Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: connectie (pagina 1 van 2)

Bulder als het bos

Een element dat normaal zonder aandacht is, krijgt nu een stem: als voicemail.

Een van de spelers vertelt een verhaal over een (eventueel onopgelost) probleem. Daarna mogen de andere spelers achter (of voor) een scherm een voicemail inspreken vanuit een element uit het verhaal, de ervaring vanuit dat perspectief delen of een advies.

Eerst zit ik te luisteren en te kijken als medespelers opstaan en een voicemail laten klinken. Ik neem op wat er gebeurt. Mijn lijf heeft wat tijd nodig en na enkele minuten in deze stille achterover modus, merk ik dat ik ineens met een impuls overeind (nou ja ineens, met mijn huidige rug gaat dat met de nodige aandacht en tijd) kom en achter het scherm ga staan, onzichtbaar voor de speler die het verhaal vertelde.

Vanachter het scherm hoor ik mezelf ineens (nu echt ineens) als het ‘Bos’ spreken tot de speler, die in zijn verhaal in het bos liep. Het voelt heerlijk die donkere bosstem, die uit mijn lijf komt, de woorden die achter elkaar komen. Vooraf had ik geen idee wat ik zou gaan zeggen, het ontstond van achter het scherm. En ook nu, als ik dit achteraf opschrijf heb ik geen idee meer wat er gezegd is door me. 

Wat ik wel weet: het was heerlijk, grappig, luchtig en mijn lichaam ging bubbelen van die luide diepbruine bulderstem die uit me kwam. 

Andere wegen naar verbinding Het voelt ook als een mooie verbinding met de speler die het verhaal deelde. Ik zie hem niet, hij ziet mij niet. Maar ik ervaar dat zijn verhaal, dat ik vooraf in detail te observeerde, me nabij is en deel is van wat er nu door me heen stroomt. Ook al is dat een totaal ander perspectief dan hij vertelde.

Als ik achter het scherm uitkom zie ik de lachende ogen van de verteller en voeling nog steeds mijn lichaam. Ja er is mooie verbinding. 

In het dagelijkse zeggen we vaak wat we denken wat de ander wil horen, bevestigen we de ander omdat we denken dat dat fijn is, of laten we juist onze criticus aan het woord om op te komen voor onze eigen mening. Er is dan vaak minder eigenheid, minder energie en aandacht in het (eigen!) lichaam en daarmee is er minder ik/jij om mee te verbinden. 

Ik als talig persoon en met de liefde voor woorspel, taalkunst en kenner van de impact die taal heeft op ons brein en leven, doe liever niets af aan taal, de uniekheid van de mens met de centra van Wernicke en Broca daarin en hoe we daar gezond gebruik van kunnen maken voor expressie en verbinding. Leve onze verbale communicatie! En ook in deze oefening laat de verbale communicatie weten dat ik aandachtig heb geluisterd, dat de andere speler gehoord is door me. 

Én daarnaast is er meer. Als dat ‘meer’ ongezien is, kan het verbale juist afdoen aan verbinding, ons als mens in de weg zitten en beperken, ons als groep polariseren of (innerlijk) ongehoord en ongezien, of opgesloten laten voelen. 

We zijn zoveel meer als mens dan alleen verbaal (dus ook gedachten) te vatten valt.

In deze specifieke oefening, waarbij wij niet elkaars lichaamshouding zagen, elkaar niet geruststellend in de ogen konden kijken, is er nog steeds krachtige verbinding mogelijk, op een manier die we niet per se dagelijks ervaren of zelfs ontdekken. 

We verbinden via de taal van verbeelding, met hoe ik uit mijn lichaam geluid laat komen, waar en hoe klanken ontstaan, de taal van intonatie, geluidstrilling, de prosodie van mijn stem. Dit haalt me bij mijn lichaam en bij het leven hier en nu. Verbinding met mij. 

En al die onderdelen geven ruime informatie aan het zenuwstelsel van de ander, mijn speelmaatje in dit geval. Niet afgeleid door blikken of ‘kloppende’ perspectieven. Direct vanuit de klank, de trilling die geluid is, de beweging, energie en variatie van het geluid. Verbinding met de ander. 

Op ontdekkingsreis met mijn stem ben ik sinds een jaar of zes bewuster. In eerste instantie via yoga: pranayama en mantra. Ik leerde de klanken in mijn lichaam voelen en over de kracht ervan op gezondheid, energie en bewustzijn.

Emotie en schaamte kwamen ook kijken op deze reis. Het weerhield me yogische oefeningen met geluid te doen als Tim thuis was, of toen ik dat een beetje durfde, om klanken te maken in de tuin (want de buren..). In India kwam daarin verandering. Ik voelde hoe ik genoot, geraakt werd en onvoorspelbare verbinding kon ontstaan.

Ik ontdekte in die jaren dat ik niet de enige was en bij veel mensen hun eigen stem schaamte aanraakt als ze hem anders gebruiken dan verbaal inhoudelijk. En zo brachten we geluid maken (je stem laten horen, letterlijk) ook in onze lessen, retraites en schoolyoga (waar bij leerkrachten vaak meer terughoudendheid daarin was dan bij de kinderen..).

Toen kwam natuurlijkerwijs ook de reis met mijn stem via oertalen, die ik al bestudeerde en voelde, maar nog niet via de klank van mijn stem ontdekte. De talen waar de betekenis van de woorden nog verbonden is met de klank die ze hebben. In het oud-Hebreeuws en Sanskriet bijvoorbeeld. En zo ontdekte ik stemmen in me die nog nooit gehoord waren.

Het spelen met klank en stem kreeg tegelijk met al deze reizen nog meer ruimte in ons dagelijkse gezinsleven, tot ontroering en grote irritatie van elkaar. Heerlijk 😉 en merkte ik achteraf op dat ik soms bij een kind, buurvrouw of collega in de deuropening klanken sta te produceren uit ontroering, pijn, blijheidof wat er dan ook wil stromen 😅

En sinds een jaar mag mijn stem ook buitenspelen bij The School of Play. Zoals in bovenstaande oefening. En vloeien de woorden uit mijn vingers ik als ik er erover ga schrijven met een glimlach in verbinding, verbaal en non-verbaal.

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !

Een stokstaartje en een archeoloog

Wat hebben die nou met elkaar te maken? Mij! En misschien wel jou.

Vijftien jaar geleden bij een opdracht om mensen te vragen naar positieve eigenschappen van je, schreef een vriend:

“Nieuwsgierig, associatief, sensitief: Bij elk gespreksonderwerp dat ik aansnij heeft Monike vele vragen, wil alles weten, liefst ook voelen en ze komt er weken later nog op terug.”

Lees (en huiver eventueel) hoe een opdracht in oktober dit in andere vorm bevestigde.

Op mijn werk hoorde ik regelmatig als grap én waarschuwing van collega’s:

“Voordat ik überhaupt door heb dat er iemand bij de receptioniste staat, heb jij al gehoord waar die cliënt voor komt, dat de receptioniste zich ongemakkelijk voelt, of dat er belangrijke informatie ontbreekt, of dat er een dwingende situatie ontstaat en ben je als speedy gonzales naar het bureau gerend.”

En mijn psychotherapeut benoemde ooit wat ik deed (mezelf en mijn geschiedenis en die van mijn voorouders ontdekken)
“grondige persoonlijke archeologie“.

Je zag met de titel van dit blog in gedachten, vast bij mijn werkvoorbeeld al het stokstaartje voor je, alert op de wacht en rennend bij dreiging.
Niet? Oh.

In ons huis zijn stokstaartjes vaak onderwerp van gesprek. Mijn echtgeliefde heeft er een zwak voor. En noemt mij (al dan niet liefkozend 😬) regelmatig een stokstaartje.

Tijdens een huiswerkopdracht uit blok 1 van de opleiding Hoogsensitiviteit kwam dit alles boven. Tegelijk ongeveer. De opdracht was: bedenk metaforen voor hoogsensitiviteit.

Uitstelgedrag en daadkracht

Eerst kwam er weerstand, die zich vermomde als uitstelgedrag, want ‘metaforen bedenken lukt me best, dat doe ik nog wel wel.’

Toen het gevaar van de deadline inzicht kwam, sloeg ik alarm, vatte me bij de kladden tot op de metaforenpagina. En toen sloeg ik dicht, ontstond er paniek. ‘Mijn metaforen zijn niets waard. Te ingewikkeld. Te simpel. Straks denkt nog iemand dat ik hoogsensitiviteit iets vind om jezelf op de borst te kloppen. Die voorbeelden zijn maar losse associaties. En wat weet ik nou helemaal over stokstaartjes?!’

Aha, dit laatste kan ik te lijf gaan! Dus (als een jawel, archeoloog, natuurljk) ploos ik Google door.
Wist je dat stokstaartjes met verschillende geluiden, de verschillende risico’s aanduiden aan hun groep?

Of dat stokstaartjes de kindertjes van andere stokstaartjes melk geven indien nodig?

En ook heel belangrijk voor de HSP metafoor: als ze op wacht staan, niet eten en tot 20% van hun lichaamsgewicht verliezen?
(Ken je dat, in focus en met deadlines vergeten te eten?)

Dus.
Ik schreef de metafoor in mijn map. Wel nog met potlood.

Verdieping, verwerking en afstoffen

Door naar de tweede metafoor. Ik zag het voor me. Zie jij ook de archeoloog bezig?
Hij die enthousiast is bij elke kleine verkleuring van grondlagen? Die zorgvuldig de centimeters uitpluist met een kwastje om de schatten te vinden? En deze dan liefkozend en zorgvuldig bekijkt, bestudeerd en dan netjes bewaard. en regelmatig weer opzoekt.
Onderwijl op naar een nieuwe aardlaag om het hele traject opnieuw mee te maken.

Ik zag mezelf terug door de ogen van de psychotherapeut en kon me aardig vinden in de metafoor.

En hop, de volgende associaties rolden alweer binnen.
Naast de happy archeoloog, kijkt ‘de gemiddelde’ mens (die bestaat niet natuurlijk, maar laten we hem toch opvoeren voor metafoor-sake) bedenkelijk: ‘wat een poeha om een hoop aarde, ja er zijn nou eenmaal meerdere kleuren grond. En dan waardeloze scherven als ‘schatten’ beschrijven, je kan ook overdrijven!’.

En dat de archeoloog zich dan wat onbegrepen voelt en/of de ander niet begrijpt, maar toch van zijn vak blijft houden?

Oh, wacht, er zijn er natuurlijk ook weer anderen die genieten van de schatten (in musea te bewonderen) en collega-archeologen die graag meesparren.

Associaties en keuzes

Voor wie geheel tot hier gelezen heeft en dacht wat een hak-op-de-tak: klopt. Een klein inkijkje 🙂.

En voor wie dacht: logisch, zo gaat dat in mijn hoofd ook: wat als je daarna maar één van de metaforen zou mogen kiezen? Ja he, ellende!

Nou. En toen kwam dus die opleidingsdag en mochten we in tweetallen maar één metafoor uitkiezen en tekenen. Dat kiezen lukte niet. Na overwegingen en overleg nog niet. Kostte onnodig tijd. Frustratie. Wat is de juiste keuze? Die het beste overbrengt wat we willen zeggen. Ok klaar nu. Dus besloten we weloverwogen (hehe): de stokstaartjes en de archeologen ontmoeten elkaar blijvend op een tekening. Hij is nog niet af die tekening, kan nog aan gewerkt. Zag ik aan de reactie van een collega-student. Ik heb nog een beetje meer tijd nodig…stop. Adem.

Dit hele verhaal omvat het wel een beetje: dat diepverwerkende en omgevings-sensitieve brein.

Stokstaartje en de archeoloog metafoor voor het hoogsensitieve brein

Denk ik nu. Tot er weer een gevoel of gedachte opkomt die hierin niet (kloppend) staat verwoord en het alarm weer afgaat, standje alert de archeoloog op onderzoek uitstuurt om dit blog alsnog te verbeteren.

Snel op verzenden drukken nu dus.

Wijsheid in het woud

Nou meiden, meer jungle kunnen we jullie niet geven”. Ik kijk om me heen en kan alleen maar stil zijn. We zijn na drie uur klauteren, soppen en vallen, zonder een enkel bestaand pad te hebben gezien, aangekomen bij de waterval waarmee een zijrivier van de Rio Napo begint. Midden in het regenwoud, totaal verlaten van de bewoonde wereld.

Met een vriendin ben ik als twintigjarige naar Equador gereisd om een vriend op te zoeken. Vriend B, met wie hij daar is, beklinkt ons moment ergens tussen Tena en Mishualli met bovenstaande woorden. Alle vier worden we in stilte overspoeld door geluk. Ik neem een duik in het water en laat de tocht hierheen nog eens door me heen gaan.

Angsten, aanvaringen en acceptatie

Het was soms pittig, hijgend beklommen we rots na rots door de dichte begroeiing en soms trokken de jongens ons omhoog. Op een moment viel mijn vriendin verkeerd en haalde haar hand flink open. We waren niet op pad gegaan met een EHBO kistje en dit moest wel verbonden worden. Met een afgescheurd T-shirt is een drukverbandje aangelegd. En ze besloot toch door te gaan.

Ergens onderweg leun ik tegen een rots om verder te komen en schreeuw het uit. Mijn spinnenfobie wordt ultiem beproefd: er loopt een reusachtige spin over mijn hand, groter dan mijn hand zelf. Ik sta in shock na te trillen en besluit dat deze angst nu geen ruimte heeft. We moeten hoe dan ook terug naar de bewoonde wereld, die inmiddels 2 uur lopen ver is. We gaan verder. (Die nacht zal ik continu vreselijke nachtmerries hebben over spinnen die mijn leven overnemen. Achteraf een keerpunt, mijn fobie reduceerde de jaren erna tot ongemak rond spinnen.)

Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig

Een stuk verder moeten we de rivier oversteken, vanwege onmogelijk door te komen begroeiing aan onze kant. Zorgvuldig is een plek in de rivier gezocht, smal genoeg om een touw te spannen. Een van de heren worstelt zich door de hevige stroom heen met één kant van het touw. Dan ga ik en ik voel me onoverwinnelijk. Spanning en blijdschap stromen door me heen en ik loop niet volgens opdracht stroomopwaarts langs het touw, maar aan de andere kant. Ik laat het touw zelfs even los om de kracht van het water volledig te ervaren.

Dan gaat het mis. Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig. Vriend B aan de overkant gooit me een touw toe, terwijl ik met de stroom mee genomen word. Wonderbaarlijk genoeg weet ik dat met één hand uit de lucht te grissen, als mijn hoofd een moment boven water komt. Hij trekt me tegen de rots aan, waar ik met zijn hulp, trillende benen en moeite tegenop klim. Ik lach stralend van adrenaline ‘dat was een ervaring!’ en krijg een klap in mijn gezicht en een donderpreek. Of ik wel besef hoe dichtbij verdrinken het was en dat hij dan zijn leven had moeten wagen door me achterna te springen. Vriendelijk verzoek om de situatie serieus te nemen.

De angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val

En nu zwemmen we vreedzaam onder de waterval en klim ik voorzichtig achter vriend A aan omhoog tot halverwege de waterval. Doel is om er van af te springen, terug klimmen is te gevaarlijk. En dan blokkeer ik.

Ik durf met geen mogelijkheid. Hoe ze ook op me inpraten – en ik op mezelf- en wat ze ook voordoen aan sprongen, ik lijk verstijfd. De tijd verstrijkt en ik met mijn onoverwinnelijkheid voel me behoorlijk stom. Maar de angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val, of wat het ook is. Vriend A komt naast me zitten. Praat rustig, maakt grappen. Hoelang we daar zitten weet ik niet, maar samen komen we zover dat ik spring. Mijn gezicht vertrokken van angst en dan de bevrijding van het water, de opluchting en overwinning. Ik kom boven.

Van waterval naar wijsheid

Regenwouden, oceanen, of woestijnen en oude beschavingen als de Maya, Australische Aboriginals, of Kelten, hebben me vele keren geopend. Van alle reizen door de jaren heen raakten vooral die ontmoetingen aan een kracht in mezelf.

Enkele jaren terug deed ik vanuit deze verwondering een basiscursus Sjamanisme. We mogen daar een Axis Mundi (Latijn voor ‘wereldas’) vinden in onze herinneringen. Dit oeroude begrip geeft een verbindingslijn aan tussen het zichtbare en het onzichtbare, tussen het aardse en andere sferen. Via een geleide meditatie en de klanken van de trom, sta ik twintig jaar later ineens weer in de jungle van Equador, bij die waterval. Bijna net zo echt als toen.

Nu erover schrijvend, kan ik geen beter pad van verbinding bedenken dan dat. Daar vielen krachtinspanning, avontuur en overgave samen. Daar werd afzondering van de maatschappij gecombineerd met een wonderlijke nabijheid van mijzelf, rauwe prachtige natuur en vrienden. Daar werden grote angsten verbonden met moed en liefde en er was begrenzing. Ze reisden alle mee, op een manier waar ik toen aan toe was. Daar was ik deel van de wilde natuur. Daar heersten natuurwetten. Daar hing energie van het woud, die ons alle vier oversteeg.

Ik ben blij dat de herinnering levend werd en een levenslange hulpbron mag zijn. Die plek is toegerust me te verbinden met de wijsheid in en om me heen. Ik ga er regelmatig heen en reis door al dat moois in me.

Wat is jouw innerlijke plek waar zoveel samenkomt dat deze bijdraagt aan je evenwicht?

Is hoogsensitiviteit overprikkeling?

Ik ben hoogsensitief, want ik kan de hoeveelheid prikkels in deze maatschappij niet aan!”

Dat klinkt als een logische conclusie. En haast vaststaand, dat er niets anders te doen is dan dit feit maar accepteren. Is het ook kloppend als we kijken naar wat er inmiddels wetenschappelijk bekend is over hoogsensitiviteit? Of hebben we het hier over twee verschillende dingen? En wat is het nut om je te verdiepen in hoogsensitiviteit of emotionaliteit?

De bomen en het bos: hoogsensitief, hooggevoelig, prikkelgevoelig, overprikkeld

Laten we eens op onderzoek gaan en beginnen met de termen. In Nederland worden de woorden hoogsensitief en hooggevoelig door elkaar gebruikt. De Engelse populaire term hiervoor is High Sensitive Person (hsp), waar de wetenschap spreekt over Sensory Processing Sensitivity (SPS). In Belgie kiest professor van Hoof evoor om hoogsensitief en hooggevoelig als twee verschillende zaken te definieren. Dat maakt het soms wat verwarrend. In dit blog kies ik voor hoogsensitief, waar ook HSP, SPS (of in Nederland: hooggevoelig) kan staan.

Kort door de bocht zou je hoogsensitief kunnen lezen als een combinatie van diepgaande verwerking en omgevingsensitiviteit.

Het ‘Belgische hooggevoelig’ heeft te maken met prikkelgevoelig zijn, snel last hebben van zintuigelijke prikkels (licht, geur, labeltjes in kleding, externe stimuli), emotionaliteit door overprikkeling en het gemak waarmee je mentaal overweldigd raakt.

Hoogsensitiveit, een aangeboren positieve eigenschap

Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap, waarvan de afwijkende breinwerking is gezien op hersenscans. Je bent meer zelfbewust (voor de liefhebber: onderzoekers vonden een actievere Precuneus, waar het vermogen voor zelfreflectie en zelfbewustzijn zetelt), neemt meer nuances waar en verwerkt (zintuigelijke) prikkels grondiger (er zijn meer hersengebieden betrokken). Je wordt geraakt door subtiele en positieve dingen in het leven, zoals muziek, kunst en lekker eten. Je bent nieuwsgierig en empathisch. Het sterk geraakt worden geldt ook voor de ‘moeilijke’ emoties zoals afwijzing, schaamte, angst, overweldiging in het leven.

Uit onderzoek blijkt dat een hoogsensitief persoon meer hersteltijd nodig na afloop van taken/bezigheden. Kort geinterpreteerd: overprikkeling kan een gevolg kan zijn van hoogsensitiviteit, maar dat hoeft niet. Uit ander onderzoek blijkt dat een (positieve) omgeving meer invloed heeft op een hoogsensitief persoon, dan op de minder sensitieve persoon. De hoogsenstieve persoon kan in een positieve omgeving volledig tot bloei komen en volop van het leven in alle nuances genieten.

Emotionaliteit en prikkelgevoeligheid

Prikkelgevoeligheid op zichzelf kan hele andere oorzaken hebben, zoals trauma of een stoornis in het autisme-spectrum. Een getraumatiseerd persoon laat ook kenmerken zien als overalertheid, schrikachtig, moeilijker grenzen ervaren en/of aangeven, of emoties van anderen moeilijk kunnen onderscheiden van de eigen emotie. Daarnaast kan een persoon met trekken van autisme zeer overprikkeld raken van kleding, ruzie, lawaai of hitte en kou. En natuurlijk zal ook iemand die ver voorbij de eigen (prikkel)grens is doorgegaan, overprikkeld zijn. Emotionaliteit door overprikkeling heeft aandacht nodig. Het kan bij gebrek daaraan leiden tot een constante staat van stress en een voortdurend overweldigd voelen door de eisen van een hectische maatschappij. Soms lukt het niet om zonder hulp uit de overweldiging te komen en is er professionele hulp nodig.

Heb je als hoogsensitief persoon iets te leren?

We zagen al dat de kern van hoogsensitiviteit een kwaliteit is én tegelijk dat een hoogsensitief persoon meer prikkelgevoelig is, door het zien en voelen van vele nuances en de diepgaande verwerking ervan. Dat betekent ook dat je als hoogsensitief persoon voortdurend overprikkeld kan raken als je je eigen sensitiviteit niet kent, niet geoefend hebt met grenzen en afwijken van de meerderheid, of niet geleerd hebt hoe ‘goed voor jezelf zorgen’ er dagelijks uitziet, op de lange termijn. Herken je dat?

Het is belangrijk te leren wanneer het nodig is je even terug te trekken uit de drukte en hoe op tijd een rustdag in te plannen. Maar gezien je omgevingssensitiviteit ook, hoe je omgeving invloed op je heeft en hoe een veilige omgeving voor jezelf te creeeren. Ontdek en expirimenteer om te leren hoe jij het beste ontprikkelt en energie krijgt en tot slot heel belangrijk: hoe je kan oefenen in veerkracht. Zeker in deze snelle en overvloedige samenleving. Het kennen van je eigen brein en je (andersoortige) behoeften steunen je om zorgvuldig met deze bijzondere eigenschap te leven en er vooral van te genieten.

Uiteindelijk gaat het niet over ‘termen’, maar over jou: wat jij nodig hebt en de wereld te geven hebt.

 

Eigenwijs in Evenwicht biedt lezingen, workshops en begeleiding op het sensitieve pad 

Ik wil niet meer bij jou wonen: systemisch kijken deel 2

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. De ziekte die plots heftig langs kwam, ontregelde mij en ons gezin al een jaar. Naast alle artsen die ik zag, voelde ik aan dat er vanuit een systemische blik inzichten konden komen. Op oude patronen die mogelijk mede oorzaak waren dat de ziekte zijn kans kreeg. Dus ik volgde (aangepast aan mijn toenmalige gezondheidsituatie en beperkingen) de opleiding tot opsteller. Professioneel zou ik als coach vanzelfsprekend ook nieuwe inzichten en vaardigheden opdoen.

Mijn intuitie bleek terecht. Wat een reeks van krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Er kwam een blogserie over de impact van deze opleiding en het systemisch coachen. De toevoeging van de systemische laag bracht moois voor mij als sensitief mens en voor degenen die ik mocht begeleiden. Dat het verder mag inspireren!

Deel 2

“Ik wil niet meer bij jou wonen!”

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Ik slik toch even en vraag dan waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?
‘Dat ik niet wil leven’.
Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten gaan door me heen.
Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Systemische invalshoek: iedereen heeft een plek en hoort erbij
Ik pak opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat vlakbij het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Het Isha-popje kijkt nog steeds naar het leven.

Het complete leven
Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is. En ik? Ik ben gelukkig met haar.
Augustus 2017

Over grenzen : systemisch kijken deel 1

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. Mijn intuïtie bleek terecht. Wat een reeks krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Als inspiratie dan toch.

Deel 1

“Ik sta nu op je tenen en je zegt nog steeds geen stop.” De trainster van de opleiding Opstellingen kijkt me aan. De opdracht was om vanaf drie meter afstand de ander dichterbij te laten komen en stop te zeggen als het nabij genoeg was. Ze kwam steeds dichterbij. En nergens ervaarde ik een stop moment. Dus staat we nu hoofd aan hoofd.

“Denk je na?”. Uhm, nu wel. Tijdens de oefening kwam geen enkele gedachte voorbij. Ik was bij mijn ademhaling, mijn voeten op de grond en ik keek in haar ogen. Nu vraag ik me af of ik nabijheid dan prima vind, of juist dat ik me onbewust wapen, zodat ik de nabijheid aankan.

Ik stel voor mijn ogen dicht te doen, dan kan ik beter voelen. Dan grijpt ze in. Want, wat ik wil leren is met mijn ogen open, de omgeving die er is, er laten zijn, erkennen en daarmee toch mijn persoonlijke grens ervaren.

Een geschiedenis in grenzen onderzoek

Het thema grenzen is alom vertegenwoordigd. Veel mensen om me heen zijn hierin zoekende. Deze maatschappij met zoveel prikkels en de tijdsgeest dragen daaraan bij. Sensitieve mensen of mensen met trauma in hun zenuwstelsel hebben vaak een extra hindernis door een natuurlijke opmerkzaamheid en een aangeleerde (over)alertijd.

Zelf ben ik er al 20 jaar mee bezig. In persoonlijke ontwikkeling, na heftige life-events en in mijn professionele leven. Ik las er (veel) theorie over. Ik bracht het meermaals in tijdens intervisiebijeenkomsten op mijn werk, sprak erover met coaches en schreef erover. Ik had best inzicht in wat er bij mij gebeurde. Een van mijn collega’s vatte mijn worsteling goed samen: ‘Ik begrijp het niet. Jij voelt en ziet veel, je bent intuitief en durft daar ook naar te leven en je ratio staat er sterk naast. Hoe kan het dan zijn dat je je grenzen niet voelt of naleeft. En hoe zou dat wel lukken?”

Een van de wegen waarop ik uitkwam door die vraag te blijven onderzoeken, kun je lezen in dit blog ‘alles kan’. Voor nu wil ik vooral aangeven, dat het niet een nieuw pad was voor me. En die laatste vraag, ‘hoe dan wel met die grenzen?’, kwam in bovenstaand geschetste situatie ineens een stap dichterbij.

Perifere blik en voelen zonder oordeel

De trainster stelt voor om opnieuw op drie meter afstand van elkaar te gaan staan. Ze introduceert een nieuw element: de ‘perifere blik’. Mijn ogen blijven in de richting van haar ogen, maar ook op de hele omgeving. Ze stapt dichterbij en dan ineens, voel ik en zeg ik tegelijk: ‘Stop maar, dat is ver genoeg’.

Ik buitel van binnen door elkaar. Het was geen negatief gevoel, geen ‘hé als je nu eens stopt, je gaat over mijn grens’, geen irritatie of afwijzing naar de ander. Het was ook geen positief gevoel, geen blijheid om de nabijheid of afstand. Het was neutraal.

Ineens dringt het door: ‘Een grens is een feit dat je in je lichaam kunt voelen, zonder zwart of wit. Dit is brandnew. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik heb een grens gevoeld! Niet achteraf, als ik ervaar hoe uitgeput, ziek of overprikkeld ik ben. Niet in het moment een afweer of irritatie voele die dan al dan niet uitspreken. Gewoon een heel zuiver feitelijk ‘stop’, zonder lading. Mijn lichaam geeft dat gewoon aan!

Systemische kracht

In het systemisch werken is het ‘blanco’ aanwezig kunnen zijn belangrijk om in te pluggen in het grotere geheel. Daarvoor is het perifere zicht handig, om  de impulsen in je eigen lichaam helder te ervaren. Dat is waar je mee werkt voor de client, zodat er inzichten en helende bewegingen kunnen ontstaan.

Bewaker van mijn gezondheid

Uiteraard is dit niet de eerste keer dat ik zonder focus kijk. Voor intuitieve impulsen is de perifere blik voorwaarde. En daar heb ik ruimschoots ervaring mee. Van de nacht dat ik wakker werd en wist dat ‘mijn auto nu gestolen wordt’, naar het balkon rende en 3 jongens mijn auto zag meenemen, naar het aanvoelen wat er speelde bij clienten en hoe daar samen bij te komen, naar de vele keren in het moederschap, tot bij het aannemen van nieuwe medewerkers. In alle gevallen gaf mijn lichaam signalen vanuit een bredere blik.

Nu gaat het echter om mijn lichaam zelf. Het bewakingssysteem voor mijn gezondheid dat mijn aandacht nodig heeft. Ik herkende de signalen niet. Misschien door teveel focus op de buitenwereld, geforceerde timing, of te weinig waarde voor mijn lichaam en gezondheid. But, times they are changing.

’s Avonds bel ik lief ‘dag 1 van de opleiding en het is het nu al waard! Ik heb een grens gevoeld!’.

Oefenen met de dood

Gepubliceerd op mamaschrijft op 9 februari 2018

Oefenen met de dood

Met ogen vol verdriet staat ons vijfjarige meisje bij de vierkante vissenkom. Op de bodem een vrijwel levenloze sluierstaart. Haar visje sinds 2 jaar, Mickey. Ik schiet heen en weer tussen haar verdriet ruimte geven en gedachten als ‘het is maar een vis’. Ineens weet ik weer dat onze dode vissen vroeger gewoon door de wc gespoeld werden. Ik schreef er dan achteraf over in mijn dagboek en tekende er tranen bij. Ik besluit dit proces met dochter in te gaan.

Opties voor herstel en aandacht

Samen kijken we naar de zieke vis, ik zoek op internet oplossingen of tips en lees dat ik het beste het diertje dood kan slaan. Enigszins voorzichtig, met andere woorden dus, breng ik dat nieuws. Ze is vastberaden ‘bel een dierenarts!’. ‘Uhm, er is geen vissendierenarts, liefje’. Dat is beneden alle peil, dat dierenartsen vissen niet belangrijk genoeg vinden. En als haar rechtvaardigheidsgevoel zich zo laat zien, vind ik dat ze daar wel een punt heeft. Dus ik denk even na en bel dan de dierenwinkel die ook vissen verkoopt om doktersadvies te vragen.

De vriendelijke stem aan de andere kant geeft, na enkele vragen, ook het advies om de vis te doden. Ik vertel dat er een vijfjarig verdrietig meisje naast me staat. De stem doet een onvoorstelbaar lief aanbod: ‘kom maar met de vis en het meisje naar de winkel’.

Dat stelt dochter even gerust. Ik vraag haar wat ze voelt of nog wil zeggen aan Mickey. In tranen stamelt ze wat. Ik vraag of ze een briefje wil schrijven. Ze zit al met stiften en papier voordat ik uitgesproken ben. Een brief aan Mikey wordt het. Die op de kom geplakt wordt. Zo staan we 10 minuten later in de winkel met een gele brief. Onderweg in de auto bereid ik haar voor dat er grote kans is dat haar vis toch dood zal gaan. Ze knikte alleen maar.

Waarom zo serieus rond een bijna dode vis?

Intussen ben ik dankbaar dat deze dood enigszins aangekondigd komt en ik als moeder haar kan helpen om te gaan met de emoties die horen bij de dood. Alle fases van rouwverwerking zullen voorbij komen. Ontkenning (zit ze middenin nu), boosheid (een verdedigingsmechanisme dat haar nu al kracht geeft), het gevecht aangaan (of eigen doelen opleggen), depressie (het machteloze gevoel dat je echt niets kan doen aan de dood) en tot slotte aanvaarding. Ik bereid haar graag voor, nu bij deze vis, op de verliezen in het leven die zonder twijfel gaan komen.

Ik wilde schrijven ‘deze vis als minder groot verlies’, maar dat klopt feitelijk niet met de emoties die overweldigend groot kunnen zijn bij de dood van een huisdier voor een kind. Het verdriet, de machteloosheid en boosheid staan op zichzelf, niet evenredig met de oorzaak. Dat is de reden dat ik haar nu volg en begeleid. Zodat ze, op een dag als ze volwassen is, of als ik er niet meer ben, gereedschappen in zichzelf heeft klaarliggen, om met heftige emoties en situaties om te gaan.

Meebuigende medewerkers en een intuïtief kind

De winkelbediende loopt ons voor naar de aquaria. Ik blijf op de achtergrond. Mickey mag een nachtje tussen andere vissen ‘om te zien of hij zal opknappen’. Ze staat met haar neus tegen het glas te kijken. Als ze ziet dat de andere vissen Mickey porren en duwen, schreeuwt ze het haast uit in tranen. ‘Hij moet eruit, haal hem eruit, ze vallen hem aan’. Mijn rationele neiging tot uitleg ‘dat dieren zo met een ziek dier omgaan’ hou ik voor me. De winkelmevrouw pakt het anders aan. ‘Ik haal hem eruit en we zetten hem bij de jonge visjes. Die zijn vast liever voor hem.’ En zo geschiedt. De babyvisjes laten Mikey met rust. De brief mag op het aquarium. Morgen komen we weer kijken.

Als we de winkel uit willen lopen, draait onze vijfjarige zich om ‘als hij vannacht doodgaat, wil ik hem ophalen. Bewaren jullie hem dan?’. De verbaasde gezichten achter de toonbank knikken.

Ik ben verbaasd over hoe ze precies weet wat ze nodig heeft en dat ook gewoon durft uit te spreken. En leer zelf ook een beetje bij. Ze huilt onderweg naar huis nog even.

Begrafenis

Mickey gaat die nacht dood, wordt de volgende dag opgehaald en thuis in een door dochter gemaakt doosje met watten gelegd. Ze graaft met papa en zusje een gat in de tuin. Zusje van twee zwaait en zegt ‘dag isj’ als hij het gat in gaat. Mijn dochter maakt zelf nog een herdenkingsteken voor in het zand. Die mept ze met een hamer de grond in boven de vis.

En dan? Dan is het klaar. De tranen hebben gestroomd, de daden zijn verricht en de vissenliefde kreeg ruimbaan. Ze gaat over tot de orde van de dag. De weken erna zegt ze soms dat ze Mickey mist. Ze wil geen nieuwe vis.

Tot op een dag ze wel een nieuwe vis wil. Het is geen vervanger. Hij krijgt een nieuwe naam en er ontstaat een nieuwe vissenrelatie.

https://www.mamaschrijft.nl/wp-content/uploads/2018/02/IMG_2599.jpg

Waarom straffen contraproductief is

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 1 januari 2018

https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/3x-waarom-straffen-contraproductief-is

De meeste ouders straffen hun kind wel eens om ze te leren wat wel en niet mag. Monike kiest ervoor niet te straffen, omdat het averechts kan werken. En wel om deze redenen…

‘Niet tegen mijn moeder zeggen he?’, het zevenjarige vriendinnetje is met dochterlief bij me op de bank gekropen. Ze kijkt me met blije verwachting aan en wil dolgraag verder gaan met haar verhaal. Even voel ik mijn maag samentrekken van alle tegenstellingen en wat ik nu zou horen te doen. Dan besluit ik dat te laten, kijk haar aan en vraag naar het verhaal.

Ze vertelt over de keer dat ze straf had. Op haar kamer alleen verder moest eten. Dat wilde ze niet en ze bedacht dat ze het eten uit het raam kon gooien. Maar iemand zou het daar vinden. Uiteindelijk had ze de bloemkool onder in een tas gestopt met iets van plastic erover heen. Het lege bord had ze aan haar ouders laten zien. Ik vraag waar de groenten nu zijn. Ze zitten nog in de tas. Ze bedenkt ter plekke dat ze het kan meenemen om schoon te maken. Dochter en vriendin staan daarna op en spelen verder.

Straffen gaat voorbij aan de behoefte

Een week later zit het nog in mijn hoofd. Ik mijmer over straffen en wat ik er ooit over las. Straf gaat voorbij aan de oorzaak van gedrag (vrijwel altijd een, door ons als ouders, nog niet ondekte of ondergeschoven behoefte) en laat een kind zich ongehoord voelen. Daarbij stimuleert het, net als belonen, extrinsieke motivatie. Ik schrok ooit toen ik het onderzoek las waar op hersensscans dezelfde hersengebieden actief werden bij straf door uitsluiting, zoals een time-out, als fysieke mishandeling. Genegeerd worden door jou als ouder raakt aan de oerangst om je liefde te verliezen.

Korte termijn winst, contraproductief op de lange termijn

Recent las ik opnieuw waarom straffen op lange termijn contraproductief is. Alfie Kohn schrijft in zijn boek Unconditional Parenting over beloning en straffen en redenen om te overwegen of je wil doorgaan met straffen. Enkele daaruit:

  1. Mensen voelen zich door straf een slachtoffer, en als dat maar vaak genoeg gebeurt, kunnen ze uiteindelijk slachtoffers gaan maken. Ik denk aan pestgedrag. Of de keren dat dat ik hoorde dreigen ‘dan ben je mijn vriendin niet meer’ of ‘anders mag jij niet op mijn feestje komen’. Ze geven door wat ze leerden: straf.
  2. Straf verliest zijn effectiviteit. Niemand ontkent dat straf werkt. Op de korte termijn. Dat leerden we van Pavlov en Skinner, die expirimenteerden met gedragsbeinvloeding. Op dieren. Angst voor pijn en vermijden van iets onprettigs zorgt voor gedragsaanpassing, maar onze hersens hebben er steeds meer van nodig. Hoe ga je dat doen als ouder? Steeds zwaarder straffen?
  3. Het leidt een kind af van waar het om gaat. Kijk naar bovenstaand voorbeeld. Het meisje is niet bezig met de reden van de straf. Die heb ik niet eens gehoord in het hele verhaal. Wij mensen willen de consequentie verlichten. En het gaat niet meer over de ander, laat staan over de vraag ‘wat voor mens wil ik zijn en hoe wil ik in relatie tot anderen staan?’.

Kohn zegt dat kinderen door straf leren liegen en dat de relatie met de ouders kan ondermijnen. Pittige stellingname, maar het houdt me bezig. Want ik zie mooie ouders vanuit positieve intenties straf als opvoedmethode hanteren.

Luisteren met een oordeelloos hart

Er zijn nogal wat verschillende opvoedvisies en -methodes, met ook fysieke en mentale straffen. Ik maakte ze van dichtbij mee met Nederlandse ouders en in mijn jarenlange werk met vluchtelingen-ouders, in vele landen en nu we in India leven zeker. Hier is straf, ook fysiek, de normaalste zaak van de wereld. Mijn hart krimpt samen bij de gedachte eraan. Helemaal toen vorige week een kind het uitgilde ‘please stop!’, toen heb ik de moed verzameld aan te kloppen met de vraag of ik kon helpen. Desondanks blijft de vraag: wie ben ik om te oordelen over bepaalde methodes en daarmee hele werelddelen?

Blijven ontdekken

Wat ik kan doen, is blijven ontdekken wat mijn eigen weg is, die van onze kinderen en (waar mogelijk) die van anderen. Wat heb ik en heeft de ander in dit moment nodig? Daarmee blijf ik zoveel mogelijk weg van straf en poog luisterend mee te zoeken naar de onderliggende behoefte.

De rust en vanzelfsprekendheid van het moment op de bank komt me weer voor ogen. Het ontstond mede doordat ik niet bezig was met haar gedrag (in gedachten) af te keuren of grappig te vinden. Ik wilde haar gewoon horen. Ik ben dankbaar voor haar delen. Alle ouders en alle opvoedingen kennen beperkingen, die soms leiden tot een geheim of ongeziene behoefte van een kind. Ik hoop dat op de momenten dit speelt bij onze kinderen, andere volwassenen ook zonder oordeel naar hen luisteren en gewoon even bij hen zijn.

Een ritueel voor een nieuwe (oude) scooter.

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 14 november 2017
https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/een-ritueel-voor-een-nieuwe-oude-scooter

Lang leve de vrijheid! Monike en haar gezin die in India wonen hebben een scooter. En geheel Indian Style, rijden ze daar gewoon met z’n vieren op én krijgt de scooter een ritueel.

Ja, we hebben een scooter dus. Maar die scooter was er niet zomaar. Drie maanden lang hebben we pogingen gedaan om er een op de kop te tikken. Er rijden nogal wat motorbikes en scooters hier, dus dat leek geen probleem. Dat denken we wel vaker, dat iets ‘even snel’ te regelen is. India heeft zijn eigen ondoorgrondelijke logica-wetten. En de scootie bleek een grote uitdaging.

We bleven proberen, want meer autonomie en goedkoper vervoer was gewenst. Vorige week was zo ver: mijn echtgeliefde reed onze nieuwe aanwinst voor. Einde zoektocht en verhaal. Niet hier in India.

Een ritueel moest er komen volgens Indiase vrienden.
Met een Har (bloemenslinger), kokosnoot en ‘sweets’. Dus we togen naar de markt, liepen kraampjes en shopjes af voor de benodigde symbolen, de meiden kozen met zorg mee. Oh, en de scooter moest gewassen worden. Ik mijmer intussen in de warme zon. In Nederland initieerde ik regelmatig een ritueel met de kinderen. Als ze naar een nieuwe klas gingen, rondom een belangrijk moment, bij ziekte/gezondheid, de dood van een vis, een magische schatkist voor dagelijks kleine ritueeltjes, of als iets na veel oefenen gelukt is. De kinderen genoten ervan, emoties kregen ruimte en de handelingen zorgden vaak voor spontane woorden en extra inkijkjes in de belevingswereld van de meiden.

De glimlach wijkt niet van mijn gezicht dus, dat ons een ritueel in de schoot geworpen wordt, hier in India bij deze mijlpaal (de aanhouder wint!)

Lokaal ritueel voor een nieuwe auto of scooter

Indiase gebruiken in blanke handen
De volgende avond is het zover. Met vrienden en buurtgenoten die toestromen, staan we netjes gekleed bij de scooter die de bloemenkrans om krijgt. Een olielampje met de verschillende gekleurde specerijen op een zilveren blad wordt vooruit gehouden. De kruiden worden naar alle windrichtingen gegooid en met het vermiljoenrode Sindur wordt een Swastika op de voorkant van onze tweewieler getekend. Onze oudste dochter beweegt, volgens Indiaas gebruik, het olielampje rond voor de scooter. Dan slaat lief de kokosnoot kapot en het sap gaat over de banden. Tot slot delen we het lekkers uit aan alle aanwezigen en krijgen we van iedereen een felicitatiehand.

De voordelen van een ritueel
Een westerling die ervan hoorde, zei ‘all that for a secondhand scooter?!’ Zo’n ritueel is vanuit Westers standpunt misschien overdreven. Waarom ik een voorstander ben van goed gekozen rituelen, is om de kracht ervan. Het blijft hangen en geeft richting. Onder andere door symbolen die verwijzen naar waarden die je belangrijk vindt in je gezin. Ook bevestigt of versterkt het de verbinding met elkaar, door samen stil te staan of vooruit te kijken. Vooral geeft het volle aandacht, in dit geval aan de risico’s en het vrije gevoel. Aandacht verdiept een ervaring en helpt ons mensen beter te leren, mooie bijwerking toch? En als bonus creeert een ritueel warme herinneringen voor de kinderen, waar ze later graag aan terug denken.

We vieren vrijheid en veiligheid
Bij dit ritueel waren ‘vrijheid en veiligheid’ mijn intenties. Dat paste ‘toevallig’ ook bij de symboliek en de betekenis volgens oude Indiase geschriften. Het olielampje staat voor licht dat beter zicht mogelijk maakt. Het kapotslaan van de kokosnoot staat voor ruimte voor ons ware zelf, voorbij de harde schil van ons ego. In het kader van veiligheid zijn beide wel zo prettig in het (gekke Indiase) verkeer.

Bloemenkrans toont nog het ritueel en brengt felicitaties

En ook is het gewoon een feestje! We vieren ons 3-maandse-doorzettingsvermogen en dat we elk willekeurig moment kunnen opstappen naar de winkel, of op ontdekkingstocht. De kleine ceremonie verankert daarbij onze dankbaarheid. Het is niet vanzelfsprekend dat je als mens kan aanschaffen wat je wenst, zeker niet in India.

On the road – freedom

 

De volgende ochtend stappen we alle vier bewuster op de scootie en we genieten van de wensen voor een veilige scootertijd, op een extra rustig tempo, van de wind in onze haren.