Menu Close

Tag: ontwikkeling (page 2 of 2)

Over zelfstandige kinderen en moederangst.

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 22 oktober 2017:
https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/zelfstandige-kinderen-en-moederangst

Monike is ervan overtuigd dat gedragscontrole een negatieve invloed heeft op het gevoel van zekerheid van een kind. Dat betekent dus dat je ze waar mogelijk de vrijheid geeft. En dat doet ze ook, maar dat vergt best wat vertrouwen in een land als India.

Vijf en acht zijn ze, op pad langs een weg met voorbijsnellend verkeer. Ze gaan een kilometer door het dorp, langs een veld en meertje tot onder de brug. Onderweg met hun zakgeld om yoghurt te kopen. Ik, als moeder, zit thuis in India met hun zelfstandigheid op schoot.

Slang op de weg

Moederangst
De weg is niet al te druk, maar Riksja’s en motorbikes rijden flink door en soms rijdt er een grote bus die nergens naar kijkt. Lopen ze goed links? Letten ze wel op of er geen slang onder hun voeten doorkronkelt? Weten ze het woord voor yoghurt nog wel, dahi? Blijven ze onderweg niet spelen, terwijl ik hier de 20 minuten aftel die we afspraken om terug te zijn?

 

slalom bus en koeien

Wat mooi dat ze dit van me vragen en aandurven samen, gloeit er tegelijk door me heen.

 

Ze zijn de enige blanke kinderen hier in Lonavala en continu wil iemand hen aanraken of een foto maken. We lachten van te voren toen we samen zo hard mogelijk gilden en ze voordeden hoe ze in handen zouden bijten, mocht iemand hen mee willen nemen. Dat voor de piepkleine kans dat het zich voordoet, maar natuurlijk vooral voor mijn eigen geruststelling. Want ja, ik geef hen toestemming in vertrouwen om te gaan én ik voel angst en bezorgdheid door me heen gaan.

Opvoeden met ruimte voor autonomie
Nadat de deur achter hen sloot, heb ik bewust even gevoeld wat voor grote stap dit was voor mij, niet voor hen, en al mijn emoties er omheen begroet met een lachje. Dan besluit ik te gaan schrijven (dit blog meteen maar) en hun de eigen energie te gunnen.

Een van de meest belangrijke strevens in ons ouderschap, is dat we de meiden ruimte geven, zodat ze vanuit intrinsieke motivatie kunnen zijn en handelen. Die autonomie geldt op veel meer vlakken natuurlijk, zelf op pad zijn is daar één van.

Vanaf hun geboorte heb ik sterk gevoeld dat een van onze taken is om hen zo ‘heel’ mogelijk te laten. Daarmee bedoel ik, dat ik waar mogelijk mijn emoties niet op hen wil projecteren. Ik kan je zeggen, dat is best een uitdaging soms, eerst de eigen emotie (bezorgdheid, frustratie, verdriet) als ouder hanteren en dán pas reageren op mijn kind. Maar ik geloof ten diepste dat dit hen de kans geeft zich vrijer te ontwikkelen.

Wetenschappelijke kijk op motivatie
En onderzoeken die ik later las, bevestigden mijn bij-de-geboorte-gevoel. Gedragscontrole (meestal ingegeven uit angst van de ouder) heeft een negatieve invoed op het gevoel van zekerheid van een kind. Daarnaast kun je intrinsieke motivatie later niet afdwingen, niet actief aanleren. Dat ontstaat. Een recent onderzoek onder kinderen van 8-12 jaar, toonde de link tussen autonomie en intrinsieke motivatie opnieuw aan. Er is ruimte nodig voor zelfbeschikking. En volgens de zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci, zijn daarnaast nog twee dingen nodig: compententie en sociale verbondenheid.

Zelfstandig onderweg in India

Door bijvoorbeeld zelfstandig een boodschap te doen (oef ja, dus ook nu we in India wonen) ervaren ze hun eigen competentie. De sociale verbondenheid zit hem in verbinding: een volwassene die betrokken is en zich bekommert om hun welzijn.

 

Empathie en verantwoordelijkheid
Veel eerder dan verwacht klinken hun voetstappen op de trap. Ik spring blij naar de deur, trek hem open ‘daar zijn mijn stoere meiden alweer!’. Ze lachen om mijn blijdschap. Rode konen, hijgend. Ik bewonder de yoghurt en high five ze. Betrokkenheid zullen ze niet betwijfelen!

Oudste zegt: we hebben heel snel gelopen mama. Ik wist gewoon dat jij met een gevoel in je buik zou zitten of het wel goed gaat. Ik kus haar en zeg dat ze gelijk heeft. ‘Bijzonder dat ik dat wist toch, mam?’ ‘Zeker! Fijn dat je rekening houdt met iemand anders.’ Even ben ik stil, want ik bemerk een onrust in mij als ze dit zegt, naast de bijzonderheid ervan. Dan besef ik dat ze vooral bezig was met mij, vandaar de alarmbel.

Handelen voor het gevoel van de ander
Als dat zich maar vaak genoeg herhaald, handelen voor het gevoel van de ander, kan dat leiden tot het later onbewust negeren van je eigen gevoel. Hoe blij ik ook ben dat ze snel terug zijn en ze de ongerustheid begrijpt, ik wil haar de andere kant ook meegeven. Dat ze competent wordt, om haar eigen gevoelens te scheiden van die van de ander (mij, nu).

‘Weet je, meisje, verwar dat meevoelen niet met wat je zelf voelt.’
‘Wat bedoel je?’
Hm, dat was niet erg helder voor haar, die samenvatting van mijn gedachten.

‘Je weet dat ik het spannend vindt en dat is mooi. Maar het is niet jouw emotie, je mag die spanning bij mij laten. Leef gerust mee, maar vergeet je eigen lijf niet. Als je langer weg bent, omdat het druk was bij het winkeltje, dan is dat zo. Je hoeft niet te rennen om mij gerust te stellen. Je hield je aan onze afspraak, vergat de tijd niet door te gaan spelen. Dus voel jij vooral ook hoe blij je bent met de vrijheid en dat je zin hebt die bak yoghurt leeg te eten. Ik zorg wel voor mijn angst.’ (Einde monoloog)

Ze lacht, komt me knuffelen me en lijkt opgelucht.
Dat laatste kan ook mijn projectie zijn 🙂

Monike vertrok in juli 2017 met man en hun twee meiden (8 en 5 jaar oud) voor 9 maanden naar India. Voor herstel van de ziekte die plots overviel, yoga in het land van oorsprong en om als gezien het avontuur aan te gaan. Na 7 jaar in de de reisbranche en 10 jaar sociaal-juridisch en beleidsmatig met vluchtelingen te hebben gewerkt, werd ze in India geintroduceerd als ‘housewife’:) Naast behandelngen en hersteltijd geeft ze de kinderen deels homeschooling. Deze ervaringen naast de liefde voor oude wijsheden, rituelen en opvoeding deelt ze in haar blogs.
Meer inspiratie?
Facebook: /eigenwijsinevenwicht
voor persoonlijke ontwikkeing en opvoeding.
Facebook: /groups/693464470838788/
We are like water, voor het India avontuur, yoga en ayurveda

About a special place at Kaivalyadham

It is full of strong calming energy. Tims eyes suddenly filled with tears five months ago, when we first set foot here. My mind became peaceful and the soul wide open.

Every time we are present in the fire-ritual (homa) that is done here, Jana’s serenity is shining and with closed eyes, is she reciting sanskrit mantra by heart. And our energetic girl Isha sits calm and silent near the fire for 10 minutes and then falls asleep in my arms for the rest of the ceremony. Literally every time. Every one knowing her sees her jumping and running and expressing her emotions. Such a strong energy and safety in this room, that naturally she feels relaxed.

Both girls regularly ask to come here again.

It is a place in the back of the Kaivalyadham-campus where the spiritual leader of Kaivalyadham lives, Swami ji.

In 1924 swami Kuvalayananda founded kaivalyadham. He was an educator and a pioneering researcher as he started scientific research on yoga in 1920, and published the first scientific journal specifically devoted to studying yoga.

Today swami Maheshanandaji is conducting the ancient Himalayan ritual, Agnihotra (fire ceremony and Vedic chanting)

Some facts on Swami

The word swami means master. Master the habit patterns and ego to let the eternal Self within come shining through. A swami is a monk. In the Indian Law becoming a swami, is regarded as civil death.

A swami has taken vows of renunciation. “I am a threat to none, a danger to none; may no living being henceforth fear me.” All materiality has been given up and the past has been ‘burnt away’. A renunciate claims an intimate relationship with all, attached to none. “Attached to none” means that he desires nothing from anyone, needs no emotional support from anyone but gives encouragement to all.

Being present is healing

Swamiji is present. He encourages our family by seeing us. Hardly any words are needed. We feel welcome and loved and pure, being in an healing environment.

The ritual that Swami Maheshananda learned from his guru, and shares with whoever wants to be there, is supporting that energy. The strength within us all.

Agnihotra, HOMA ritual

Agnihotra, is a healing fire from the ancient science of Ayurveda. It is a process of purifying the atmosphere through the specially prepared fire.

The tradition says we can make changes in the atmosphere with Sanskrit mantras and fire prepared with specific organic substances, timed to the sunrise/sunset biorhythm. The fire burns in small copper pyramid. Rice, dried cowdung and ghee are burned and these qualities with the  rhythms and mantras and energy from the fire, produces the full effect of this healing fire. The medicinal advantages are said to be: Agnihotra renews the brain cells, revitalizes the skin and purifies the blood. It is the holistic approach to life. Thousands of people in different parts of the world have experienced wonderful healings of all types of ailments by using Agnihotra ritual and the ash. A German pharmacist, even makes ash medicines.

 

For us, we are happy that this ritual is done every day in Kaivalyadham and blessed that we can be part of it regularly. Share some vibrations and love and of course we welcome any support to recovering and health.

 

In of uit je comfortzone?

‘Find your comfortzone. Do not go over your limitations.’

Onzin! schiet door me heen als ik de woorden vanaf mijn yogamat keer op keer hoor. Eerst komen ze nog vaag bekend voor. Later volgt de woeste weerstand, want je leert pas buiten je comfortzone! Lessen later dringt het ineens door. Het gaat niet om wel of niet.

Get out there!

De weerstand uit mijn linkerhersenhelft komt enerzijds door hoe ik mijn leven heb geleefd. Altijd nieuwe uitdagingen zzoeken en me zeker niet laten belemmeren door angst. Een vriend zei ooit toen we, tijdens een spontaan bezoek aan Maleisie, op een doodenge snelle waterscooter wilden stappen: ‘waar andere mensen als ze bang zijn ‘nee’ zeggen, doe jij steeds precies waar je bang voor bent.’
Ik vond dat wel een compliment en ging lekker door.

Anderzijds is het wat ongeveer alle coaches gebruiken: buiten je comfortzone is het te vinden. Groei, verandering, vooruitgang. Ook in het (pseudo)spirituele-wereldje wordt het veel ingezet op hulpvragen of verhalen van mensen. Er zijn tekeningen en tabellen voor gemaakt, hoofdstukken in boeken aan gewijd. Out of your comforzone is the place to be!

En dan klinkt weer de rustige haast zangerige stem van de therapie-yoga docent: Find your comfortzone. 

Nood aan comfort

Hmm. Ik heb geleerd, gereisd en veel ontmoetingen gehad en heb mezelf enorm ontwikkeld door steeds maar buiten de comfortzone te gaan. Daar ben ik dankbaar voor en blij mee.

Toch, in de afgelopen jaren wrong er ook regelmatig iets. Vooral in mijn lijf. Ik voelde me overweldigd vaak. De nood aan rust was groot. Ik was vaak ziek. Ik gaf mijn slechte weerstand de schuld, wist wel dat ik te hard en intensief werkte, naast ons gezin en alle andere (leuke en belangrijke) activiteiten die ik deed. Maar dat zou wel goed komen als ik mezelf maar bleef uitdagen, dan ga ik vooruit.

Ook tijdens de opleiding NLP twee jaar terug werd weer bevestigd dat je nou eenmaal niet groeit veilig in je comfortzone, dat je voor groei uit balans moet gaan, want ze kunnen niet gelijktijdig bestaan: balans en groei zijn afwisselend aanwezig.

Toen besloot mijn lichaam. Klaar. Je hebt overvloedig veel signalen en kansen gehad. Dagen, maandenlang hondsberoerd op bed. Klaar met groeien. Op de plaats rust! Terug in je comfortzone.

Of ging ik er juist uit? Ineens halt aan alles. Geen werk, niet lezen, studeren of reizen. Amper tijd met mijn gezin. Aardig buiten mijn gewone doen. In die situatie zocht ik een zo comfortabel mogelijke manier.

Bouw een behaagelijk nestje  

Onze drang om iets te bereiken is instant geluk, we pushen onszelf, doen hard ons best, gaan uit de comfortzone om ons doel te behalen. Maar op de lange termijn werkt dat tegen ons. Het lichaam verstijfd en gaat pijn doen. Groei stopt.

En dat is het misschien:  Vind je comfortzone, terwijl  je buiten je comfortzone gaat. Ga het gevecht met de angsten en weerstand niet aan, maar zoek de flow mét de angst en weerstand in de nieuwe situatie.
Daar zit het leerpunt. Tijdens de yogales doe ik houdingen die niet per se prettig zijn, waar ik soms tegen op zie (uit mijn comfort). Maar ín die houding: ‘find your confortzone. Stay within you limitations’, ontspannen in de eindhouding.

Volgens de yogatraditie is het van belang flow op te zoeken. In de Patanjali yoga sutra’s gaan drie sutra’s over de yogahouding. Twee van deze zeggen iets over de noodzaak van comfortabel zijn en het loslaten van ‘moeite doen’. Dus, doe het nieuwe wel, maar geleidelijk, binnen je (varierende) beperkingen.

Dat geldt ook voor het leven naast de mat. Tijdens conflicten, je uitspreken, een reis maken en opvoeding. Ontspan in de ontwikkeling.
Terwijl je de pijn voelt van die ene nieuwe houding, dat nieuwe gedrag, ontspan alle andere spieren, emoties, gedachten en je ademhaling. Geef jezelf zoveel veiligheid, rust en balans als mogelijk is, terwijl je in je uitdaging zit.

Anders gezged: Een zachte omgeving creeren voor je groeipijn.

Groei ze, op een zacht wolletje!

 

Herstel part 2 – Val in de ruimte

Mentaal hielp het.
Naast de westerse artsen en blik, de ziekte zien als signaal. Een zekere mate van afstand, ondanks alle beperkingen. Mét de zwaarte de symptomen onderzoeken op wat ze te zeggen hadden. Uit het onoverkomenlijke stappen.

‘Ik ben ziek’ vermeed ik uiteindelijk  waar mogelijk. Taal brengt ook iets in de wereld. Ik droeg een ziekte bij me. Of droeg… nou ja. Ik ben ook reusachtig naast het ziekte-deel. En zocht naar manieren dat geheel van mij zo optimaal mogelijk te zijn.

Leven als geheel
Ayurveda, ofwel: de wetenschap van het leven. Waarbij Ayu de betekenis van ‘leven’ heeft, in vier deelgebieden: body, mind, senses and soul. Veda staat voor het onderzoek in dit geheel van vier.

Het is duizenden jaren oud. Ouder dan de mensheid, stelt de overlevering. Wat in elk geval waar is voor alle medicinale kruiden die gebruikt worden  De eerste teksten van de Ayurveda gaan zo’n 3500 jaar terug. Daarbij is het van belang te bedenken dat volgens dit oeroude healing system of India, dat wat in de (macro)kosmos aanwezig is, ook in het lichaam in de microkosmos aanwezig is. Je onderzoekt zo steeds twee richtingen op.
Ayurveda is een manier van leven, het beslaat alle levensgebieden voor gezondheid. Beweging, het denken, het voedsel en de behandeling van ziekte die altijd een uiting is van disbalans.

Disbalans
Misschien wel het eerste signaal dat India op ons pad hoorde te komen. Mijn letterlijke balansprobleem dat zo plotseling opkwam. De wereld tolde rond me heen. Lopen zonder hulpmiddel lukte niet meer. Vrij snel omvatte ik dit als thema waar ik voorlopig op allelei lagen in meer of mindere mate mee bezig zou zijn.

Hoe kon ik bezig zijn met de les die hieruit te halen viel, terwijl ik me zo ziek voelde? Moet ik er per se een les uit halen? Hoe blijf ik dan weg uit schuldgevoel, als ik de les niet zie en het dus ‘niet goed doe’? Is het niet gewoon iets wat me overkomt, lijfelijk, domme pech dus? Hoe breng ik al die stemmen en intuitie in me in balans?

Het initiele streven van ‘snel beter worden’, dwz de oude, werkte tegen me. ‘Beter’ kwam niet en dat was teleurstellend, falen zelfs. En, wat is dat de oude worden? De innerlijke weg was kronkelig.

Herstel en steun
Yoga (en mijn geweldige yoga leraar in Nederland) heeft hierin veel betekend, naast andere methodes om het zelfhelende vermogen te ondersteunen. Maar vooral de kracht diep in me, flexibiliteit en nieuwsgierigheid hebben me geholpen op dit pad van evenwicht. Zowel puur fysiek, biologisch kijken, als mentaal en naar de zin van ziekte.

Het vechten mocht los komen van mij. Het is mooi geweest met dat mijn best doen. De richting is zijn en doen wat ik nu in deze omstadigheden wil en kan. Herstel naar iets nieuws, in plaats van beter worden. Die intentie bekrachtigde ik met een luchtig ritueel, na een zware autorit met lief naar een arts in Maastricht. Iets met stenen, ijsjes en liefde 🙂

Cesuur
De ziekte bracht ook een keuzemoment voor of tegen India met Ayurveda en yoga en ommekeer. De red or blue pil? Down the rabbit hole.

De komende interne week komt meer licht op het (on)evenwichtige in mij. Via Ayurveda ga ik het geheel van mijzelf langs en voor een grote schoonmaak.

Langzaam zie ik de ziekte alvast ook als een cadeautje. De ziekte, hoe pijnlijk ook, bracht een cesuur, een vóór en na.

Ruimte dus.

Ik wil niet meer bij jou wonen! deel 2

Kalm spelend opent ze het gesprek

Ik wil niet meer bij jou wonen!

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Een beetje uitdagend en te kalm eigenlijk. Ik slik even en het lukt me om rustig zonder veel nadruk re vragen waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?

‘Dat ik niet wil leven’.

Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten die komen en mogen gaan

Gedachten gaan door me heen. Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, ja, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Doorgronden en visueel maken

Ik pak spontaan opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat in het laatste beeld weer tegenover het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Ze kijkt nog steeds stevig naar het leven.

Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is.

En ik? Ik ben zó gelukkig met haar.

Eieren in de badkamer

Lief komt met gekookte eieren de badkamer inlopen, terwijl ik onder de douche uitkom. Even kijk ik verbaasd, maar dan komt het beeld van de zondvloed in de keuken terug. Gister stond ik af te wassen en schoot de afvoer onder de bak plots los. Vanmorgen om 9 uur zou iemand komen om het te maken. In ons korte India-leven hebben we inmiddels geleerd dat dat niet het geval zou zijn en hadden ook niemand verwacht. Dus de eieren, de afwas en ander keuken zaken, moeten nu via de badkamer. Read more

Goed of niet goed, that’s the question

‘Goed zo!!’ Zes maanden oud stopt ze zelf de lepel met het banaankiwi mengsel in haar mond. Reken maar, reden tot feest! Reuze knap! Hand-oogcoördinatie enzo. Dus enthousiaste ouders en opa en oma. Nog maar een keer: ‘goed zo!’ ‘Wow, geweldig meisje!’

Onze inimienie stopt met eten van haar fruit en kijkt met interesse naar de wild enthousiaste mensen om haar heen. Daar gebeurt iets heel bijzonders. Daar wil ze meer van weten.

Ik zie dat we haar in feite afleiden van waar het om ging. Haar ontdekking. Eten. We trekken haar aandacht van binnen naar buiten.

Zeg ik wat ik bedoel?
In het eerste jaar na haar geboorte werden we verrast hoe vaak wijzelf en de wereld om ons heen ‘goed zo!’ zei. En daarmee een, soms subtiel, oordeel gaven aan een situatie en aan ons meisje. ‘Als ze niet dat specifieke gedrag laat zien, is het dan niet goed?’ vroeg ik me af.

Later herkennen we ‘goed zo’ regelmatig als een automatisme, dat zonder verbinding aan een onderwerp gebruikt wordt. Een kind laat iets zien aan een volwassene. ‘Kijk, wat ik gemaakt heb!’ en haast zonder op te kijken van het gesprek, iphone of de afwas: ‘goed zo schatje, ga maar lekker door.’

Dus lief en ik aan de slag, dat was nog een heel karwei kan ik je vertellen. Om bewust te worden op al onze goed zo’s, en ze te vervangen door oordeelloos aandacht aan het moment. ‘Zo, een toren met rood en blauw. Vind je het leuk om te bouwen?’ ‘Ik vind het spannend om er nog een blokje op te leggen. En jij?’

Maar ‘goed zo’ of ‘knap!’ met bijhorende beloningsstickers, veel complimenten of een toetje voor een leeg bord, bleken niet nodig. Kindlief ontdekte graag en vlot. Of dat nou eten, zindelijk worden, klimmen of tekenen was. Midden in de tripple P periode, met volop complimenten stimuleren, lachten we bij het consultatiebureau met de ervaren verpleegkundige gelukkig om de tegenstelling. Ze zag hoe het ook werkte en stond naast ons.

Vragen en onderzoek naar motivatie
Want we deden ook veel wel en zeven jaar later nog steeds. We zijn aanwezig en verbonden. Stellen vragen bij een (on)opgeloste ruzie, schoolproject, of hoog leesniveau: wat maakte dat je koos om ..?

Er is inmiddels veel onderzoek dat aantoont dat zelfs heel jonge kinderen, baby’s, al weten wat goed of slecht is. Ze hebben ons ‘goed zo’ hiervoor niet nodig. Sterker nog, het maakt ze meer afhankelijk van iets buiten henzelf. Net als straffen maakt ook belonen dat een deel van de intrinsieke motivatie van kinderen verloren gaat. Ze worden onzeker als complimenten uitblijven, wat bij het ouder worden vaker zal gebeuren.

Wat zijn de alternatieven?
Bedank je kind, dan voelt het zich gewaardeerd. ‘Dankjewel dat je je pyjama zelf al aangedaan hebt/broodtrommel voor school zelf klaargemaakt hebt!’
Zeg wat je ziet en stel daarna eventueel vragen. ‘Ik zie je ogen stralen bij je tekening/project! Kun je er iets over vertellen?’
Noem ook wat iets met jou doet. ‘Ik ben blij dat je de schoenen opgeruimd hebt, dan struikel ik niet.’
Vertel dat je het mooi vindt te zien hoe je kind iets probeert en ben samen blij als iets wat lastig leek, toch lukt.

Natuurlijk helpen ook alle knuffels en ik-hou-van-je’s mee aan de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld en intrinsieke motivatie. En, dan tot slot de lastigste misschien, zeg soms niets. Geef je kind de ruimte in zijn eigen wereldje te vertoeven. Verstoor het daarin niet. Wil niet alles zien. Neem een kop koffie en zelf ook een rustmoment en geniet.

‘Mag ik dan nooit meer ‘goed zo!’ zeggen?’ vroeg iemand bezorgd. Natuurlijk wel. Hou het speels. Tel voor de grap gewoon eens hoe vaak je het zegt. Vraag je af wat maakt dat je het zegt. En maak er af en toe voor jezelf een spelletje van om alternatieven te gebruiken. Zonder rigide het woord te vermijden.

Goed toch?

Ritueeltje vooraf doorbreekt vurige momenten later

‘Ik wil niet meer met jou in een huis wonen!! Ik wil met papa en zus bij oma gaan wonen!’

Dochter werd vorige week 5 en schreeuwt me deze woorden toe, terwijl ik in de keuken ontbijt sta te maken. Vlak ervoor negeer ik drie keer een zeurderige vraag waarom ze iets niet nu krijgt. Bij keer vier word ik boos en doe haar onaardig na.

Ik voel een onredelijke en niet situationeel gerechtvaardigde woede in me. Dat spreek ik uit naar lief, die naast me staat. Deze boosheid heeft niet met haar te maken. Het triggert iets. Een zin van vroeger komt op: ‘bang dat je iets tekort komt?!’. Het lijkt me over te nemen en het sarcasme is al uit mijn mond voordat ik het doorheb.

Dochter voelt dus terecht aan dat er iets niet klopt. Dat weet ze alleen zelf niet. Ze gaat na mijn onredelijke reactie op haar bureaustoel zitten, de knieën opgetrokken en schreeuwt bovenstaande woorden. Huilend zit ze daar. Woedend. Voelt zich onrechtvaardig behandelt.

Lief en ik kijken elkaar aan. Diepe rust in mij – tot mijn verbazing. Hij vraagt ‘doet dat geen pijn?’. En nee, ik voel geen pijn van afwijzing (en geloof me, in gevoel van afwijzing ben ik master), maar haar behoefte. Zoiets zeg ik ook, terwijl dochter nog eens gilt dat ze niet meer bij me wil wonen. Lief zegt ‘dat zijn oude woorden’.

Ik laat het ontbijt voor wat het is en loop naar mijn kleine woedende meisje, til haar in opgevouwde vorm op en neem haar op schoot op de bank. Ik vraag van tientallen dingen of ze die niet zal missen zonder mij. Op alles zegt ze met harde boze stem ‘nee!’ en dat ze dat niet meer samen wil.

Ik hou twee armen om haar en haar boosheid heen.

Dan vraag ik naar ons avondzinnetje. Een ritueeltje tussen mama en dochter sinds ze kan praten. Ik zeg dan ‘ik hou van jou de zon rond’ en zij antwoordt met allerlei mooie liefdesverklaringen. ‘ik hou van jou de wereld rond, ik hou van jou het licht rond, ik hou van jou feeën en ijsprinsessen rond, ik hou van jou de dood rond’. Geen enkele avond hebben we overgeslagen.

Nu op dit moment dat ze zoveel boosheid voelt dat ze al en half uur niets meer van me weten wil, vraag ik haar: ‘En wil je ook nooit meer samen zeggen ‘ik hou van jou de zon rond’?’. Boos reageert ze: ‘ja, alleen dat wil ik wel met jou!’. Ik glimlach. Langzaam ontspant haar afwerende lichaam. Ik leg uit dat ik de situatie eerder moeilijk vond, niet fijn reageerde en haar pijn zie. Na even slaat ze haar armen om me heen, klemt zich vast en huilt de longen uit haar lieve lijfje. Ze zegt dat ze toch met mij in huis wil wonen. We knuffelen en haar uitstraling en gedrag zijn weer zacht.

Ik verbaas me over de schoonheid van ons alledaagse ritueel van herhaald uitgesproken verbondenheid. Het raakt voorbij de razende woede. Het helpt haar herinneren dat er meer is dan die emotie en opent haar. We gaan over tot de orde van de dag.

De volgende ochtend als ik wakker wordt, staat onze vijfjarige schoonheid naast me ‘sorry mama, dat ik gister zei dat ik niet meer met jou wil wonen.’

Vrijwel elk kind heeft haar uitbarstingen. En als ouder kun je maar wat geraakt zijn, geïrriteerd of ronduit boos. Hoe verbind jij je met jezelf als je kind uitbarst? En welke dagelijkse rituelen helpen jou de verbinding met je kind te herstellen?