Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: rituelen (pagina 1 van 2)

Wijsheid in het woud

Nou meiden, meer jungle kunnen we jullie niet geven”. Ik kijk om me heen en kan alleen maar stil zijn. We zijn na drie uur klauteren, soppen en vallen, zonder een enkel bestaand pad te hebben gezien, aangekomen bij de waterval waarmee een zijrivier van de Rio Napo begint. Midden in het regenwoud, totaal verlaten van de bewoonde wereld.

Met een vriendin ben ik als twintigjarige naar Equador gereisd om een vriend op te zoeken. Vriend B, met wie hij daar is, beklinkt ons moment ergens tussen Tena en Mishualli met bovenstaande woorden. Alle vier worden we in stilte overspoeld door geluk. Ik neem een duik in het water en laat de tocht hierheen nog eens door me heen gaan.

Angsten, aanvaringen en acceptatie

Het was soms pittig, hijgend beklommen we rots na rots door de dichte begroeiing en soms trokken de jongens ons omhoog. Op een moment viel mijn vriendin verkeerd en haalde haar hand flink open. We waren niet op pad gegaan met een EHBO kistje en dit moest wel verbonden worden. Met een afgescheurd T-shirt is een drukverbandje aangelegd. En ze besloot toch door te gaan.

Ergens onderweg leun ik tegen een rots om verder te komen en schreeuw het uit. Mijn spinnenfobie wordt ultiem beproefd: er loopt een reusachtige spin over mijn hand, groter dan mijn hand zelf. Ik sta in shock na te trillen en besluit dat deze angst nu geen ruimte heeft. We moeten hoe dan ook terug naar de bewoonde wereld, die inmiddels 2 uur lopen ver is. We gaan verder. (Die nacht zal ik continu vreselijke nachtmerries hebben over spinnen die mijn leven overnemen. Achteraf een keerpunt, mijn fobie reduceerde de jaren erna tot ongemak rond spinnen.)

Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig

Een stuk verder moeten we de rivier oversteken, vanwege onmogelijk door te komen begroeiing aan onze kant. Zorgvuldig is een plek in de rivier gezocht, smal genoeg om een touw te spannen. Een van de heren worstelt zich door de hevige stroom heen met één kant van het touw. Dan ga ik en ik voel me onoverwinnelijk. Spanning en blijdschap stromen door me heen en ik loop niet volgens opdracht stroomopwaarts langs het touw, maar aan de andere kant. Ik laat het touw zelfs even los om de kracht van het water volledig te ervaren.

Dan gaat het mis. Het water slingert me onderuit, ik ga kopje onder en voel de natuurkracht volledig. Vriend B aan de overkant gooit me een touw toe, terwijl ik met de stroom mee genomen word. Wonderbaarlijk genoeg weet ik dat met één hand uit de lucht te grissen, als mijn hoofd een moment boven water komt. Hij trekt me tegen de rots aan, waar ik met zijn hulp, trillende benen en moeite tegenop klim. Ik lach stralend van adrenaline ‘dat was een ervaring!’ en krijg een klap in mijn gezicht en een donderpreek. Of ik wel besef hoe dichtbij verdrinken het was en dat hij dan zijn leven had moeten wagen door me achterna te springen. Vriendelijk verzoek om de situatie serieus te nemen.

De angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val

En nu zwemmen we vreedzaam onder de waterval en klim ik voorzichtig achter vriend A aan omhoog tot halverwege de waterval. Doel is om er van af te springen, terug klimmen is te gevaarlijk. En dan blokkeer ik.

Ik durf met geen mogelijkheid. Hoe ze ook op me inpraten – en ik op mezelf- en wat ze ook voordoen aan sprongen, ik lijk verstijfd. De tijd verstrijkt en ik met mijn onoverwinnelijkheid voel me behoorlijk stom. Maar de angst voor afwijzing kan het niet op tegen de angst voor de hoogte, de val, of wat het ook is. Vriend A komt naast me zitten. Praat rustig, maakt grappen. Hoelang we daar zitten weet ik niet, maar samen komen we zover dat ik spring. Mijn gezicht vertrokken van angst en dan de bevrijding van het water, de opluchting en overwinning. Ik kom boven.

Van waterval naar wijsheid

Regenwouden, oceanen, of woestijnen en oude beschavingen als de Maya, Australische Aboriginals, of Kelten, hebben me vele keren geopend. Van alle reizen door de jaren heen raakten vooral die ontmoetingen aan een kracht in mezelf.

Enkele jaren terug deed ik vanuit deze verwondering een basiscursus Sjamanisme. We mogen daar een Axis Mundi (Latijn voor ‘wereldas’) vinden in onze herinneringen. Dit oeroude begrip geeft een verbindingslijn aan tussen het zichtbare en het onzichtbare, tussen het aardse en andere sferen. Via een geleide meditatie en de klanken van de trom, sta ik twintig jaar later ineens weer in de jungle van Equador, bij die waterval. Bijna net zo echt als toen.

Nu erover schrijvend, kan ik geen beter pad van verbinding bedenken dan dat. Daar vielen krachtinspanning, avontuur en overgave samen. Daar werd afzondering van de maatschappij gecombineerd met een wonderlijke nabijheid van mijzelf, rauwe prachtige natuur en vrienden. Daar werden grote angsten verbonden met moed en liefde en er was begrenzing. Ze reisden alle mee, op een manier waar ik toen aan toe was. Daar was ik deel van de wilde natuur. Daar heersten natuurwetten. Daar hing energie van het woud, die ons alle vier oversteeg.

Ik ben blij dat de herinnering levend werd en een levenslange hulpbron mag zijn. Die plek is toegerust me te verbinden met de wijsheid in en om me heen. Ik ga er regelmatig heen en reis door al dat moois in me.

Wat is jouw innerlijke plek waar zoveel samenkomt dat deze bijdraagt aan je evenwicht?

Opa is dood

‘Ja’. [Stilte]
‘Het is niet zo mooi wat met opa gebeurd is.’

Ik zit in de brugklas, kom net uit school en zit op de grond met de krant. Mijn vader heeft eettafelstoel waarop hij zit naar me toe gedraaid, wat ik ongewoon vind. Ik kijk afgeleid naar de bank waarachter ik zit. Mijn hart slaat meerdere keren over. Ik voel me koud en onbestemd. Opa is mijn soulmate bij wie ik me klein, groot en veilig voel. Wat moet ik vragen nu? Zo onverschillig als ik kan starend naar de krant, vraag ik: ‘wat is er met hem?’

Mijn vader schuift wat met zijn voeten. Ik kijk op.

‘Opa is dood’

De hel barst los in mijn hoofd. Dat het niet waar is, want ik ga hem morgen zien, dat ik er heen wil, dat hij dat niet kan maken: doodgaan.

Vooral weet ik nog hoe opgesloten ik me voelde dat ik niet naar het ziekenhuis mocht en kon. Mijn moeder was daar wel.

Mijn moeder zou 20 jaar later zeggen: jij hebt niet gehuild en nooit meer over opa gesproken.

Ik dacht aan hem, huilde soms in bed en stopte dan want het was zinloos, schreef er twee keer over in mijn dagboek en had jarenlang elke nacht nachtmerries over hem. Ik sprak inderdaad nooit over hem. Het bleek vele jaren vast te zitten in mijn lichaam.

Zowel mijn ouders als ik hadden geen idee hoe om te gaan met de onverwachte en hevige dood. Zij konden mij als puberkind niet begeleiden. Ze hadden hun handen vol aan zichzelf en daarbij werd, vermoed ik, hun onverwerkte rouw die ze erfden van ouders uit de oorlogstijd, ook aangeraakt.

Er was in die tijd geen sprake van begeleiding van kinderen hierin, er werden geen handvatten aangereikt of pedagogisch verantwoorde adviezen gegeven. Het was overeind blijven en doorgaan.

Tegenwoordig is er wel die kans. En ben ik blij niet alleen ervaringsdeskundige te zijn op veel onderdelen van rouw en verlies, maar ook professioneel bij rouw en verlies te begeleiden.

Het is soms een moeilijk onderwerp, raakt aan vele lagen in onszelf, maar het bespreekbaar maken is gezond voor de volwassenen én kinderen. Het is deel van het leven. In dode (huis)dieren en ingrijpender: opa’s en oma’s en helaas soms ook een partner, vader, moeder, broer of zus. Dan komt het diep onder de huid.

Ik geef workshops en trainingen aan opvoeders, leerkrachten en coaches. Als rouw aanwezig is, maar ook preventief, zodat als de dood onherroepelijk voorbijkomt, er meer begrip, ruimte en begeleiding is. Graag loop ik even naast je in hoe kinderen te ondersteunen in rouw en hen te helpen in het bewust omgaan met de dood en natuurlijk ook ruimte te maken voor je eigen (onbewuste) stukjes rouw. Het is een mooie liefdevolle en praktische reis.

Neem vrijblijvend contact op voor een training op jouw school, in jouw organisatie of voor de volgende datum voor ouders: monike@eigenwijsinevenwicht.nl

Oefenen met de dood

Gepubliceerd op mamaschrijft op 9 februari 2018

Oefenen met de dood

Met ogen vol verdriet staat ons vijfjarige meisje bij de vierkante vissenkom. Op de bodem een vrijwel levenloze sluierstaart. Haar visje sinds 2 jaar, Mickey. Ik schiet heen en weer tussen haar verdriet ruimte geven en gedachten als ‘het is maar een vis’. Ineens weet ik weer dat onze dode vissen vroeger gewoon door de wc gespoeld werden. Ik schreef er dan achteraf over in mijn dagboek en tekende er tranen bij. Ik besluit dit proces met dochter in te gaan.

Opties voor herstel en aandacht

Samen kijken we naar de zieke vis, ik zoek op internet oplossingen of tips en lees dat ik het beste het diertje dood kan slaan. Enigszins voorzichtig, met andere woorden dus, breng ik dat nieuws. Ze is vastberaden ‘bel een dierenarts!’. ‘Uhm, er is geen vissendierenarts, liefje’. Dat is beneden alle peil, dat dierenartsen vissen niet belangrijk genoeg vinden. En als haar rechtvaardigheidsgevoel zich zo laat zien, vind ik dat ze daar wel een punt heeft. Dus ik denk even na en bel dan de dierenwinkel die ook vissen verkoopt om doktersadvies te vragen.

De vriendelijke stem aan de andere kant geeft, na enkele vragen, ook het advies om de vis te doden. Ik vertel dat er een vijfjarig verdrietig meisje naast me staat. De stem doet een onvoorstelbaar lief aanbod: ‘kom maar met de vis en het meisje naar de winkel’.

Dat stelt dochter even gerust. Ik vraag haar wat ze voelt of nog wil zeggen aan Mickey. In tranen stamelt ze wat. Ik vraag of ze een briefje wil schrijven. Ze zit al met stiften en papier voordat ik uitgesproken ben. Een brief aan Mikey wordt het. Die op de kom geplakt wordt. Zo staan we 10 minuten later in de winkel met een gele brief. Onderweg in de auto bereid ik haar voor dat er grote kans is dat haar vis toch dood zal gaan. Ze knikte alleen maar.

Waarom zo serieus rond een bijna dode vis?

Intussen ben ik dankbaar dat deze dood enigszins aangekondigd komt en ik als moeder haar kan helpen om te gaan met de emoties die horen bij de dood. Alle fases van rouwverwerking zullen voorbij komen. Ontkenning (zit ze middenin nu), boosheid (een verdedigingsmechanisme dat haar nu al kracht geeft), het gevecht aangaan (of eigen doelen opleggen), depressie (het machteloze gevoel dat je echt niets kan doen aan de dood) en tot slotte aanvaarding. Ik bereid haar graag voor, nu bij deze vis, op de verliezen in het leven die zonder twijfel gaan komen.

Ik wilde schrijven ‘deze vis als minder groot verlies’, maar dat klopt feitelijk niet met de emoties die overweldigend groot kunnen zijn bij de dood van een huisdier voor een kind. Het verdriet, de machteloosheid en boosheid staan op zichzelf, niet evenredig met de oorzaak. Dat is de reden dat ik haar nu volg en begeleid. Zodat ze, op een dag als ze volwassen is, of als ik er niet meer ben, gereedschappen in zichzelf heeft klaarliggen, om met heftige emoties en situaties om te gaan.

Meebuigende medewerkers en een intuïtief kind

De winkelbediende loopt ons voor naar de aquaria. Ik blijf op de achtergrond. Mickey mag een nachtje tussen andere vissen ‘om te zien of hij zal opknappen’. Ze staat met haar neus tegen het glas te kijken. Als ze ziet dat de andere vissen Mickey porren en duwen, schreeuwt ze het haast uit in tranen. ‘Hij moet eruit, haal hem eruit, ze vallen hem aan’. Mijn rationele neiging tot uitleg ‘dat dieren zo met een ziek dier omgaan’ hou ik voor me. De winkelmevrouw pakt het anders aan. ‘Ik haal hem eruit en we zetten hem bij de jonge visjes. Die zijn vast liever voor hem.’ En zo geschiedt. De babyvisjes laten Mikey met rust. De brief mag op het aquarium. Morgen komen we weer kijken.

Als we de winkel uit willen lopen, draait onze vijfjarige zich om ‘als hij vannacht doodgaat, wil ik hem ophalen. Bewaren jullie hem dan?’. De verbaasde gezichten achter de toonbank knikken.

Ik ben verbaasd over hoe ze precies weet wat ze nodig heeft en dat ook gewoon durft uit te spreken. En leer zelf ook een beetje bij. Ze huilt onderweg naar huis nog even.

Begrafenis

Mickey gaat die nacht dood, wordt de volgende dag opgehaald en thuis in een door dochter gemaakt doosje met watten gelegd. Ze graaft met papa en zusje een gat in de tuin. Zusje van twee zwaait en zegt ‘dag isj’ als hij het gat in gaat. Mijn dochter maakt zelf nog een herdenkingsteken voor in het zand. Die mept ze met een hamer de grond in boven de vis.

En dan? Dan is het klaar. De tranen hebben gestroomd, de daden zijn verricht en de vissenliefde kreeg ruimbaan. Ze gaat over tot de orde van de dag. De weken erna zegt ze soms dat ze Mickey mist. Ze wil geen nieuwe vis.

Tot op een dag ze wel een nieuwe vis wil. Het is geen vervanger. Hij krijgt een nieuwe naam en er ontstaat een nieuwe vissenrelatie.

https://www.mamaschrijft.nl/wp-content/uploads/2018/02/IMG_2599.jpg

Hoe haar naam naar ons kind toekroop

Deze week 9 jaar geleden werd ze geboren. ‘Jana’ heet ze vanaf die dag. De vraag die me bezig hield in de eerste maanden was: wie heet zo? Hij klopte met haar, die naam, maar ook nog niet.

Naamloos is het meisje dat bij ons kwam.

Jana een week oud

Ik sta verbaasd van mijn wennen om haar naam te noemen. Nooit eerder heb ik gewend aan een naam van een kindje dat ter wereld kwam. Hooguit vond ik hem niet of wel mooi. Maar die baby heette nu eenmaal zo. Die namen zijn makkelijker voor me om uit te spreken, dan die van ons eigen kind. Gewoner, bestaander, reeds behorend aan iemand.

Maar Jana. Dat is een naam die Tim en ik geproefd hebben, geklonken, bevoeld. En toen goed bevonden voor de kleine leermeester in mijn buik.

Naam naast mens
En deze naam, deze voor ons hele nieuwe naam en dit heel nieuwe mensje, hechten maar langzaam aan elkaar. Vele malen ben ik me bewust dat er nog iets te overbruggen viel, ‘Jana’ zegt nog niet alles. In mijn hoofd ontstaat een error, soms mild, soms wild, als ik haar zo noem.

Het verrast me hoe ze is zonder de naam en met naam en dat de naam soms haast in de weg staat. Ik kan haar alleen goed gaan zien, als ze naast Jana ook nog even naamloos blijft: mensje.

Met haar vele zwarte haartjes, de heldere ogen die vanaf dag 1 eerst kijken, voordat ze aan de borst wil. Maanden later nog, eerst uitgebreid oogcontact, dan pas drinken of lachen. Met haar gespannen vuistjes en haar weerstand tegen deze koude wereld. Het wezentje dat ons continu nabij wil. Ze laat zich zien, we mogen haar grondig lezen. Maar het is een eigenheid! Niets deel van ons.

Jana 10 maanden

Zo voelde dat in mijn buik al. Zij heeft haar eigen wereld, haar aanvoelen en beleven. Wij kunnen observeren en liefde uitwisselen (en doen dat met heel ons hart), maar ze blijft ook de ander, een eigen zelf.

Benamen en traditie
Volgens de bijbelse traditie was de eerste opdracht aan de mens om namen te geven aan de dieren. Eerst onderzoeken hoe het er uitziet, beweegt en wat het dier kenmerkt. Het wezen zien in het wezen. Kijken en dan be-namen, als afronding en een start.

Dat mochten wij doen. Dit bijbelverhaal helpt om woorden te geven aan wat ik voel. We staan aan het begin, doordat we een naam aan deze individuele mens mogen geven. Ze zal haar levenlang als Jana bekend staan, door de keuze die wij maakten. Zal zichzelf als Jana kennen, door onze benaming.

Deze mens, kosmos in zichzelf, vraag ik om te behouden wat ze is en ons niets te laten afnemen van haar. Haar menszijn komt me zo compleet voor, dat ik eerst dat te erkennen en respecteren heb. Daarna pas kan ze verder met een naam.

In andere culturen is een naming ceremony heel gebruikelijk. Zowel bij de joodse als moslim wereld is een naamritueel gebruikelijk na een week (of soms twee), in China na een maand en in India afhankelijk van de geloofsrichting tussen 12 dagen en 3 maanden. In alle gevallen wordt het kindje dan opgenomen in de groep, de familie met het fluisteren of bekendmaken van de naam. Het is dus op veel plekken in de wereld een bijzondere mijlpaal, het geven van de naam.

Mijn persoonlijke proces past in dit rijtje  en bevestigt de natuurlijke waarde die rituelen voor mij hebben.

Mens en naam vallen samen
Het gaat ondergronds door en op een dag besef ik op alle niveaus: Ze heet Jana! Niet langer is mijn verstand in de war elke keer als ik haar bij naam noem. Lief prachtmens, langzaam zijn al je eigenheden en zichtbaarheden geabsorbeerd in je naam. De naam en het naamloze nieuwe kosmische mensje vallen vier maanden na je geboorte samen. Jana.

Jana danst Laat het Stromen festival

 

We mochten gelukkig nog vele ontdekkingen, reizen en eigenheden van haar (en onszelf) in het licht van haar naam zien komen in de maanden, jaren erna en nu in India.

Nu al 9 jaar Jana <3

Een ritueel voor een nieuwe (oude) scooter.

Gepubliceerd op MAMASCHRIJFT 14 november 2017
https://www.mamaschrijft.nl/moederschap/een-ritueel-voor-een-nieuwe-oude-scooter

Lang leve de vrijheid! Monike en haar gezin die in India wonen hebben een scooter. En geheel Indian Style, rijden ze daar gewoon met z’n vieren op én krijgt de scooter een ritueel.

Ja, we hebben een scooter dus. Maar die scooter was er niet zomaar. Drie maanden lang hebben we pogingen gedaan om er een op de kop te tikken. Er rijden nogal wat motorbikes en scooters hier, dus dat leek geen probleem. Dat denken we wel vaker, dat iets ‘even snel’ te regelen is. India heeft zijn eigen ondoorgrondelijke logica-wetten. En de scootie bleek een grote uitdaging.

We bleven proberen, want meer autonomie en goedkoper vervoer was gewenst. Vorige week was zo ver: mijn echtgeliefde reed onze nieuwe aanwinst voor. Einde zoektocht en verhaal. Niet hier in India.

Een ritueel moest er komen volgens Indiase vrienden.
Met een Har (bloemenslinger), kokosnoot en ‘sweets’. Dus we togen naar de markt, liepen kraampjes en shopjes af voor de benodigde symbolen, de meiden kozen met zorg mee. Oh, en de scooter moest gewassen worden. Ik mijmer intussen in de warme zon. In Nederland initieerde ik regelmatig een ritueel met de kinderen. Als ze naar een nieuwe klas gingen, rondom een belangrijk moment, bij ziekte/gezondheid, de dood van een vis, een magische schatkist voor dagelijks kleine ritueeltjes, of als iets na veel oefenen gelukt is. De kinderen genoten ervan, emoties kregen ruimte en de handelingen zorgden vaak voor spontane woorden en extra inkijkjes in de belevingswereld van de meiden.

De glimlach wijkt niet van mijn gezicht dus, dat ons een ritueel in de schoot geworpen wordt, hier in India bij deze mijlpaal (de aanhouder wint!)

Lokaal ritueel voor een nieuwe auto of scooter

Indiase gebruiken in blanke handen
De volgende avond is het zover. Met vrienden en buurtgenoten die toestromen, staan we netjes gekleed bij de scooter die de bloemenkrans om krijgt. Een olielampje met de verschillende gekleurde specerijen op een zilveren blad wordt vooruit gehouden. De kruiden worden naar alle windrichtingen gegooid en met het vermiljoenrode Sindur wordt een Swastika op de voorkant van onze tweewieler getekend. Onze oudste dochter beweegt, volgens Indiaas gebruik, het olielampje rond voor de scooter. Dan slaat lief de kokosnoot kapot en het sap gaat over de banden. Tot slot delen we het lekkers uit aan alle aanwezigen en krijgen we van iedereen een felicitatiehand.

De voordelen van een ritueel
Een westerling die ervan hoorde, zei ‘all that for a secondhand scooter?!’ Zo’n ritueel is vanuit Westers standpunt misschien overdreven. Waarom ik een voorstander ben van goed gekozen rituelen, is om de kracht ervan. Het blijft hangen en geeft richting. Onder andere door symbolen die verwijzen naar waarden die je belangrijk vindt in je gezin. Ook bevestigt of versterkt het de verbinding met elkaar, door samen stil te staan of vooruit te kijken. Vooral geeft het volle aandacht, in dit geval aan de risico’s en het vrije gevoel. Aandacht verdiept een ervaring en helpt ons mensen beter te leren, mooie bijwerking toch? En als bonus creeert een ritueel warme herinneringen voor de kinderen, waar ze later graag aan terug denken.

We vieren vrijheid en veiligheid
Bij dit ritueel waren ‘vrijheid en veiligheid’ mijn intenties. Dat paste ‘toevallig’ ook bij de symboliek en de betekenis volgens oude Indiase geschriften. Het olielampje staat voor licht dat beter zicht mogelijk maakt. Het kapotslaan van de kokosnoot staat voor ruimte voor ons ware zelf, voorbij de harde schil van ons ego. In het kader van veiligheid zijn beide wel zo prettig in het (gekke Indiase) verkeer.

Bloemenkrans toont nog het ritueel en brengt felicitaties

En ook is het gewoon een feestje! We vieren ons 3-maandse-doorzettingsvermogen en dat we elk willekeurig moment kunnen opstappen naar de winkel, of op ontdekkingstocht. De kleine ceremonie verankert daarbij onze dankbaarheid. Het is niet vanzelfsprekend dat je als mens kan aanschaffen wat je wenst, zeker niet in India.

On the road – freedom

 

De volgende ochtend stappen we alle vier bewuster op de scootie en we genieten van de wensen voor een veilige scootertijd, op een extra rustig tempo, van de wind in onze haren.

About a special place at Kaivalyadham

It is full of strong calming energy. Tims eyes suddenly filled with tears five months ago, when we first set foot here. My mind became peaceful and the soul wide open.

Every time we are present in the fire-ritual (homa) that is done here, Jana’s serenity is shining and with closed eyes, is she reciting sanskrit mantra by heart. And our energetic girl Isha sits calm and silent near the fire for 10 minutes and then falls asleep in my arms for the rest of the ceremony. Literally every time. Every one knowing her sees her jumping and running and expressing her emotions. Such a strong energy and safety in this room, that naturally she feels relaxed.

Both girls regularly ask to come here again.

It is a place in the back of the Kaivalyadham-campus where the spiritual leader of Kaivalyadham lives, Swami ji.

In 1924 swami Kuvalayananda founded kaivalyadham. He was an educator and a pioneering researcher as he started scientific research on yoga in 1920, and published the first scientific journal specifically devoted to studying yoga.

Today swami Maheshanandaji is conducting the ancient Himalayan ritual, Agnihotra (fire ceremony and Vedic chanting)

Some facts on Swami

The word swami means master. Master the habit patterns and ego to let the eternal Self within come shining through. A swami is a monk. In the Indian Law becoming a swami, is regarded as civil death.

A swami has taken vows of renunciation. “I am a threat to none, a danger to none; may no living being henceforth fear me.” All materiality has been given up and the past has been ‘burnt away’. A renunciate claims an intimate relationship with all, attached to none. “Attached to none” means that he desires nothing from anyone, needs no emotional support from anyone but gives encouragement to all.

Being present is healing

Swamiji is present. He encourages our family by seeing us. Hardly any words are needed. We feel welcome and loved and pure, being in an healing environment.

The ritual that Swami Maheshananda learned from his guru, and shares with whoever wants to be there, is supporting that energy. The strength within us all.

Agnihotra, HOMA ritual

Agnihotra, is a healing fire from the ancient science of Ayurveda. It is a process of purifying the atmosphere through the specially prepared fire.

The tradition says we can make changes in the atmosphere with Sanskrit mantras and fire prepared with specific organic substances, timed to the sunrise/sunset biorhythm. The fire burns in small copper pyramid. Rice, dried cowdung and ghee are burned and these qualities with the  rhythms and mantras and energy from the fire, produces the full effect of this healing fire. The medicinal advantages are said to be: Agnihotra renews the brain cells, revitalizes the skin and purifies the blood. It is the holistic approach to life. Thousands of people in different parts of the world have experienced wonderful healings of all types of ailments by using Agnihotra ritual and the ash. A German pharmacist, even makes ash medicines.

 

For us, we are happy that this ritual is done every day in Kaivalyadham and blessed that we can be part of it regularly. Share some vibrations and love and of course we welcome any support to recovering and health.

 

Herstel part 2 – Val in de ruimte

Mentaal hielp het.
Naast de westerse artsen en blik, de ziekte zien als signaal. Een zekere mate van afstand, ondanks alle beperkingen. Mét de zwaarte de symptomen onderzoeken op wat ze te zeggen hadden. Uit het onoverkomenlijke stappen.

‘Ik ben ziek’ vermeed ik uiteindelijk  waar mogelijk. Taal brengt ook iets in de wereld. Ik droeg een ziekte bij me. Of droeg… nou ja. Ik ben ook reusachtig naast het ziekte-deel. En zocht naar manieren dat geheel van mij zo optimaal mogelijk te zijn.

Leven als geheel
Ayurveda, ofwel: de wetenschap van het leven. Waarbij Ayu de betekenis van ‘leven’ heeft, in vier deelgebieden: body, mind, senses and soul. Veda staat voor het onderzoek in dit geheel van vier.

Het is duizenden jaren oud. Ouder dan de mensheid, stelt de overlevering. Wat in elk geval waar is voor alle medicinale kruiden die gebruikt worden  De eerste teksten van de Ayurveda gaan zo’n 3500 jaar terug. Daarbij is het van belang te bedenken dat volgens dit oeroude healing system of India, dat wat in de (macro)kosmos aanwezig is, ook in het lichaam in de microkosmos aanwezig is. Je onderzoekt zo steeds twee richtingen op.
Ayurveda is een manier van leven, het beslaat alle levensgebieden voor gezondheid. Beweging, het denken, het voedsel en de behandeling van ziekte die altijd een uiting is van disbalans.

Disbalans
Misschien wel het eerste signaal dat India op ons pad hoorde te komen. Mijn letterlijke balansprobleem dat zo plotseling opkwam. De wereld tolde rond me heen. Lopen zonder hulpmiddel lukte niet meer. Vrij snel omvatte ik dit als thema waar ik voorlopig op allelei lagen in meer of mindere mate mee bezig zou zijn.

Hoe kon ik bezig zijn met de les die hieruit te halen viel, terwijl ik me zo ziek voelde? Moet ik er per se een les uit halen? Hoe blijf ik dan weg uit schuldgevoel, als ik de les niet zie en het dus ‘niet goed doe’? Is het niet gewoon iets wat me overkomt, lijfelijk, domme pech dus? Hoe breng ik al die stemmen en intuitie in me in balans?

Het initiele streven van ‘snel beter worden’, dwz de oude, werkte tegen me. ‘Beter’ kwam niet en dat was teleurstellend, falen zelfs. En, wat is dat de oude worden? De innerlijke weg was kronkelig.

Herstel en steun
Yoga (en mijn geweldige yoga leraar in Nederland) heeft hierin veel betekend, naast andere methodes om het zelfhelende vermogen te ondersteunen. Maar vooral de kracht diep in me, flexibiliteit en nieuwsgierigheid hebben me geholpen op dit pad van evenwicht. Zowel puur fysiek, biologisch kijken, als mentaal en naar de zin van ziekte.

Het vechten mocht los komen van mij. Het is mooi geweest met dat mijn best doen. De richting is zijn en doen wat ik nu in deze omstadigheden wil en kan. Herstel naar iets nieuws, in plaats van beter worden. Die intentie bekrachtigde ik met een luchtig ritueel, na een zware autorit met lief naar een arts in Maastricht. Iets met stenen, ijsjes en liefde 🙂

Cesuur
De ziekte bracht ook een keuzemoment voor of tegen India met Ayurveda en yoga en ommekeer. De red or blue pil? Down the rabbit hole.

De komende interne week komt meer licht op het (on)evenwichtige in mij. Via Ayurveda ga ik het geheel van mijzelf langs en voor een grote schoonmaak.

Langzaam zie ik de ziekte alvast ook als een cadeautje. De ziekte, hoe pijnlijk ook, bracht een cesuur, een vóór en na.

Ruimte dus.

Ik wil niet meer bij jou wonen! deel 2

Kalm spelend opent ze het gesprek

Ik wil niet meer bij jou wonen!

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Een beetje uitdagend en te kalm eigenlijk. Ik slik even en het lukt me om rustig zonder veel nadruk re vragen waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?

‘Dat ik niet wil leven’.

Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten die komen en mogen gaan

Gedachten gaan door me heen. Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, ja, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Doorgronden en visueel maken

Ik pak spontaan opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat in het laatste beeld weer tegenover het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Ze kijkt nog steeds stevig naar het leven.

Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is.

En ik? Ik ben zó gelukkig met haar.

Dit gaat om jou

“Mama, het gaat niet om ons. Het gaat om jou.”

Even weet ik, geirriteerd, niet wat ze bedoelt, maar als ik in haar betraande ogen kijk, ben ik blij.

Zojuist tijdens het eten deed ik gefrustreerd en kortaf tegen de meiden. Ik had teveel gedaan en het rechtop zitten met eten, is dan teveel voor me. En dan kan ik niet meer reageren vanuit wat er is. Ik mopper, doe onredelijke vaststellingen en verwijt beide dochters onbenullige dingen.

Op eerdere momenten zoals deze, of eigenlijk meestal net er na, als de overprikkeling gezakt was, ging ik naar onze dames toe. Dan zei ik dat wat ze vroegen niet onterecht was. Of dat ik het misschien niet fijn vond hoe ze zich gedroegen, maar dat mijn reactie niet helemaal klopte met hun gedrag. Ik leg uit dat oude patronen in mij de baas zijn soms. Dat iets wat ik vroeger (onbewust) geleerd heb, dan zomaar omhoog komt en ik haast vanzelf dingen doe of zeg die ik eigenlijk niet bedoel of wil. Ik sluit dat soort momenten af met ‘eigenlijk heeft het niets met jullie te maken, maar is het iets in mij waar ik nog niet zo goed mee om kan gaan.’

Laatst voegde ik toe, dat ze dat ook tegen me mogen zeggen als ik boos doe of geprikkeld. Omdat ik dat zelf niet altijd meteen doorheb.

Dit was dus het eerste moment. Twee dagen daarvoor vijf geworden, zegt jongste heel dapper in tranen tegen me hoe het zit. Mama, het gaat niet om ons. Het gaat om jou. Door haar snoetje en die wijze woorden, ben ik direct terug bij de onderlaag. Ik zeg dat ze gelijk heeft. Dat het iets in mij is en ze het zich niet hoeven aan te trekken. Mijn hele geprikkeldheid is ook meteen een stuk minder, wonderbaarlijk genoeg. Ook bij hen is de verandering direct merkbaar en we zijn verbonden. Ik geef ze een kus allebei, zeg hoe moe ik ben en zodra mijn bord leeg is, ga ik op bed liggen. Hier in India staat dat, lekker handig, naast de eettafel.

Ik voel de dankbaarheid door mijn lijf stromen. Dat ik haar een beetje wegwijs kan maken rondom gedrag van de ander en wat het met je doet.

Dat vervelend gedrag van iemand niet per definitie aan haar ligt, maar bij de eigenaar van het gedrag hoort. Dat ze dat niet hoeft te verinnerlijken naar ‘ik ben niet goed genoeg’. Hoe ze zich uit kan spreken en met/op mij veilig kan oefenen. En dat tot slot, na dat proces, vaak een rustig gesprek over het aandeel van beide partijen in de situatie mogelijk is. Want er zijn altijd meerdere persepectieven.

Daarnaast, nu ik toch lekker op bed lig te mijmeren, voel ik dankbaarheid voor mijn persoonlijke pad. Steeds krijg ik nieuwe kansen om te ontwikkelen als ouder, als mens. I love motherhood.

 

Goed of niet goed, that’s the question

‘Goed zo!!’ Zes maanden oud stopt ze zelf de lepel met het banaankiwi mengsel in haar mond. Reken maar, reden tot feest! Reuze knap! Hand-oogcoördinatie enzo. Dus enthousiaste ouders en opa en oma. Nog maar een keer: ‘goed zo!’ ‘Wow, geweldig meisje!’

Onze inimienie stopt met eten van haar fruit en kijkt met interesse naar de wild enthousiaste mensen om haar heen. Daar gebeurt iets heel bijzonders. Daar wil ze meer van weten.

Ik zie dat we haar in feite afleiden van waar het om ging. Haar ontdekking. Eten. We trekken haar aandacht van binnen naar buiten.

Zeg ik wat ik bedoel?
In het eerste jaar na haar geboorte werden we verrast hoe vaak wijzelf en de wereld om ons heen ‘goed zo!’ zei. En daarmee een, soms subtiel, oordeel gaven aan een situatie en aan ons meisje. ‘Als ze niet dat specifieke gedrag laat zien, is het dan niet goed?’ vroeg ik me af.

Later herkennen we ‘goed zo’ regelmatig als een automatisme, dat zonder verbinding aan een onderwerp gebruikt wordt. Een kind laat iets zien aan een volwassene. ‘Kijk, wat ik gemaakt heb!’ en haast zonder op te kijken van het gesprek, iphone of de afwas: ‘goed zo schatje, ga maar lekker door.’

Dus lief en ik aan de slag, dat was nog een heel karwei kan ik je vertellen. Om bewust te worden op al onze goed zo’s, en ze te vervangen door oordeelloos aandacht aan het moment. ‘Zo, een toren met rood en blauw. Vind je het leuk om te bouwen?’ ‘Ik vind het spannend om er nog een blokje op te leggen. En jij?’

Maar ‘goed zo’ of ‘knap!’ met bijhorende beloningsstickers, veel complimenten of een toetje voor een leeg bord, bleken niet nodig. Kindlief ontdekte graag en vlot. Of dat nou eten, zindelijk worden, klimmen of tekenen was. Midden in de tripple P periode, met volop complimenten stimuleren, lachten we bij het consultatiebureau met de ervaren verpleegkundige gelukkig om de tegenstelling. Ze zag hoe het ook werkte en stond naast ons.

Vragen en onderzoek naar motivatie
Want we deden ook veel wel en zeven jaar later nog steeds. We zijn aanwezig en verbonden. Stellen vragen bij een (on)opgeloste ruzie, schoolproject, of hoog leesniveau: wat maakte dat je koos om ..?

Er is inmiddels veel onderzoek dat aantoont dat zelfs heel jonge kinderen, baby’s, al weten wat goed of slecht is. Ze hebben ons ‘goed zo’ hiervoor niet nodig. Sterker nog, het maakt ze meer afhankelijk van iets buiten henzelf. Net als straffen maakt ook belonen dat een deel van de intrinsieke motivatie van kinderen verloren gaat. Ze worden onzeker als complimenten uitblijven, wat bij het ouder worden vaker zal gebeuren.

Wat zijn de alternatieven?
Bedank je kind, dan voelt het zich gewaardeerd. ‘Dankjewel dat je je pyjama zelf al aangedaan hebt/broodtrommel voor school zelf klaargemaakt hebt!’
Zeg wat je ziet en stel daarna eventueel vragen. ‘Ik zie je ogen stralen bij je tekening/project! Kun je er iets over vertellen?’
Noem ook wat iets met jou doet. ‘Ik ben blij dat je de schoenen opgeruimd hebt, dan struikel ik niet.’
Vertel dat je het mooi vindt te zien hoe je kind iets probeert en ben samen blij als iets wat lastig leek, toch lukt.

Natuurlijk helpen ook alle knuffels en ik-hou-van-je’s mee aan de ontwikkeling van een gezond zelfbeeld en intrinsieke motivatie. En, dan tot slot de lastigste misschien, zeg soms niets. Geef je kind de ruimte in zijn eigen wereldje te vertoeven. Verstoor het daarin niet. Wil niet alles zien. Neem een kop koffie en zelf ook een rustmoment en geniet.

‘Mag ik dan nooit meer ‘goed zo!’ zeggen?’ vroeg iemand bezorgd. Natuurlijk wel. Hou het speels. Tel voor de grap gewoon eens hoe vaak je het zegt. Vraag je af wat maakt dat je het zegt. En maak er af en toe voor jezelf een spelletje van om alternatieven te gebruiken. Zonder rigide het woord te vermijden.

Goed toch?