Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: erkennen van wat is (pagina 1 van 2)

Bulder als het bos

Een element dat normaal zonder aandacht is, krijgt nu een stem: als voicemail.

Een van de spelers vertelt een verhaal over een (eventueel onopgelost) probleem. Daarna mogen de andere spelers achter (of voor) een scherm een voicemail inspreken vanuit een element uit het verhaal, de ervaring vanuit dat perspectief delen of een advies.

Eerst zit ik te luisteren en te kijken als medespelers opstaan en een voicemail laten klinken. Ik neem op wat er gebeurt. Mijn lijf heeft wat tijd nodig en na enkele minuten in deze stille achterover modus, merk ik dat ik ineens met een impuls overeind (nou ja ineens, met mijn huidige rug gaat dat met de nodige aandacht en tijd) kom en achter het scherm ga staan, onzichtbaar voor de speler die het verhaal vertelde.

Vanachter het scherm hoor ik mezelf ineens (nu echt ineens) als het ‘Bos’ spreken tot de speler, die in zijn verhaal in het bos liep. Het voelt heerlijk die donkere bosstem, die uit mijn lijf komt, de woorden die achter elkaar komen. Vooraf had ik geen idee wat ik zou gaan zeggen, het ontstond van achter het scherm. En ook nu, als ik dit achteraf opschrijf heb ik geen idee meer wat er gezegd is door me. 

Wat ik wel weet: het was heerlijk, grappig, luchtig en mijn lichaam ging bubbelen van die luide diepbruine bulderstem die uit me kwam. 

Andere wegen naar verbinding Het voelt ook als een mooie verbinding met de speler die het verhaal deelde. Ik zie hem niet, hij ziet mij niet. Maar ik ervaar dat zijn verhaal, dat ik vooraf in detail te observeerde, me nabij is en deel is van wat er nu door me heen stroomt. Ook al is dat een totaal ander perspectief dan hij vertelde.

Als ik achter het scherm uitkom zie ik de lachende ogen van de verteller en voeling nog steeds mijn lichaam. Ja er is mooie verbinding. 

In het dagelijkse zeggen we vaak wat we denken wat de ander wil horen, bevestigen we de ander omdat we denken dat dat fijn is, of laten we juist onze criticus aan het woord om op te komen voor onze eigen mening. Er is dan vaak minder eigenheid, minder energie en aandacht in het (eigen!) lichaam en daarmee is er minder ik/jij om mee te verbinden. 

Ik als talig persoon en met de liefde voor woorspel, taalkunst en kenner van de impact die taal heeft op ons brein en leven, doe liever niets af aan taal, de uniekheid van de mens met de centra van Wernicke en Broca daarin en hoe we daar gezond gebruik van kunnen maken voor expressie en verbinding. Leve onze verbale communicatie! En ook in deze oefening laat de verbale communicatie weten dat ik aandachtig heb geluisterd, dat de andere speler gehoord is door me. 

Én daarnaast is er meer. Als dat ‘meer’ ongezien is, kan het verbale juist afdoen aan verbinding, ons als mens in de weg zitten en beperken, ons als groep polariseren of (innerlijk) ongehoord en ongezien, of opgesloten laten voelen. 

We zijn zoveel meer als mens dan alleen verbaal (dus ook gedachten) te vatten valt.

In deze specifieke oefening, waarbij wij niet elkaars lichaamshouding zagen, elkaar niet geruststellend in de ogen konden kijken, is er nog steeds krachtige verbinding mogelijk, op een manier die we niet per se dagelijks ervaren of zelfs ontdekken. 

We verbinden via de taal van verbeelding, met hoe ik uit mijn lichaam geluid laat komen, waar en hoe klanken ontstaan, de taal van intonatie, geluidstrilling, de prosodie van mijn stem. Dit haalt me bij mijn lichaam en bij het leven hier en nu. Verbinding met mij. 

En al die onderdelen geven ruime informatie aan het zenuwstelsel van de ander, mijn speelmaatje in dit geval. Niet afgeleid door blikken of ‘kloppende’ perspectieven. Direct vanuit de klank, de trilling die geluid is, de beweging, energie en variatie van het geluid. Verbinding met de ander. 

Op ontdekkingsreis met mijn stem ben ik sinds een jaar of zes bewuster. In eerste instantie via yoga: pranayama en mantra. Ik leerde de klanken in mijn lichaam voelen en over de kracht ervan op gezondheid, energie en bewustzijn.

Emotie en schaamte kwamen ook kijken op deze reis. Het weerhield me yogische oefeningen met geluid te doen als Tim thuis was, of toen ik dat een beetje durfde, om klanken te maken in de tuin (want de buren..). In India kwam daarin verandering. Ik voelde hoe ik genoot, geraakt werd en onvoorspelbare verbinding kon ontstaan.

Ik ontdekte in die jaren dat ik niet de enige was en bij veel mensen hun eigen stem schaamte aanraakt als ze hem anders gebruiken dan verbaal inhoudelijk. En zo brachten we geluid maken (je stem laten horen, letterlijk) ook in onze lessen, retraites en schoolyoga (waar bij leerkrachten vaak meer terughoudendheid daarin was dan bij de kinderen..).

Toen kwam natuurlijkerwijs ook de reis met mijn stem via oertalen, die ik al bestudeerde en voelde, maar nog niet via de klank van mijn stem ontdekte. De talen waar de betekenis van de woorden nog verbonden is met de klank die ze hebben. In het oud-Hebreeuws en Sanskriet bijvoorbeeld. En zo ontdekte ik stemmen in me die nog nooit gehoord waren.

Het spelen met klank en stem kreeg tegelijk met al deze reizen nog meer ruimte in ons dagelijkse gezinsleven, tot ontroering en grote irritatie van elkaar. Heerlijk 😉 en merkte ik achteraf op dat ik soms bij een kind, buurvrouw of collega in de deuropening klanken sta te produceren uit ontroering, pijn, blijheidof wat er dan ook wil stromen 😅

En sinds een jaar mag mijn stem ook buitenspelen bij The School of Play. Zoals in bovenstaande oefening. En vloeien de woorden uit mijn vingers ik als ik er erover ga schrijven met een glimlach in verbinding, verbaal en non-verbaal.

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !

Sneren en het zenuwstelsel

De oefening is een compliment of een sneer te geven aan iemand op een stoel. Deze persoon mag niet (zichtbaar) reageren. De persoon heeft als opdracht te incasseren: innerlijke reacties op te merken en met een neutraal gezicht te kijken. Ook naar het publiek dat zit te kijken naar de interactie.

Als ik zelf op de stoel mag plaatsnemen, kan ik rustig aanhoren wat er gezegd wordt, positief en negatief, mijn emotie en lijf blijven kalm, merk ik op. En mijn gezicht heeft met gemak een neutrale stand. Het heeft niet met mij te maken wat er om me heen gebeurt, terwijl ik hier zit. Ik laat de opmerkingen als vanzelf bij de sprekers.
(Dat is in het dagelijkse leven soms anders 😜 )

In het vervolg ben ik een van de ‘sprekers’. Ik volg eerst een beweging en positieve gedachte naar iemand, maar als ik opmerk dat mijn neiging herhaaldelijk is om complimenten te geven, of het bedacht om-en-om te doen, wacht ik. De stilte om die neiging én dat opmerken in mijn lichaam te laten uitdoven.

En ineens komt er een ‘wat ben jij een eikel!’, fel uit mijn mond. Terwijl ik ga zitten, voel ik mijn handen trillen, mijn hart sneller kloppen en een onrust door me heen gieren. Aha, zenuwstelsel vol aan. Ik blijf erbij zitten, het uitdoven vlot niet. En ik verwonder me weer eens over mijn systeem. En dat het niets te maken heeft met de reactie van de ander (die was er niet), of met het ondergaan (ik was nu de ‘dader’), niet met gedachten die ik hierover heb (er is geheel geen ruimte voor gedachten tussen het trillen door zelfs) en ook niet (alleen) met mijn spiegelneuronen die meeleven met het slachtoffer tegen wie ik uitviel.

Mijn systeem schrikt blijkbaar soms van felheid, van harde woorden, ook uit mijn eigen mond. Of misschien wel vooral.

En ik kan natuurlijk met alle macht willen dat het snel weer uitdooft (been there done that), maar daarmee bied ik feitelijk slechts weerstand aan mijn systeem, keur ik af wat het doet.

Dus ik zit erbij en kijk ernaar. En doordat het niet gevoed wordt door gedachten, uitleg of interpretatie én ik me veilig voel (dat was vele jaren oefenen) in mijn lijf, zelfs met deze stress-rush, en in de omgeving van de groep, is dat het. Niet méér.

Dit is het. Een biologisch systeem dat op hol gaat en tijd nodig heeft voor herstel. Ok. Check.

Wie weet hoe het verandert in de toekomst, maar dat is voor dan. Het experimenteren om hier snel uit te komen heeft een valkuil waar ik in dit moment uitbleef, zonder de waarde daarvan te ontkennen. Iets met kind en badwater.

Voor nu zit ik, met zachtheid, een ‘ja’ en nieuwsgierig open te kijken naar mij, en (als het lukt) een stukje te delen met een ander uit mijn ervaring in dit moment.

Ik ga mee in een lijfelijke beweging zodra ik die impuls voel.

— Weken later teken ik voor een client de polyvagaal ladder. Leuk om hier te delen. Mijn zenuwstelsel zat in de onderste trede en kwam – zonder tijdsdruk!- weer omhoog, via mobilisatie, naar veilige sociale betrokkenheid.

#avontuur #kenjezelfenhelpdesamenleving #speel #doelloos #tochnietdoelloos #polyvagaal #theschoolofplay #eigenwijsinevenwicht

Wijsheid in het woud

Nou meiden, meer jungle kunnen we jullie niet geven”. Ik kijk om me heen en kan alleen maar stil zijn. We zijn na drie uur klauteren, soppen en vallen, zonder een enkel bestaand pad te hebben gezien, aangekomen bij de waterval waarmee een zijrivier van de Rio Napo begint. Midden in het regenwoud, totaal verlaten van de bewoonde wereld.

Met een vriendin ben ik als twintigjarige naar Equador gereisd om een vriend op te zoeken. Vriend B, met wie hij daar is, beklinkt ons moment ergens tussen Tena en Mishualli met bovenstaande woorden. Alle vier worden we in stilte overspoeld door geluk. Ik neem een duik in het water en laat de tocht hierheen nog eens door me heen gaan.

Angsten, aanvaringen en acceptatie

Het was soms pittig, hijgend beklommen we rots na rots door de dichte begroeiing en soms trokken de jongens ons omhoog. Op een moment viel mijn vriendin verkeerd en haalde haar hand flink open. We waren niet op pad gegaan met een EHBO kistje en dit moest wel verbonden worden. Met een afgescheurd T-shirt is een drukverbandje aangelegd. En ze besloot toch door te gaan.

Ergens onderweg leun ik tegen een rots om verder te komen en schreeuw het uit. Mijn spinnenfobie wordt ultiem beproefd: er loopt een reusachtige spin over mijn hand, groter dan mijn hand zelf. Ik sta in shock na te trillen en besluit dat deze angst nu geen ruimte heeft. We moeten hoe dan ook terug naar de bewoonde wereld, die inmiddels 2 uur lopen ver is. We gaan verder. (Die nacht zal ik continu vreselijke nachtmerries hebben over spinnen die mijn leven overnemen. Achteraf een keerpunt, mijn fobie reduceerde de jaren erna tot ongemak rond spinnen.)

Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig

Een stuk verder moeten we de rivier oversteken, vanwege onmogelijk door te komen begroeiing aan onze kant. Zorgvuldig is een plek in de rivier gezocht, smal genoeg om een touw te spannen. Een van de heren worstelt zich door de hevige stroom heen met één kant van het touw. Dan ga ik en ik voel me onoverwinnelijk. Spanning en blijdschap stromen door me heen en ik loop niet volgens opdracht stroomopwaarts langs het touw, maar aan de andere kant. Ik laat het touw zelfs even los om de kracht van het water volledig te ervaren.

Dan gaat het mis. Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig. Vriend B aan de overkant gooit me een touw toe, terwijl ik met de stroom mee genomen word. Wonderbaarlijk genoeg weet ik dat met één hand uit de lucht te grissen, als mijn hoofd een moment boven water komt. Hij trekt me tegen de rots aan, waar ik met zijn hulp, trillende benen en moeite tegenop klim. Ik lach stralend van adrenaline ‘dat was een ervaring!’ en krijg een klap in mijn gezicht en een donderpreek. Of ik wel besef hoe dichtbij verdrinken het was en dat hij dan zijn leven had moeten wagen door me achterna te springen. Vriendelijk verzoek om de situatie serieus te nemen.

De angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val

En nu zwemmen we vreedzaam onder de waterval en klim ik voorzichtig achter vriend A aan omhoog tot halverwege de waterval. Doel is om er van af te springen, terug klimmen is te gevaarlijk. En dan blokkeer ik.

Ik durf met geen mogelijkheid. Hoe ze ook op me inpraten – en ik op mezelf- en wat ze ook voordoen aan sprongen, ik lijk verstijfd. De tijd verstrijkt en ik met mijn onoverwinnelijkheid voel me behoorlijk stom. Maar de angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val, of wat het ook is. Vriend A komt naast me zitten. Praat rustig, maakt grappen. Hoelang we daar zitten weet ik niet, maar samen komen we zover dat ik spring. Mijn gezicht vertrokken van angst en dan de bevrijding van het water, de opluchting en overwinning. Ik kom boven.

Van waterval naar wijsheid

Regenwouden, oceanen, of woestijnen en oude beschavingen als de Maya, Australische Aboriginals, of Kelten, hebben me vele keren geopend. Van alle reizen door de jaren heen raakten vooral die ontmoetingen aan een kracht in mezelf.

Enkele jaren terug deed ik vanuit deze verwondering een basiscursus Sjamanisme. We mogen daar een Axis Mundi (Latijn voor ‘wereldas’) vinden in onze herinneringen. Dit oeroude begrip geeft een verbindingslijn aan tussen het zichtbare en het onzichtbare, tussen het aardse en andere sferen. Via een geleide meditatie en de klanken van de trom, sta ik twintig jaar later ineens weer in de jungle van Equador, bij die waterval. Bijna net zo echt als toen.

Nu erover schrijvend, kan ik geen beter pad van verbinding bedenken dan dat. Daar vielen krachtinspanning, avontuur en overgave samen. Daar werd afzondering van de maatschappij gecombineerd met een wonderlijke nabijheid van mijzelf, rauwe prachtige natuur en vrienden. Daar werden grote angsten verbonden met moed en liefde en er was begrenzing. Ze reisden alle mee, op een manier waar ik toen aan toe was. Daar was ik deel van de wilde natuur. Daar heersten natuurwetten. Daar hing energie van het woud, die ons alle vier oversteeg.

Ik ben blij dat de herinnering levend werd en een levenslange hulpbron mag zijn. Die plek is toegerust me te verbinden met de wijsheid in en om me heen. Ik ga er regelmatig heen en reis door al dat moois in me.

Wat is jouw innerlijke plek waar zoveel samenkomt dat deze bijdraagt aan je evenwicht?

Is hoogsensitiviteit overprikkeling?

Ik ben hoogsensitief, want ik kan de hoeveelheid prikkels in deze maatschappij niet aan!”

Dat klinkt als een logische conclusie. En haast vaststaand, dat er niets anders te doen is dan dit feit maar accepteren. Is het ook kloppend als we kijken naar wat er inmiddels wetenschappelijk bekend is over hoogsensitiviteit? Of hebben we het hier over twee verschillende dingen? En wat is het nut om je te verdiepen in hoogsensitiviteit of emotionaliteit?

De bomen en het bos: hoogsensitief, hooggevoelig, prikkelgevoelig, overprikkeld

Laten we eens op onderzoek gaan en beginnen met de termen. In Nederland worden de woorden hoogsensitief en hooggevoelig door elkaar gebruikt. De Engelse populaire term hiervoor is High Sensitive Person (hsp), waar de wetenschap spreekt over Sensory Processing Sensitivity (SPS). In Belgie kiest professor van Hoof evoor om hoogsensitief en hooggevoelig als twee verschillende zaken te definieren. Dat maakt het soms wat verwarrend. In dit blog kies ik voor hoogsensitief, waar ook HSP, SPS (of in Nederland: hooggevoelig) kan staan.

Kort door de bocht zou je hoogsensitief kunnen lezen als een combinatie van diepgaande verwerking en omgevingsensitiviteit.

Het ‘Belgische hooggevoelig’ heeft te maken met prikkelgevoelig zijn, snel last hebben van zintuigelijke prikkels (licht, geur, labeltjes in kleding, externe stimuli), emotionaliteit door overprikkeling en het gemak waarmee je mentaal overweldigd raakt.

Hoogsensitiveit, een aangeboren positieve eigenschap

Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap, waarvan de afwijkende breinwerking is gezien op hersenscans. Je bent meer zelfbewust (voor de liefhebber: onderzoekers vonden een actievere Precuneus, waar het vermogen voor zelfreflectie en zelfbewustzijn zetelt), neemt meer nuances waar en verwerkt (zintuigelijke) prikkels grondiger (er zijn meer hersengebieden betrokken). Je wordt geraakt door subtiele en positieve dingen in het leven, zoals muziek, kunst en lekker eten. Je bent nieuwsgierig en empathisch. Het sterk geraakt worden geldt ook voor de ‘moeilijke’ emoties zoals afwijzing, schaamte, angst, overweldiging in het leven.

Uit onderzoek blijkt dat een hoogsensitief persoon meer hersteltijd nodig na afloop van taken/bezigheden. Kort geinterpreteerd: overprikkeling kan een gevolg kan zijn van hoogsensitiviteit, maar dat hoeft niet. Uit ander onderzoek blijkt dat een (positieve) omgeving meer invloed heeft op een hoogsensitief persoon, dan op de minder sensitieve persoon. De hoogsenstieve persoon kan in een positieve omgeving volledig tot bloei komen en volop van het leven in alle nuances genieten.

Emotionaliteit en prikkelgevoeligheid

Prikkelgevoeligheid op zichzelf kan hele andere oorzaken hebben, zoals trauma of een stoornis in het autisme-spectrum. Een getraumatiseerd persoon laat ook kenmerken zien als overalertheid, schrikachtig, moeilijker grenzen ervaren en/of aangeven, of emoties van anderen moeilijk kunnen onderscheiden van de eigen emotie. Daarnaast kan een persoon met trekken van autisme zeer overprikkeld raken van kleding, ruzie, lawaai of hitte en kou. En natuurlijk zal ook iemand die ver voorbij de eigen (prikkel)grens is doorgegaan, overprikkeld zijn. Emotionaliteit door overprikkeling heeft aandacht nodig. Het kan bij gebrek daaraan leiden tot een constante staat van stress en een voortdurend overweldigd voelen door de eisen van een hectische maatschappij. Soms lukt het niet om zonder hulp uit de overweldiging te komen en is er professionele hulp nodig.

Heb je als hoogsensitief persoon iets te leren?

We zagen al dat de kern van hoogsensitiviteit een kwaliteit is én tegelijk dat een hoogsensitief persoon meer prikkelgevoelig is, door het zien en voelen van vele nuances en de diepgaande verwerking ervan. Dat betekent ook dat je als hoogsensitief persoon voortdurend overprikkeld kan raken als je je eigen sensitiviteit niet kent, niet geoefend hebt met grenzen en afwijken van de meerderheid, of niet geleerd hebt hoe ‘goed voor jezelf zorgen’ er dagelijks uitziet, op de lange termijn. Herken je dat?

Het is belangrijk te leren wanneer het nodig is je even terug te trekken uit de drukte en hoe op tijd een rustdag in te plannen. Maar gezien je omgevingssensitiviteit ook, hoe je omgeving invloed op je heeft en hoe een veilige omgeving voor jezelf te creeeren. Ontdek en expirimenteer om te leren hoe jij het beste ontprikkelt en energie krijgt en tot slot heel belangrijk: hoe je kan oefenen in veerkracht. Zeker in deze snelle en overvloedige samenleving. Het kennen van je eigen brein en je (andersoortige) behoeften steunen je om zorgvuldig met deze bijzondere eigenschap te leven en er vooral van te genieten.

Uiteindelijk gaat het niet over ‘termen’, maar over jou: wat jij nodig hebt en de wereld te geven hebt.

 

Eigenwijs in Evenwicht biedt lezingen, workshops en begeleiding op het sensitieve pad 

Ik wil niet meer bij jou wonen: systemisch kijken deel 2

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. De ziekte die plots heftig langs kwam, ontregelde mij en ons gezin al een jaar. Naast alle artsen die ik zag, voelde ik aan dat er vanuit een systemische blik inzichten konden komen. Op oude patronen die mogelijk mede oorzaak waren dat de ziekte zijn kans kreeg. Dus ik volgde (aangepast aan mijn toenmalige gezondheidsituatie en beperkingen) de opleiding tot opsteller. Professioneel zou ik als coach vanzelfsprekend ook nieuwe inzichten en vaardigheden opdoen.

Mijn intuitie bleek terecht. Wat een reeks van krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Er kwam een blogserie over de impact van deze opleiding en het systemisch coachen. De toevoeging van de systemische laag bracht moois voor mij als sensitief mens en voor degenen die ik mocht begeleiden. Dat het verder mag inspireren!

Deel 2

“Ik wil niet meer bij jou wonen!”

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Ik slik toch even en vraag dan waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?
‘Dat ik niet wil leven’.
Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten gaan door me heen.
Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Systemische invalshoek: iedereen heeft een plek en hoort erbij
Ik pak opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat vlakbij het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Het Isha-popje kijkt nog steeds naar het leven.

Het complete leven
Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is. En ik? Ik ben gelukkig met haar.
Augustus 2017

Sterven doe je niet ineens

De adem stokt in mijn keel van de tranen die daar klem zitten. Ik zit op mijn stapelbed met mijn benen over de rand. Met alle macht hou ik me overeind en maak geen geluid. Mijn moeder roept iets over de kleren die ik morgen aan moet. En de kamer moet opgeruimd. Mijn opa is vandaag gestorven.

De vader van mijn vader. Hij was oud. En ziek. Maar ja, dood? Ik ben een jaar of 10 en heb behalve met huisdieren en kennissen van mijn ouders nog niet eerder de dood dichtbij meegemaakt. Dat zal ook deze keer niet echt gebeuren. Ik merk aan alles dat het nu niet de tijd is om iets aan mijn ouders te vragen. Ook niet om te zeggen hoe geschokt ik ben en bang en verdrietig.

Ik draai me van de deur weg als ik voetstappen hoor

De tranen lopen over mijn gezicht en ik wil niet dat hij dood is. Maar de gewone dingen gaan door: iemand doucht, mijn ouders maken ruzie, mijn zusje loopt naar boven. Als iemand mijn kamer inloopt en me iets vraagt doe ik alsof ik al slaap om tijd te rekken. De vraag wordt herhaalt. Ik veeg tranen weg, knijp in mijn wangen zodat niet alleen mijn ogen rood zijn, en richt me maar half op. Kortaf geef ik antwoord en ga weer liggen met mijn gezicht naar de muur.

Ik vraag me af hoe het voor mijn vader is, dat hij geen vader meer heeft. Ik denk dat mijn moeder blij is van de zorg af te zijn. Ik hoor dat ze probeert aardig tegen mijn vader te praten. Zou hij pijn gehad hebben?

Ik hoor blijkbaar geen verdriet te hebben, dat heeft verder ook niemand in huis. Alles gaat door alsof er niemand dood is. Geen tranen, geen gesprekjes, geen stilstaan met een tekening of gedicht.

Op de rouwkaart komt later een gedichtje van Toon Hermans

Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf
’t is vreemd, maar die vergeet je
Het is je dikwijls zelfs ontgaan
je zegt: ik ben wat moe
maar op ’n keer dan ben je aan
je laatste beetje toe.

Ik lees en herlees het. Het is intrigerend, ik verhoud me er steeds iets anders toe. De maanden en jaren gaan voorbij. Dat gedichtje draag ik altijd bij me.

Dit overlijden is ook het startmoment voor het lezen van rouwadvertenties. Ik zit elke dag achter de bank met de krant op de grond en lees alle overlijdensberichten. Elk detail. De leeftijd, wie er achterbleef, hoe oud de achterblijvers waren, hoe lang boven de grond, en wat voor begeleidend tekstje erbij gekozen is. Soms kom ik hetzelfde gedichtje als bij opa tegen. Ik voel verdriet voor de nabestaanden. De tranen lopen uit mijn ogen. Als ik voetstappen hoor, sla ik de krant open op een andere bladzijde. Zo ben ik elke dag even alleen.

En sterf ik af en toe een beetje, maar zonder te vergeten.

Herken je hier elementen uit? Wil je dat anders voor de komende generatie?
Hoe kun je een kind begeleiden in zo’n proces? Wat kan het een gevoel van steun geven?
De workshop “Rouw en Verlies bij kinderen: bewust omgaan met de dood” biedt handvatten en is tevens een mooi moment voor erkenning van delen in jezelf. Zie hier voor data en informatie.

Over grenzen : systemisch kijken deel 1

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. Mijn intuïtie bleek terecht. Wat een reeks krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Als inspiratie dan toch.

Deel 1

“Ik sta nu op je tenen en je zegt nog steeds geen stop.” De trainster van de opleiding Opstellingen kijkt me aan. De opdracht was om vanaf drie meter afstand de ander dichterbij te laten komen en stop te zeggen als het nabij genoeg was. Ze kwam steeds dichterbij. En nergens ervaarde ik een stop moment. Dus staat we nu hoofd aan hoofd.

“Denk je na?”. Uhm, nu wel. Tijdens de oefening kwam geen enkele gedachte voorbij. Ik was bij mijn ademhaling, mijn voeten op de grond en ik keek in haar ogen. Nu vraag ik me af of ik nabijheid dan prima vind, of juist dat ik me onbewust wapen, zodat ik de nabijheid aankan.

Ik stel voor mijn ogen dicht te doen, dan kan ik beter voelen. Dan grijpt ze in. Want, wat ik wil leren is met mijn ogen open, de omgeving die er is, er laten zijn, erkennen en daarmee toch mijn persoonlijke grens ervaren.

Een geschiedenis in grenzen onderzoek

Het thema grenzen is alom vertegenwoordigd. Veel mensen om me heen zijn hierin zoekende. Deze maatschappij met zoveel prikkels en de tijdsgeest dragen daaraan bij. Sensitieve mensen of mensen met trauma in hun zenuwstelsel hebben vaak een extra hindernis door een natuurlijke opmerkzaamheid en een aangeleerde (over)alertijd.

Zelf ben ik er al 20 jaar mee bezig. In persoonlijke ontwikkeling, na heftige life-events en in mijn professionele leven. Ik las er (veel) theorie over. Ik bracht het meermaals in tijdens intervisiebijeenkomsten op mijn werk, sprak erover met coaches en schreef erover. Ik had best inzicht in wat er bij mij gebeurde. Een van mijn collega’s vatte mijn worsteling goed samen: ‘Ik begrijp het niet. Jij voelt en ziet veel, je bent intuitief en durft daar ook naar te leven en je ratio staat er sterk naast. Hoe kan het dan zijn dat je je grenzen niet voelt of naleeft. En hoe zou dat wel lukken?”

Een van de wegen waarop ik uitkwam door die vraag te blijven onderzoeken, kun je lezen in dit blog ‘alles kan’. Voor nu wil ik vooral aangeven, dat het niet een nieuw pad was voor me. En die laatste vraag, ‘hoe dan wel met die grenzen?’, kwam in bovenstaand geschetste situatie ineens een stap dichterbij.

Perifere blik en voelen zonder oordeel

De trainster stelt voor om opnieuw op drie meter afstand van elkaar te gaan staan. Ze introduceert een nieuw element: de ‘perifere blik’. Mijn ogen blijven in de richting van haar ogen, maar ook op de hele omgeving. Ze stapt dichterbij en dan ineens, voel ik en zeg ik tegelijk: ‘Stop maar, dat is ver genoeg’.

Ik buitel van binnen door elkaar. Het was geen negatief gevoel, geen ‘hé als je nu eens stopt, je gaat over mijn grens’, geen irritatie of afwijzing naar de ander. Het was ook geen positief gevoel, geen blijheid om de nabijheid of afstand. Het was neutraal.

Ineens dringt het door: ‘Een grens is een feit dat je in je lichaam kunt voelen, zonder zwart of wit. Dit is brandnew. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik heb een grens gevoeld! Niet achteraf, als ik ervaar hoe uitgeput, ziek of overprikkeld ik ben. Niet in het moment een afweer of irritatie voele die dan al dan niet uitspreken. Gewoon een heel zuiver feitelijk ‘stop’, zonder lading. Mijn lichaam geeft dat gewoon aan!

Systemische kracht

In het systemisch werken is het ‘blanco’ aanwezig kunnen zijn belangrijk om in te pluggen in het grotere geheel. Daarvoor is het perifere zicht handig, om  de impulsen in je eigen lichaam helder te ervaren. Dat is waar je mee werkt voor de client, zodat er inzichten en helende bewegingen kunnen ontstaan.

Bewaker van mijn gezondheid

Uiteraard is dit niet de eerste keer dat ik zonder focus kijk. Voor intuitieve impulsen is de perifere blik voorwaarde. En daar heb ik ruimschoots ervaring mee. Van de nacht dat ik wakker werd en wist dat ‘mijn auto nu gestolen wordt’, naar het balkon rende en 3 jongens mijn auto zag meenemen, naar het aanvoelen wat er speelde bij clienten en hoe daar samen bij te komen, naar de vele keren in het moederschap, tot bij het aannemen van nieuwe medewerkers. In alle gevallen gaf mijn lichaam signalen vanuit een bredere blik.

Nu gaat het echter om mijn lichaam zelf. Het bewakingssysteem voor mijn gezondheid dat mijn aandacht nodig heeft. Ik herkende de signalen niet. Misschien door teveel focus op de buitenwereld, geforceerde timing, of te weinig waarde voor mijn lichaam en gezondheid. But, times they are changing.

’s Avonds bel ik lief ‘dag 1 van de opleiding en het is het nu al waard! Ik heb een grens gevoeld!’.

A story about me – a magical journey that is down to earth

A magical journey that is down to earth

Suddenly I can not walk properly after getting out of bed. I fall on the floor 3 times while trying. On my buttom I go down the stairs, telling my husband: ‘something is really wrong!’

This was the start of a long journey. I had double-vision, my ears didn’t work properly and had a severe tinitus. In the backside of my head a burning pain I never had in my life. Muscle- and jointpains and vertigo so strong that the world was spinning. I felt sick a good part of the day. I was exhausted, could not take much light or sound. I vomitted after sitting upright longer than 10 minutes, after a talk or watching tv.

Reading, household or taking the children to school was no longer an option. I could not do my fantastic job as a social-legal worker and hardly spend time with my husband and our children. I had to use a walker for the few minutes I could walk. And after 7 months, out of the blue, the ligaments in my knee and meniscus ripped.

Doctors and diagnoses
So, this all involved doctors, treatment-try-outs and diagnoses like neuritis vesitbularis, a persistent virus, vertigomigraine, fybromyalgia, B12 deficiency, Hashimoto disease, buckethandle-meniscus that needed surgery. In 18 months it summed up: 73 times contact with doctors, 77 treatments and research, regular and alternative. I tried different medication, that mostly did not help. Only Thyroid meds and weekly B12 injections stayed.

Lessons in life and yoga
On the other hand there was the yogapath I was on. After the first 3 months, my yogateacher Ankan, Yoga Kumar, came at our home, to help me start yoga again and give individual advice.

I remember laughing, as I could hardly stand straight, when he suggested balance postures. But he was serious. So with some ajustments I did practice balance too. Within my limitations, but a goal was set! I could, at that time, practice yoga only 5 minutes each day. After half a year I could come to class and join 25% of it, while I had to rest the whole next day. But, I kept practising yoga daily, just the minutes I could. The combination of knee and head problems brought a lot of difficulties.

After 12 months into the disease-proces, I had a knee surgery and in the next 4 months, yoga and physical therapy helped to move forward with baby steps. Yoga helped me from the start to accept this new reality for the time being. I was finding new ways to connect to my body and take my lessons out of this period. And this time of not being able to work or do much in the house, gave an opportunity to practice ‘just being’.
Also the education in constellation work I took, did help to break through some old paterns, that appeared to have physical influences. This too was helping me to bare through the consequences of the disease.

Life changing choice
But, recovery did not take further and therapists found a strong limit on my capacity that was not stretchable. We made the best out of each day as a family, but the challenges in daily life and as a mother and wife were still huge.

That was when Yoga Kumar pointed us to India as direction for my health: more yoga and Ayurveda. This advice was an immense turnaround and an emotional rollarcoaster. We had to quit our jobs, find schooling for the children to mention only 2 issues. Still our family of 4 felt a deep yes. It was an inner knowing that we should go and we decided to listen to that voice. So in july 2017 we flew to India, Maharasthra to land in Kaivalyadham Yoga Institute to stay for 10 months.

A long, intense and beautiful expedition followed. Physically, mentally and spiritually. Ayurvedic doctors prescribed yoga as therapy and Ayurvedic treatment. We ate Satvic food. My weeks were filled with 4-5 times yogatherapy and ayurvedic treatments. And we were together on the yogic 8 folded path of Patanjali: being aware on how to treat others and ourselves healthy, via asanas, be conscious of breathing and our senses and practice concentration. It was the real deal.

Peace of mind
Traditional yoga is working on the mind. I learned to stay within my comfortzone, instead of always discovering outside. The balance between activity and relaxation was disturbed in me. Looking back I realized I never really took recoverytime after intense activity. In the traditional classes I noticed how important it is. How my body needed the shavasana after a posture. How my mind became more quite, since it didn’t have to follow up on all of my great ideas :), prove myself, or do all the important things I did. My mind was less busy forcing myself to reach a little higher than I could, so it found space and peace that my body needed to start recovering.
In the meantime Ayurvedic treatment worked on my immunesystem, detoxing and painrelief. This helped a great deal physically and on calming my mind too, as pain is very disturbing, either if you try to ignore or give it attention.

West meets East
This whole lifestyle worked integrated with the western medicin I (for now) need. The western hospitals are experts in trauma (like when you break a leg) or medication for a serie of diagnoses. But for lifestyle diseases, that are so common and in such a variety among us, it falls short. The ancient wisdom of yoga and Ayurveda is complementary. This works both ways. Science is finding that more and more too. Many times I felt deeply gratefull, to experience east meets west in a profound way. That I, we all as a family, took the plunge to turn our lives upside down, to encounter recovery, grow, adventure and so much love.

Good to hear, but what happened next with your health?
After two months India, I swapped my walker with a stick and I could walk like this for about 15 minutes. After 2 more months I am walking without stick or any help. In yogaclass I can do all postures now, without someone holding me.

One more month and I could drive the scooter. Two 2 years (!) after the disease came along I took my children to school again by myself!
The Vertigo is less, my eyes work better, so I can read again, energy is more, pain less, tinitus reduced big time, I spend less hours in bed during the day.
Every 2 months I was tested at the Scientific Research Departement of the Yoga Institute Kaivalyadham and the tests on strength, coördination and balance stated huge improvement. So the testresults corresponded with my daily life.

A final touchdown and first new steps
I could move from therapy-yogaclass to basic class in january 2018. When we returned to The Netherlands the end of April, I even finished a 200 hours yogainstructor course!

I started to develop and conduct workshops for teachers with my husband ‘how to teach yoga to children’. Learning about this lifestyle in a fun and traditional way, will benefit the children ánd parents & teachers on many levels. Slowly I pick up coaching again, now with the addition of the powerfull ancient sciences.

Bringing forward the Yoga & Ayurvedic lifestyle that supported me to great extend physically, mentally and spiritually, is the natural way to go. New chances will be unfolded and I am ready to take each new step!

Oefenen met de dood

Gepubliceerd op mamaschrijft op 9 februari 2018

Oefenen met de dood

Met ogen vol verdriet staat ons vijfjarige meisje bij de vierkante vissenkom. Op de bodem een vrijwel levenloze sluierstaart. Haar visje sinds 2 jaar, Mickey. Ik schiet heen en weer tussen haar verdriet ruimte geven en gedachten als ‘het is maar een vis’. Ineens weet ik weer dat onze dode vissen vroeger gewoon door de wc gespoeld werden. Ik schreef er dan achteraf over in mijn dagboek en tekende er tranen bij. Ik besluit dit proces met dochter in te gaan.

Opties voor herstel en aandacht

Samen kijken we naar de zieke vis, ik zoek op internet oplossingen of tips en lees dat ik het beste het diertje dood kan slaan. Enigszins voorzichtig, met andere woorden dus, breng ik dat nieuws. Ze is vastberaden ‘bel een dierenarts!’. ‘Uhm, er is geen vissendierenarts, liefje’. Dat is beneden alle peil, dat dierenartsen vissen niet belangrijk genoeg vinden. En als haar rechtvaardigheidsgevoel zich zo laat zien, vind ik dat ze daar wel een punt heeft. Dus ik denk even na en bel dan de dierenwinkel die ook vissen verkoopt om doktersadvies te vragen.

De vriendelijke stem aan de andere kant geeft, na enkele vragen, ook het advies om de vis te doden. Ik vertel dat er een vijfjarig verdrietig meisje naast me staat. De stem doet een onvoorstelbaar lief aanbod: ‘kom maar met de vis en het meisje naar de winkel’.

Dat stelt dochter even gerust. Ik vraag haar wat ze voelt of nog wil zeggen aan Mickey. In tranen stamelt ze wat. Ik vraag of ze een briefje wil schrijven. Ze zit al met stiften en papier voordat ik uitgesproken ben. Een brief aan Mikey wordt het. Die op de kom geplakt wordt. Zo staan we 10 minuten later in de winkel met een gele brief. Onderweg in de auto bereid ik haar voor dat er grote kans is dat haar vis toch dood zal gaan. Ze knikte alleen maar.

Waarom zo serieus rond een bijna dode vis?

Intussen ben ik dankbaar dat deze dood enigszins aangekondigd komt en ik als moeder haar kan helpen om te gaan met de emoties die horen bij de dood. Alle fases van rouwverwerking zullen voorbij komen. Ontkenning (zit ze middenin nu), boosheid (een verdedigingsmechanisme dat haar nu al kracht geeft), het gevecht aangaan (of eigen doelen opleggen), depressie (het machteloze gevoel dat je echt niets kan doen aan de dood) en tot slotte aanvaarding. Ik bereid haar graag voor, nu bij deze vis, op de verliezen in het leven die zonder twijfel gaan komen.

Ik wilde schrijven ‘deze vis als minder groot verlies’, maar dat klopt feitelijk niet met de emoties die overweldigend groot kunnen zijn bij de dood van een huisdier voor een kind. Het verdriet, de machteloosheid en boosheid staan op zichzelf, niet evenredig met de oorzaak. Dat is de reden dat ik haar nu volg en begeleid. Zodat ze, op een dag als ze volwassen is, of als ik er niet meer ben, gereedschappen in zichzelf heeft klaarliggen, om met heftige emoties en situaties om te gaan.

Meebuigende medewerkers en een intuïtief kind

De winkelbediende loopt ons voor naar de aquaria. Ik blijf op de achtergrond. Mickey mag een nachtje tussen andere vissen ‘om te zien of hij zal opknappen’. Ze staat met haar neus tegen het glas te kijken. Als ze ziet dat de andere vissen Mickey porren en duwen, schreeuwt ze het haast uit in tranen. ‘Hij moet eruit, haal hem eruit, ze vallen hem aan’. Mijn rationele neiging tot uitleg ‘dat dieren zo met een ziek dier omgaan’ hou ik voor me. De winkelmevrouw pakt het anders aan. ‘Ik haal hem eruit en we zetten hem bij de jonge visjes. Die zijn vast liever voor hem.’ En zo geschiedt. De babyvisjes laten Mikey met rust. De brief mag op het aquarium. Morgen komen we weer kijken.

Als we de winkel uit willen lopen, draait onze vijfjarige zich om ‘als hij vannacht doodgaat, wil ik hem ophalen. Bewaren jullie hem dan?’. De verbaasde gezichten achter de toonbank knikken.

Ik ben verbaasd over hoe ze precies weet wat ze nodig heeft en dat ook gewoon durft uit te spreken. En leer zelf ook een beetje bij. Ze huilt onderweg naar huis nog even.

Begrafenis

Mickey gaat die nacht dood, wordt de volgende dag opgehaald en thuis in een door dochter gemaakt doosje met watten gelegd. Ze graaft met papa en zusje een gat in de tuin. Zusje van twee zwaait en zegt ‘dag isj’ als hij het gat in gaat. Mijn dochter maakt zelf nog een herdenkingsteken voor in het zand. Die mept ze met een hamer de grond in boven de vis.

En dan? Dan is het klaar. De tranen hebben gestroomd, de daden zijn verricht en de vissenliefde kreeg ruimbaan. Ze gaat over tot de orde van de dag. De weken erna zegt ze soms dat ze Mickey mist. Ze wil geen nieuwe vis.

Tot op een dag ze wel een nieuwe vis wil. Het is geen vervanger. Hij krijgt een nieuwe naam en er ontstaat een nieuwe vissenrelatie.

https://www.mamaschrijft.nl/wp-content/uploads/2018/02/IMG_2599.jpg