Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: kindalsspiegel (pagina 1 van 1)

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !

Over zelfstandige kinderen en moederangst.

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 22 oktober 2017:
https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/zelfstandige-kinderen-en-moederangst

Monike is ervan overtuigd dat gedragscontrole een negatieve invloed heeft op het gevoel van zekerheid van een kind. Dat betekent dus dat je ze waar mogelijk de vrijheid geeft. En dat doet ze ook, maar dat vergt best wat vertrouwen in een land als India.

Vijf en acht zijn ze, op pad langs een weg met voorbijsnellend verkeer. Ze gaan een kilometer door het dorp, langs een veld en meertje tot onder de brug. Onderweg met hun zakgeld om yoghurt te kopen. Ik, als moeder, zit thuis in India met hun zelfstandigheid op schoot.

Slang op de weg

Moederangst
De weg is niet al te druk, maar Riksja’s en motorbikes rijden flink door en soms rijdt er een grote bus die nergens naar kijkt. Lopen ze goed links? Letten ze wel op of er geen slang onder hun voeten doorkronkelt? Weten ze het woord voor yoghurt nog wel, dahi? Blijven ze onderweg niet spelen, terwijl ik hier de 20 minuten aftel die we afspraken om terug te zijn?

 

slalom bus en koeien

Wat mooi dat ze dit van me vragen en aandurven samen, gloeit er tegelijk door me heen.

 

Ze zijn de enige blanke kinderen hier in Lonavala en continu wil iemand hen aanraken of een foto maken. We lachten van te voren toen we samen zo hard mogelijk gilden en ze voordeden hoe ze in handen zouden bijten, mocht iemand hen mee willen nemen. Dat voor de piepkleine kans dat het zich voordoet, maar natuurlijk vooral voor mijn eigen geruststelling. Want ja, ik geef hen toestemming in vertrouwen om te gaan én ik voel angst en bezorgdheid door me heen gaan.

Opvoeden met ruimte voor autonomie
Nadat de deur achter hen sloot, heb ik bewust even gevoeld wat voor grote stap dit was voor mij, niet voor hen, en al mijn emoties er omheen begroet met een lachje. Dan besluit ik te gaan schrijven (dit blog meteen maar) en hun de eigen energie te gunnen.

Een van de meest belangrijke strevens in ons ouderschap, is dat we de meiden ruimte geven, zodat ze vanuit intrinsieke motivatie kunnen zijn en handelen. Die autonomie geldt op veel meer vlakken natuurlijk, zelf op pad zijn is daar één van.

Vanaf hun geboorte heb ik sterk gevoeld dat een van onze taken is om hen zo ‘heel’ mogelijk te laten. Daarmee bedoel ik, dat ik waar mogelijk mijn emoties niet op hen wil projecteren. Ik kan je zeggen, dat is best een uitdaging soms, eerst de eigen emotie (bezorgdheid, frustratie, verdriet) als ouder hanteren en dán pas reageren op mijn kind. Maar ik geloof ten diepste dat dit hen de kans geeft zich vrijer te ontwikkelen.

Wetenschappelijke kijk op motivatie
En onderzoeken die ik later las, bevestigden mijn bij-de-geboorte-gevoel. Gedragscontrole (meestal ingegeven uit angst van de ouder) heeft een negatieve invoed op het gevoel van zekerheid van een kind. Daarnaast kun je intrinsieke motivatie later niet afdwingen, niet actief aanleren. Dat ontstaat. Een recent onderzoek onder kinderen van 8-12 jaar, toonde de link tussen autonomie en intrinsieke motivatie opnieuw aan. Er is ruimte nodig voor zelfbeschikking. En volgens de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci, zijn daarnaast nog twee dingen nodig: compententie en sociale verbondenheid.

Zelfstandig onderweg in India

Door bijvoorbeeld zelfstandig een boodschap te doen (oef ja, dus ook nu we in India wonen) ervaren ze hun eigen competentie. De sociale verbondenheid zit hem in verbinding: een volwassene die betrokken is en zich bekommert om hun welzijn.

 

Empathie en verantwoordelijkheid
Veel eerder dan verwacht klinken hun voetstappen op de trap. Ik spring blij naar de deur, trek hem open ‘daar zijn mijn stoere meiden alweer!’. Ze lachen om mijn blijdschap. Rode konen, hijgend. Ik bewonder de yoghurt en high five ze. Betrokkenheid zullen ze niet betwijfelen!

Oudste zegt: we hebben heel snel gelopen mama. Ik wist gewoon dat jij met een gevoel in je buik zou zitten of het wel goed gaat. Ik kus haar en zeg dat ze gelijk heeft. ‘Bijzonder dat ik dat wist toch, mam?’ ‘Zeker! Fijn dat je rekening houdt met iemand anders.’ Even ben ik stil, want ik bemerk een onrust in mij als ze dit zegt, naast de bijzonderheid ervan. Dan besef ik dat ze vooral bezig was met mij, vandaar de alarmbel.

Handelen voor het gevoel van de ander
Als dat zich maar vaak genoeg herhaald, handelen voor het gevoel van de ander, kan dat leiden tot het later onbewust negeren van je eigen gevoel. Hoe blij ik ook ben dat ze snel terug zijn en ze de ongerustheid begrijpt, ik wil haar de andere kant ook meegeven. Dat ze competent wordt, om haar eigen gevoelens te scheiden van die van de ander (mij, nu).

‘Weet je, meisje, verwar dat meevoelen niet met wat je zelf voelt.’
‘Wat bedoel je?’
Hm, dat was niet erg helder voor haar, die samenvatting van mijn gedachten.

‘Je weet dat ik het spannend vindt en dat is mooi. Maar het is niet jouw emotie, je mag die spanning bij mij laten. Leef gerust mee, maar vergeet je eigen lijf niet. Als je langer weg bent, omdat het druk was bij het winkeltje, dan is dat zo. Je hoeft niet te rennen om mij gerust te stellen. Je hield je aan onze afspraak, vergat de tijd niet door te gaan spelen. Dus voel jij vooral ook hoe blij je bent met de vrijheid en dat je zin hebt die bak yoghurt leeg te eten. Ik zorg wel voor mijn angst.’ (Einde monoloog)

Ze lacht, komt me knuffelen me en lijkt opgelucht.
Dat laatste kan ook mijn projectie zijn 🙂

Monike vertrok in juli 2017 met man en hun twee meiden (8 en 5 jaar oud) voor 9 maanden naar India. Voor herstel van de ziekte die plots overviel, yoga in het land van oorsprong en om als gezien het avontuur aan te gaan. Na 7 jaar in de de reisbranche en 10 jaar sociaal-juridisch en beleidsmatig met vluchtelingen te hebben gewerkt, werd ze in India geintroduceerd als ‘housewife’:) Naast behandelngen en hersteltijd geeft ze de kinderen deels homeschooling. Deze ervaringen naast de liefde voor oude wijsheden, rituelen en opvoeding deelt ze in haar blogs.
Meer inspiratie?
Facebook: /eigenwijsinevenwicht
voor persoonlijke ontwikkeing en opvoeding.
Facebook: /groups/693464470838788/
We are like water, voor het India avontuur, yoga en ayurveda

Ik wil niet meer bij jou wonen! deel 2

Kalm spelend opent ze het gesprek

Ik wil niet meer bij jou wonen!

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Een beetje uitdagend en te kalm eigenlijk. Ik slik even en het lukt me om rustig zonder veel nadruk re vragen waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?

‘Dat ik niet wil leven’.

Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten die komen en mogen gaan

Gedachten gaan door me heen. Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, ja, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Doorgronden en visueel maken

Ik pak spontaan opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat in het laatste beeld weer tegenover het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Ze kijkt nog steeds stevig naar het leven.

Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is.

En ik? Ik ben zó gelukkig met haar.