VEILIG, sociaal betrokken, leren, spelen (op grens met sympathische), aanwezig en verbonden met ervaring in het moment.

Deze zenuw zorgt dat we emoties kunnen herkennen en uitdrukken via gezichtsuitdrukkingen en de stem en zorgt voor verbinding en intimiteit.

2.SYMPATSICH ZENUWSTELSEL. BEWEGING – spanning in spieren en je lichaam

Vluchten, vechten, stress, hyperalert, zijn, boos, of competitief. Alert zijn op risico, onvriendelijke stemmen, gevoelens van er niet bij horen en van daaruit paraat staan of weggaan.

Maar als het ventrale systeem ook actief is, kun je het ervaren als lekker in actie zijn, dóen, in achtbanen, bij euforie, bergwandelingen en koude training en speelse oefeningen.

In deze staat is er veel bewegingsenergie die moeilijk tot rust kan komen. Hier kan via intense beweging ontlading komen, of via emoties.

Je kan speels (opnieuw) leren emotie en beweging te gebruiken voor je levensenergie. Ook kan via kunst, spel, of dans het teveel aan energie en bijhorende hormonen uit het systeem verdwijnen en keer je weer terug naar je ventrale staat.

3.DORSO VAGAAL. BEWEGINGLOOS – afwezig, afgehaakt, heel moe, eenzaam, leeg, wanhopig, depressief, onmachtig, zinloos, dissociëren, verdoofd gevoel, zwaar, klaar

Je wil je terugtrekken in in donker hoekje. Lichaamsfuncties vertragen en we kunnen amper iets uitbrengen, of toch niet wat we willen. Je adem is oppervlakkig. Er kan sprake zijn van een verlammend gevoel of dissociëren, je lijf niet meer voelen.

Zacht wiegen, masseren, aanraking en/of warmte kan dit tot rust brengen. Het systeem kan dan weer terugkeren naar rust, herstel en vertering. Onze natuurlijke staat.

Deb Dana ontwikkelde de metafoor van de ladder. Het oudste biologische systeem (ongemyeliniserde zenuwen) is het dorsale en staat onderaan de ladder. Daarboven staat de sympaticus en daarboven de ventrale staat. Je zakt volgens deze metafoor als het ware door de vecht, vlucht systeem bescherming, uiteindelijk naar ‘je dood houden’ (zie daarvoor ook de dierenwereld, Bv in dit filmpje: https://youtu.be/Ox7Uj2pw-80) in het dorsale. De meest toegankelijke manier om terug uit de bewegingloosheid te komen, is via beweging (sympaticus) en dan pas weer naar het ventrale. (Zie ook weer het filmpje) Vandaar de metafoor van een ladder.

Er valt nog veel meer te zeggen over deze theorie en de toepassing uiteraard. Maar kijk eens eerst eens naar je eigen mooie zenuwstelsel. Iedereen is net anders bedraad. Meer of minder afgesteld op (on)veiligheid.

Ga op ontdekking om in je dagelijkse leven je eigen staten te zien en er nieuwsgierig naar te zijn. Wat zijn de kenmerken als je ventrale systeem actief is? Welke emoties, gedachten en acties kun je ontdekken? En welke als je sympathische zenuwstelsel actief aan is? En je dorsale? Wat triggers je zenuwstelsel vanuit je zintuigen?

En wat helpt je zenuwstelsel om terug te keren naar je natuurlijke staat van zijn, de veilig verbonden staat? Daar waar je ontspannen alert bent, in contact met jezelf in contact met de ander bent? Wat heeft jouw systeem daarvoor nodig? Dat is een prachtige queeste om een tijd mee op reis te zijn 😉

Vrij verbonden – een Polyvagaal verhaal

Ze ligt met een vertrokken gezicht in diep verdriet te huilen in de armen van haar vader als ik binnen kom. Ik stap erbij op het bed. Laat mijn handen en armen de weg zoeken naar waar ze nu bij haar horen. Ze is omringd door delen van papa en mama (buik, borst, hart, handen en zoveel liefde), terwijl ze de emoties door zich heen laat gaan. Wij in vertrouwen dat ze dit kan dragen. Hoe zwaar ze het ook ervaart nu.

Lief vraagt of hij woorden mag geven aan wat er door haar heen ging voordat ik binnenkwam. Ze knikt. Ze wil dat ik het weet, maar wil het niet zelf herhalen. 

Opgestapelde andersheid

De opeenstapeling kwam er uit. Hoe anders ze zich voelt. Of hoe ze anders is volgens maatschappelijke normen. Ze verwoordde krachtig op welke onderdelen dat anderszijn speelt.

Het meisje dat veel in ‘jongensenergie’ door het leven gaat en vooral met jongens omgaat. De baby die in de baarmoeder haar tweelingbroertje verloor aan de dood en daar nog altijd bewust mee leeft. Het bewegelijke kind dat vaak ongelukjes en verwondingen oploopt. De creatieve geest die denkt en kijkt op een manier die ze niet overal om zich heen gespiegeld ziet. De doofheid van haar rechteroor, waardoor ze de wereld anders meekrijgt, het sneller onveiliger voelt, ze geluid niet kan filteren en haar brein geen locatie kan bepalen: ze hoort niet waar geluid vandaan komt. En de angsten die ze in zichzelf waarneemt, terwijl ze ook zo stoer is.

Er is in wezen geen probleem met haar anderszijn. Ze is vaak anders. Ja. En daar kan ze zich heerlijk bij voelen, of eenzaam. Allebei is waar, allebei is een ervaring en allebei is zowel belangrijk als onbelangrijk. En iets om oprecht te laten stromen.

Dus ja, ze is ook anders. Ze is eigen en uniek. En dat kan overweldigend voelen als je 9 bent. Of op alle leeftijden wel, zeker bij moeheid, of als er te weinig verbinding is geweest met mensen die je echt zien, of doordat de balans hersteltijd / sociale interactie tijdelijk scheef was. 

En wat we haar willen laten ontdekken is dat ze het aankan alles te ervaren en het ook weer verandert. In onze veilige nabijheid, die zich vanzelf uiteindelijk verinnerlijkt.

Zorghaken drijven als gedachten voorbij

Er is veel om aan vast te haken als ouders, veel optie om ons zorgen te gaan maken. Die passeren nu en dan via gedachten.

Want ze gaf niet alleen aan zich anders te voelen – wat op zichzelf mensen al kan triggeren om dat ‘positief te leren duiden’ als ‘ja je bent anders en dat is mooi juist’, of te ontkennen ‘ nee joh, je bent niet anders’ – maar er zaten ook existentiële vragen en dieptes aan vast.

‘Als jullie er niet meer zijn, dan wil ik ook niet meer leven’. ‘Waarom moeten we bestaan als mensen hier op aarde?’. ‘Ik wil soms dood zijn’.

Daar kun je als ouders natuurlijk van alles over vinden en alert en reactief van worden. Het zielig vinden voor haar en op willen lossen voor haar, zodat ze zich weer fijn voelt. We weten mede door dit wonderkind dat dat niet de weg is. Daar heeft ze niet wezenlijk iets aan, want er valt niets op te lossen, het is al perfect.

Aanwezig zijn als grootste cadeau

De kennis van de biologie van het zenuwstelsel helpt me daarin ook.

Dus we zijn aanwezig, kijken naar haar, voelen de diepe energetische verbinding en de overgave. Ik leg haar benen over die van mij en ze zoekt de aanraking van ons, het mannelijke en het vrouwelijke. Ze huilt met dikke snikken en soms enkele stotterende woorden.

‘Misschien ben je wel hier op aarde om dit nu te ervaren’, zeg ik. Overbodig voor haar lichaam, maar voor haar gedachten helpt het om aanwezig te blijven. 

Ze huilt nog even door, ontlaadt zich zo vanzelf van spanning, terwijl ze in verbinding is. Gezien en met bestaansrecht, ook in worstelingen of zielspijnen, met betekenis. En langzaam verzacht haar lichaam, haar adem en stroomt er een kalmte door haar heen. Keuzevrijheid in zichzelf komt terug.

We benoemen hoe omringd ze is door liefde, niet alleen van ons maar van geliefden, alle voorouders, de bergen, de kosmos en dat ze daar een mee is. Ze kijkt met diep open ogen, ontvangt en weet. Ze komt overeind en slaat haar hele lichaam om me heen. Dan legt ze haar hoofd op papa’s schouder, die haar naar bed draagt. Ze valt in een diepe herstellende slaap.

Rauwe blijheid naast ruw verdriet binnen liefde

De volgende dag gaan we met z’n vieren naar de voet van een gletsjer. Rauw hooggebergte. Smeltwater dat begin te komen in de kleine rivier die van de zomer nog overstroomde. Ze springt van steen naar steen, voeten in het ijswater, de zon om zich heen als een mantel. Ze roept hoe gelukkig ze is. Hoe blij. Hoe vrij ze zich hier voelt. Dat het de leukste dag van haar leven is en of we hier morgen weer heen gaan.

En wij kijken weer naar haar, terwijl we net zo gelukkig en verbonden zijn als gisteravond. Omringd door ancestors en liefde, die we zelf ook zijn.

Co-reguleren als oudertaak

Dit is naast al het andere wat er in kan zitten, ook de Polyvagaal Theorie in de praktijk, gezien vanuit de hoek van co-regulatie. Een van de drie principes (naast de hiërarchie in het autonome zenuwstelsel en neuroceptie) onder deze theorie is de invloed van menselijke zenuwstelsels en de staat ervan op elkaar.

Wij zijn hier als ouders co-regulators: doordat ons zenuwstelsel veilig en verbonden is (en we niet in sympathische activatie van oplossen of in verlammende bezorgdheid schieten) kan zij voelen wat er te voelen is in haar lijf en als vanzelf terugkeren naar haar eigen veilige en verbonden staat in haar zenuwstelsel.

Vrije vogel

Ze hoeft de inhoud van haar gedachten en emoties niet als vaststaande feiten mee te nemen, niet als waarheden, niet als ‘zo ben ik’ waarmee ze haar essentie laat beperken.

Ze beweegt zich tot in alle hoeken van emoties en zenuwstelsel staten, omdat ze die capaciteit nu al heeft, naast haar prachtige intensiteit. Ze neemt onbewust mee dat ze alles kan zijn, alle (emotionele, fysieke en mentale) vormen aan kan nemen. En dat ze daarbinnen altijd heel, gezond en stralend is, verbonden met wat groter is dan zij.

Haar wens van heel jong is, dat ze kan vliegen. Dat herhaalt ze regelmatig. Ze stelt zich voor hoe vrij, beweeglijk en geraakt door de natuur ze zich dan voelt. Wat ze nog niet beseft: ze vliegt al!