Menu Close

Tag: dieperdandeemotie

Is hoogsensitiviteit overprikkeling?

Ik ben hoogsensitief, want ik kan de hoeveelheid prikkels in deze maatschappij niet aan!”

Dat klinkt als een logische conclusie. En haast vaststaand, dat er niets anders te doen is dan dit feit maar accepteren. Is het ook kloppend als we kijken naar wat er inmiddels wetenschappelijk bekend is over hoogsensitiviteit? Of hebben we het hier over twee verschillende dingen? En wat is het nut om je te verdiepen in hoogsensitiviteit of emotionaliteit?

De bomen en het bos: hoogsensitief, hooggevoelig, prikkelgevoelig, overprikkeld

Laten we eens op onderzoek gaan en beginnen met de termen. In Nederland worden de woorden hoogsensitief en hooggevoelig door elkaar gebruikt. De Engelse populaire term hiervoor is High Sensitive Person (hsp), waar de wetenschap spreekt over Sensory Processing Sensitivity (SPS). In Belgie kiest professor van Hoof evoor om hoogsensitief en hooggevoelig als twee verschillende zaken te definieren. Dat maakt het soms wat verwarrend. In dit blog kies ik voor hoogsensitief, waar ook HSP, SPS (of in Nederland: hooggevoelig) kan staan.

Kort door de bocht zou je hoogsensitief kunnen lezen als een combinatie van diepgaande verwerking en omgevingsensitiviteit.

Het ‘Belgische hooggevoelig’ heeft te maken met prikkelgevoelig zijn, snel last hebben van zintuigelijke prikkels (licht, geur, labeltjes in kleding, externe stimuli), emotionaliteit door overprikkeling en het gemak waarmee je mentaal overweldigd raakt.

Hoogsensitiveit, een aangeboren positieve eigenschap

Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap, waarvan de afwijkende breinwerking is gezien op hersenscans. Je bent meer zelfbewust (voor de liefhebber: onderzoekers vonden een actievere Precuneus, waar het vermogen voor zelfreflectie en zelfbewustzijn zetelt), neemt meer nuances waar en verwerkt (zintuigelijke) prikkels grondiger (er zijn meer hersengebieden betrokken). Je wordt geraakt door subtiele en positieve dingen in het leven, zoals muziek, kunst en lekker eten. Je bent nieuwsgierig en empathisch. Het sterk geraakt worden geldt ook voor de ‘moeilijke’ emoties zoals afwijzing, schaamte, angst, overweldiging in het leven.

Uit onderzoek blijkt dat een hoogsensitief persoon meer hersteltijd nodig na afloop van taken/bezigheden. Kort geinterpreteerd: overprikkeling kan een gevolg kan zijn van hoogsensitiviteit, maar dat hoeft niet. Uit ander onderzoek blijkt dat een (positieve) omgeving meer invloed heeft op een hoogsensitief persoon, dan op de minder sensitieve persoon. De hoogsenstieve persoon kan in een positieve omgeving volledig tot bloei komen en volop van het leven in alle nuances genieten.

Emotionaliteit en prikkelgevoeligheid

Prikkelgevoeligheid op zichzelf kan hele andere oorzaken hebben, zoals trauma of een stoornis in het autisme-spectrum. Een getraumatiseerd persoon laat ook kenmerken zien als overalertheid, schrikachtig, moeilijker grenzen ervaren en/of aangeven, of emoties van anderen moeilijk kunnen onderscheiden van de eigen emotie. Daarnaast kan een persoon met trekken van autisme zeer overprikkeld raken van kleding, ruzie, lawaai of hitte en kou. En natuurlijk zal ook iemand die ver voorbij de eigen (prikkel)grens is doorgegaan, overprikkeld zijn. Emotionaliteit door overprikkeling heeft aandacht nodig. Het kan bij gebrek daaraan leiden tot een constante staat van stress en een voortdurend overweldigd voelen door de eisen van een hectische maatschappij. Soms lukt het niet om zonder hulp uit de overweldiging te komen en is er professionele hulp nodig.

Heb je als hoogsensitief persoon iets te leren?

We zagen al dat de kern van hoogsensitiviteit een kwaliteit is én tegelijk dat een hoogsensitief persoon meer prikkelgevoelig is, door het zien en voelen van vele nuances en de diepgaande verwerking ervan. Dat betekent ook dat je als hoogsensitief persoon voortdurend overprikkeld kan raken als je je eigen sensitiviteit niet kent, niet geoefend hebt met grenzen en afwijken van de meerderheid, of niet geleerd hebt hoe ‘goed voor jezelf zorgen’ er dagelijks uitziet, op de lange termijn. Herken je dat?

Het is belangrijk te leren wanneer het nodig is je even terug te trekken uit de drukte en hoe op tijd een rustdag in te plannen. Maar gezien je omgevingssensitiviteit ook, hoe je omgeving invloed op je heeft en hoe een veilige omgeving voor jezelf te creeeren. Ontdek en expirimenteer om te leren hoe jij het beste ontprikkelt en energie krijgt en tot slot heel belangrijk: hoe je kan oefenen in veerkracht. Zeker in deze snelle en overvloedige samenleving. Het kennen van je eigen brein en je (andersoortige) behoeften steunen je om zorgvuldig met deze bijzondere eigenschap te leven en er vooral van te genieten.

Uiteindelijk gaat het niet over ‘termen’, maar over jou: wat jij nodig hebt en de wereld te geven hebt.

 

Eigenwijs in Evenwicht biedt lezingen, workshops en begeleiding op het sensitieve pad 

Ik wil niet meer bij jou wonen: systemisch kijken deel 2

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. De ziekte die plots heftig langs kwam, ontregelde mij en ons gezin al een jaar. Naast alle artsen die ik zag, voelde ik aan dat er vanuit een systemische blik inzichten konden komen. Op oude patronen die mogelijk mede oorzaak waren dat de ziekte zijn kans kreeg. Dus ik volgde (aangepast aan mijn toenmalige gezondheidsituatie en beperkingen) de opleiding tot opsteller. Professioneel zou ik als coach vanzelfsprekend ook nieuwe inzichten en vaardigheden opdoen.

Mijn intuitie bleek terecht. Wat een reeks van krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Er kwam een blogserie over de impact van deze opleiding en het systemisch coachen. De toevoeging van de systemische laag bracht moois voor mij als sensitief mens en voor degenen die ik mocht begeleiden. Dat het verder mag inspireren!

Deel 2

“Ik wil niet meer bij jou wonen!”

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Ik slik toch even en vraag dan waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?
‘Dat ik niet wil leven’.
Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten gaan door me heen.
Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Systemische invalshoek: iedereen heeft een plek en hoort erbij
Ik pak opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat vlakbij het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Het Isha-popje kijkt nog steeds naar het leven.

Het complete leven
Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is. En ik? Ik ben gelukkig met haar.
Augustus 2017

Sterven doe je niet ineens

De adem stokt in mijn keel van de tranen die daar klem zitten. Ik zit op mijn stapelbed met mijn benen over de rand. Met alle macht hou ik me overeind en maak geen geluid. Mijn moeder roept iets over de kleren die ik morgen aan moet. En de kamer moet opgeruimd. Mijn opa is vandaag gestorven.

De vader van mijn vader. Hij was oud. En ziek. Maar ja, dood? Ik ben een jaar of 10 en heb behalve met huisdieren en kennissen van mijn ouders nog niet eerder de dood dichtbij meegemaakt. Dat zal ook deze keer niet echt gebeuren. Ik merk aan alles dat het nu niet de tijd is om iets aan mijn ouders te vragen. Ook niet om te zeggen hoe geschokt ik ben en bang en verdrietig.

Ik draai me van de deur weg als ik voetstappen hoor

De tranen lopen over mijn gezicht en ik wil niet dat hij dood is. Maar de gewone dingen gaan door: iemand doucht, mijn ouders maken ruzie, mijn zusje loopt naar boven. Als iemand mijn kamer inloopt en me iets vraagt doe ik alsof ik al slaap om tijd te rekken. De vraag wordt herhaalt. Ik veeg tranen weg, knijp in mijn wangen zodat niet alleen mijn ogen rood zijn, en richt me maar half op. Kortaf geef ik antwoord en ga weer liggen met mijn gezicht naar de muur.

Ik vraag me af hoe het voor mijn vader is, dat hij geen vader meer heeft. Ik denk dat mijn moeder blij is van de zorg af te zijn. Ik hoor dat ze probeert aardig tegen mijn vader te praten. Zou hij pijn gehad hebben?

Ik hoor blijkbaar geen verdriet te hebben, dat heeft verder ook niemand in huis. Alles gaat door alsof er niemand dood is. Geen tranen, geen gesprekjes, geen stilstaan met een tekening of gedicht.

Op de rouwkaart komt later een gedichtje van Toon Hermans

Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf
’t is vreemd, maar die vergeet je
Het is je dikwijls zelfs ontgaan
je zegt: ik ben wat moe
maar op ’n keer dan ben je aan
je laatste beetje toe.

Ik lees en herlees het. Het is intrigerend, ik verhoud me er steeds iets anders toe. De maanden en jaren gaan voorbij. Dat gedichtje draag ik altijd bij me.

Dit overlijden is ook het startmoment voor het lezen van rouwadvertenties. Ik zit elke dag achter de bank met de krant op de grond en lees alle overlijdensberichten. Elk detail. De leeftijd, wie er achterbleef, hoe oud de achterblijvers waren, hoe lang boven de grond, en wat voor begeleidend tekstje erbij gekozen is. Soms kom ik hetzelfde gedichtje als bij opa tegen. Ik voel verdriet voor de nabestaanden. De tranen lopen uit mijn ogen. Als ik voetstappen hoor, sla ik de krant open op een andere bladzijde. Zo ben ik elke dag even alleen.

En sterf ik af en toe een beetje, maar zonder te vergeten.

Herken je hier elementen uit? Wil je dat anders voor de komende generatie?
Hoe kun je een kind begeleiden in zo’n proces? Wat kan het een gevoel van steun geven?
De workshop “Rouw en Verlies bij kinderen: bewust omgaan met de dood” biedt handvatten en is tevens een mooi moment voor erkenning van delen in jezelf. Zie hier voor data en informatie.

Waarom straffen contraproductief is

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 1 januari 2018

https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/3x-waarom-straffen-contraproductief-is

De meeste ouders straffen hun kind wel eens om ze te leren wat wel en niet mag. Monike kiest ervoor niet te straffen, omdat het averechts kan werken. En wel om deze redenen…

‘Niet tegen mijn moeder zeggen he?’, het zevenjarige vriendinnetje is met dochterlief bij me op de bank gekropen. Ze kijkt me met blije verwachting aan en wil dolgraag verder gaan met haar verhaal. Even voel ik mijn maag samentrekken van alle tegenstellingen en wat ik nu zou horen te doen. Dan besluit ik dat te laten, kijk haar aan en vraag naar het verhaal.

Ze vertelt over de keer dat ze straf had. Op haar kamer alleen verder moest eten. Dat wilde ze niet en ze bedacht dat ze het eten uit het raam kon gooien. Maar iemand zou het daar vinden. Uiteindelijk had ze de bloemkool onder in een tas gestopt met iets van plastic erover heen. Het lege bord had ze aan haar ouders laten zien. Ik vraag waar de groenten nu zijn. Ze zitten nog in de tas. Ze bedenkt ter plekke dat ze het kan meenemen om schoon te maken. Dochter en vriendin staan daarna op en spelen verder.

Straffen gaat voorbij aan de behoefte

Een week later zit het nog in mijn hoofd. Ik mijmer over straffen en wat ik er ooit over las. Straf gaat voorbij aan de oorzaak van gedrag (vrijwel altijd een, door ons als ouders, nog niet ondekte of ondergeschoven behoefte) en laat een kind zich ongehoord voelen. Daarbij stimuleert het, net als belonen, extrinsieke motivatie. Ik schrok ooit toen ik het onderzoek las waar op hersensscans dezelfde hersengebieden actief werden bij straf door uitsluiting, zoals een time-out, als fysieke mishandeling. Genegeerd worden door jou als ouder raakt aan de oerangst om je liefde te verliezen.

Korte termijn winst, contraproductief op de lange termijn

Recent las ik opnieuw waarom straffen op lange termijn contraproductief is. Alfie Kohn schrijft in zijn boek Unconditional Parenting over beloning en straffen en redenen om te overwegen of je wil doorgaan met straffen. Enkele daaruit:

  1. Mensen voelen zich door straf een slachtoffer, en als dat maar vaak genoeg gebeurt, kunnen ze uiteindelijk slachtoffers gaan maken. Ik denk aan pestgedrag. Of de keren dat dat ik hoorde dreigen ‘dan ben je mijn vriendin niet meer’ of ‘anders mag jij niet op mijn feestje komen’. Ze geven door wat ze leerden: straf.
  2. Straf verliest zijn effectiviteit. Niemand ontkent dat straf werkt. Op de korte termijn. Dat leerden we van Pavlov en Skinner, die expirimenteerden met gedragsbeinvloeding. Op dieren. Angst voor pijn en vermijden van iets onprettigs zorgt voor gedragsaanpassing, maar onze hersens hebben er steeds meer van nodig. Hoe ga je dat doen als ouder? Steeds zwaarder straffen?
  3. Het leidt een kind af van waar het om gaat. Kijk naar bovenstaand voorbeeld. Het meisje is niet bezig met de reden van de straf. Die heb ik niet eens gehoord in het hele verhaal. Wij mensen willen de consequentie verlichten. En het gaat niet meer over de ander, laat staan over de vraag ‘wat voor mens wil ik zijn en hoe wil ik in relatie tot anderen staan?’.

Kohn zegt dat kinderen door straf leren liegen en dat de relatie met de ouders kan ondermijnen. Pittige stellingname, maar het houdt me bezig. Want ik zie mooie ouders vanuit positieve intenties straf als opvoedmethode hanteren.

Luisteren met een oordeelloos hart

Er zijn nogal wat verschillende opvoedvisies en -methodes, met ook fysieke en mentale straffen. Ik maakte ze van dichtbij mee met Nederlandse ouders en in mijn jarenlange werk met vluchtelingen-ouders, in vele landen en nu we in India leven zeker. Hier is straf, ook fysiek, de normaalste zaak van de wereld. Mijn hart krimpt samen bij de gedachte eraan. Helemaal toen vorige week een kind het uitgilde ‘please stop!’, toen heb ik de moed verzameld aan te kloppen met de vraag of ik kon helpen. Desondanks blijft de vraag: wie ben ik om te oordelen over bepaalde methodes en daarmee hele werelddelen?

Blijven ontdekken

Wat ik kan doen, is blijven ontdekken wat mijn eigen weg is, die van onze kinderen en (waar mogelijk) die van anderen. Wat heb ik en heeft de ander in dit moment nodig? Daarmee blijf ik zoveel mogelijk weg van straf en poog luisterend mee te zoeken naar de onderliggende behoefte.

De rust en vanzelfsprekendheid van het moment op de bank komt me weer voor ogen. Het ontstond mede doordat ik niet bezig was met haar gedrag (in gedachten) af te keuren of grappig te vinden. Ik wilde haar gewoon horen. Ik ben dankbaar voor haar delen. Alle ouders en alle opvoedingen kennen beperkingen, die soms leiden tot een geheim of ongeziene behoefte van een kind. Ik hoop dat op de momenten dit speelt bij onze kinderen, andere volwassenen ook zonder oordeel naar hen luisteren en gewoon even bij hen zijn.

Over zelfstandige kinderen en moederangst.

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 22 oktober 2017:
https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/zelfstandige-kinderen-en-moederangst

Monike is ervan overtuigd dat gedragscontrole een negatieve invloed heeft op het gevoel van zekerheid van een kind. Dat betekent dus dat je ze waar mogelijk de vrijheid geeft. En dat doet ze ook, maar dat vergt best wat vertrouwen in een land als India.

Vijf en acht zijn ze, op pad langs een weg met voorbijsnellend verkeer. Ze gaan een kilometer door het dorp, langs een veld en meertje tot onder de brug. Onderweg met hun zakgeld om yoghurt te kopen. Ik, als moeder, zit thuis in India met hun zelfstandigheid op schoot.

Slang op de weg

Moederangst
De weg is niet al te druk, maar Riksja’s en motorbikes rijden flink door en soms rijdt er een grote bus die nergens naar kijkt. Lopen ze goed links? Letten ze wel op of er geen slang onder hun voeten doorkronkelt? Weten ze het woord voor yoghurt nog wel, dahi? Blijven ze onderweg niet spelen, terwijl ik hier de 20 minuten aftel die we afspraken om terug te zijn?

 

slalom bus en koeien

Wat mooi dat ze dit van me vragen en aandurven samen, gloeit er tegelijk door me heen.

 

Ze zijn de enige blanke kinderen hier in Lonavala en continu wil iemand hen aanraken of een foto maken. We lachten van te voren toen we samen zo hard mogelijk gilden en ze voordeden hoe ze in handen zouden bijten, mocht iemand hen mee willen nemen. Dat voor de piepkleine kans dat het zich voordoet, maar natuurlijk vooral voor mijn eigen geruststelling. Want ja, ik geef hen toestemming in vertrouwen om te gaan én ik voel angst en bezorgdheid door me heen gaan.

Opvoeden met ruimte voor autonomie
Nadat de deur achter hen sloot, heb ik bewust even gevoeld wat voor grote stap dit was voor mij, niet voor hen, en al mijn emoties er omheen begroet met een lachje. Dan besluit ik te gaan schrijven (dit blog meteen maar) en hun de eigen energie te gunnen.

Een van de meest belangrijke strevens in ons ouderschap, is dat we de meiden ruimte geven, zodat ze vanuit intrinsieke motivatie kunnen zijn en handelen. Die autonomie geldt op veel meer vlakken natuurlijk, zelf op pad zijn is daar één van.

Vanaf hun geboorte heb ik sterk gevoeld dat een van onze taken is om hen zo ‘heel’ mogelijk te laten. Daarmee bedoel ik, dat ik waar mogelijk mijn emoties niet op hen wil projecteren. Ik kan je zeggen, dat is best een uitdaging soms, eerst de eigen emotie (bezorgdheid, frustratie, verdriet) als ouder hanteren en dán pas reageren op mijn kind. Maar ik geloof ten diepste dat dit hen de kans geeft zich vrijer te ontwikkelen.

Wetenschappelijke kijk op motivatie
En onderzoeken die ik later las, bevestigden mijn bij-de-geboorte-gevoel. Gedragscontrole (meestal ingegeven uit angst van de ouder) heeft een negatieve invoed op het gevoel van zekerheid van een kind. Daarnaast kun je intrinsieke motivatie later niet afdwingen, niet actief aanleren. Dat ontstaat. Een recent onderzoek onder kinderen van 8-12 jaar, toonde de link tussen autonomie en intrinsieke motivatie opnieuw aan. Er is ruimte nodig voor zelfbeschikking. En volgens de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci, zijn daarnaast nog twee dingen nodig: compententie en sociale verbondenheid.

Zelfstandig onderweg in India

Door bijvoorbeeld zelfstandig een boodschap te doen (oef ja, dus ook nu we in India wonen) ervaren ze hun eigen competentie. De sociale verbondenheid zit hem in verbinding: een volwassene die betrokken is en zich bekommert om hun welzijn.

 

Empathie en verantwoordelijkheid
Veel eerder dan verwacht klinken hun voetstappen op de trap. Ik spring blij naar de deur, trek hem open ‘daar zijn mijn stoere meiden alweer!’. Ze lachen om mijn blijdschap. Rode konen, hijgend. Ik bewonder de yoghurt en high five ze. Betrokkenheid zullen ze niet betwijfelen!

Oudste zegt: we hebben heel snel gelopen mama. Ik wist gewoon dat jij met een gevoel in je buik zou zitten of het wel goed gaat. Ik kus haar en zeg dat ze gelijk heeft. ‘Bijzonder dat ik dat wist toch, mam?’ ‘Zeker! Fijn dat je rekening houdt met iemand anders.’ Even ben ik stil, want ik bemerk een onrust in mij als ze dit zegt, naast de bijzonderheid ervan. Dan besef ik dat ze vooral bezig was met mij, vandaar de alarmbel.

Handelen voor het gevoel van de ander
Als dat zich maar vaak genoeg herhaald, handelen voor het gevoel van de ander, kan dat leiden tot het later onbewust negeren van je eigen gevoel. Hoe blij ik ook ben dat ze snel terug zijn en ze de ongerustheid begrijpt, ik wil haar de andere kant ook meegeven. Dat ze competent wordt, om haar eigen gevoelens te scheiden van die van de ander (mij, nu).

‘Weet je, meisje, verwar dat meevoelen niet met wat je zelf voelt.’
‘Wat bedoel je?’
Hm, dat was niet erg helder voor haar, die samenvatting van mijn gedachten.

‘Je weet dat ik het spannend vindt en dat is mooi. Maar het is niet jouw emotie, je mag die spanning bij mij laten. Leef gerust mee, maar vergeet je eigen lijf niet. Als je langer weg bent, omdat het druk was bij het winkeltje, dan is dat zo. Je hoeft niet te rennen om mij gerust te stellen. Je hield je aan onze afspraak, vergat de tijd niet door te gaan spelen. Dus voel jij vooral ook hoe blij je bent met de vrijheid en dat je zin hebt die bak yoghurt leeg te eten. Ik zorg wel voor mijn angst.’ (Einde monoloog)

Ze lacht, komt me knuffelen me en lijkt opgelucht.
Dat laatste kan ook mijn projectie zijn 🙂

Monike vertrok in juli 2017 met man en hun twee meiden (8 en 5 jaar oud) voor 9 maanden naar India. Voor herstel van de ziekte die plots overviel, yoga in het land van oorsprong en om als gezien het avontuur aan te gaan. Na 7 jaar in de de reisbranche en 10 jaar sociaal-juridisch en beleidsmatig met vluchtelingen te hebben gewerkt, werd ze in India geintroduceerd als ‘housewife’:) Naast behandelngen en hersteltijd geeft ze de kinderen deels homeschooling. Deze ervaringen naast de liefde voor oude wijsheden, rituelen en opvoeding deelt ze in haar blogs.
Meer inspiratie?
Facebook: /eigenwijsinevenwicht
voor persoonlijke ontwikkeing en opvoeding.
Facebook: /groups/693464470838788/
We are like water, voor het India avontuur, yoga en ayurveda

Herstel part 2 – Val in de ruimte

Mentaal hielp het.
Naast de westerse artsen en blik, de ziekte zien als signaal. Een zekere mate van afstand, ondanks alle beperkingen. Mét de zwaarte de symptomen onderzoeken op wat ze te zeggen hadden. Uit het onoverkomenlijke stappen.

‘Ik ben ziek’ vermeed ik uiteindelijk  waar mogelijk. Taal brengt ook iets in de wereld. Ik droeg een ziekte bij me. Of droeg… nou ja. Ik ben ook reusachtig naast het ziekte-deel. En zocht naar manieren dat geheel van mij zo optimaal mogelijk te zijn.

Leven als geheel
Ayurveda, ofwel: de wetenschap van het leven. Waarbij Ayu de betekenis van ‘leven’ heeft, in vier deelgebieden: body, mind, senses and soul. Veda staat voor het onderzoek in dit geheel van vier.

Het is duizenden jaren oud. Ouder dan de mensheid, stelt de overlevering. Wat in elk geval waar is voor alle medicinale kruiden die gebruikt worden  De eerste teksten van de Ayurveda gaan zo’n 3500 jaar terug. Daarbij is het van belang te bedenken dat volgens dit oeroude healing system of India, dat wat in de (macro)kosmos aanwezig is, ook in het lichaam in de microkosmos aanwezig is. Je onderzoekt zo steeds twee richtingen op.
Ayurveda is een manier van leven, het beslaat alle levensgebieden voor gezondheid. Beweging, het denken, het voedsel en de behandeling van ziekte die altijd een uiting is van disbalans.

Disbalans
Misschien wel het eerste signaal dat India op ons pad hoorde te komen. Mijn letterlijke balansprobleem dat zo plotseling opkwam. De wereld tolde rond me heen. Lopen zonder hulpmiddel lukte niet meer. Vrij snel omvatte ik dit als thema waar ik voorlopig op allelei lagen in meer of mindere mate mee bezig zou zijn.

Hoe kon ik bezig zijn met de les die hieruit te halen viel, terwijl ik me zo ziek voelde? Moet ik er per se een les uit halen? Hoe blijf ik dan weg uit schuldgevoel, als ik de les niet zie en het dus ‘niet goed doe’? Is het niet gewoon iets wat me overkomt, lijfelijk, domme pech dus? Hoe breng ik al die stemmen en intuitie in me in balans?

Het initiele streven van ‘snel beter worden’, dwz de oude, werkte tegen me. ‘Beter’ kwam niet en dat was teleurstellend, falen zelfs. En, wat is dat de oude worden? De innerlijke weg was kronkelig.

Herstel en steun
Yoga (en mijn geweldige yoga leraar in Nederland) heeft hierin veel betekend, naast andere methodes om het zelfhelende vermogen te ondersteunen. Maar vooral de kracht diep in me, flexibiliteit en nieuwsgierigheid hebben me geholpen op dit pad van evenwicht. Zowel puur fysiek, biologisch kijken, als mentaal en naar de zin van ziekte.

Het vechten mocht los komen van mij. Het is mooi geweest met dat mijn best doen. De richting is zijn en doen wat ik nu in deze omstadigheden wil en kan. Herstel naar iets nieuws, in plaats van beter worden. Die intentie bekrachtigde ik met een luchtig ritueel, na een zware autorit met lief naar een arts in Maastricht. Iets met stenen, ijsjes en liefde 🙂

Cesuur
De ziekte bracht ook een keuzemoment voor of tegen India met Ayurveda en yoga en ommekeer. De red or blue pil? Down the rabbit hole.

De komende interne week komt meer licht op het (on)evenwichtige in mij. Via Ayurveda ga ik het geheel van mijzelf langs en voor een grote schoonmaak.

Langzaam zie ik de ziekte alvast ook als een cadeautje. De ziekte, hoe pijnlijk ook, bracht een cesuur, een vóór en na.

Ruimte dus.

Ik wil niet meer bij jou wonen! deel 2

Kalm spelend opent ze het gesprek

Ik wil niet meer bij jou wonen!

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Een beetje uitdagend en te kalm eigenlijk. Ik slik even en het lukt me om rustig zonder veel nadruk re vragen waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?

‘Dat ik niet wil leven’.

Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten die komen en mogen gaan

Gedachten gaan door me heen. Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, ja, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Doorgronden en visueel maken

Ik pak spontaan opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat in het laatste beeld weer tegenover het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Ze kijkt nog steeds stevig naar het leven.

Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is.

En ik? Ik ben zó gelukkig met haar.