‘Ik ga mee!’ Ze roept het luid voordat ik uitgesproken ben. Je zou denken dat het gaat op een speeltuin of een bezoekje aan oma, ze is tenslotte vijf jaar jong. Maar het gaat om een begrafenis. Even ben ik overdonderd, ze kent die persoon niet eens, en kijk haar aan. Ze is opgestaan van haar tekening aan tafel en staat met twee benen stevig op de grond, een vastberaden blik in haar ogen. En een mengeling van nieuwsgierigheid en ontzag. 

Het valt al snel op z’n plek in mijn hoofd en ik reageer dat ze met me mee mag. De persoon die overleed is een vriendin van haar extra-oma. Ze leeft mee ‘het is zo zielig voor oma-Bets dat haar vriendin dood is’ en dit is haar intuïtieve manier om iets te kunnen doen met haar medeleven. Letterlijk naar buiten te brengen in plaats van het slechts binnen in haar kleine lichaam te voelen. 

Een dode kan alleen maar dood zijn

Daarnaast is onze oudste telg al vanaf haar tweede levensjaar bezig met het onderzoeken van het concept ‘dood’. De hoeveelheid vragen die ze erover stelt verbaasd iedereen om ons heen. 

De kraamverzorgster van onze jongste vroeg of ze ‘even met me kon praten over iets buiten de baby om, want ze maakte zich zorgen’. Ze was geschrokken van de openheid waarmee deze 3-jarige overvloedig over de dood sprak, het naspeelde inclusief een ‘mor-tu-a-ri-um’ in de schuur.  Of er iets speelde? Ik lachte tussen mijn kraamtranen door, want dat was gelukkig normaal voor haar. 

Ze had met haar sensitieve brein inderdaad een buitengemiddelde en vroege interesse in wat dood nou precies is, of er ook mensen van vroeger begraven lagen onder de weg waarop we reden, of een dode dan echt niets meer kon van eten, ademen, bewegen, met steeds de ultieme conclusie ‘ja, een dode kan alleen maar dood zijn hè?’ Maar er kwamen geen angsten of verdriet bij kijken. Dus wij zorgden vooral in de buurt te zijn van haar leerproces. 

Dat ze nu dan (eindelijk) een begrafenis mee mag maken, is voor haar iets dat klopt, waar ze aan toe is en wat bij het leven hoort. 

Eerst jij, voordat je naar je kind gaat 

Uiteraard heb ik als ouder wat extra taken rondom haar wens. 

Als eerste vraag ik aan de betrokkenen of ze welkom is op de begrafenis. Ja, ze zouden het heel erg waarderen als ze erbij is, ‘maar misschien vindt ze het wel saai’. Dat deel ik met mijn dochter. Het geeft niet als het saai is, reageert ze. Ik hou alle keuzeopties open: je mag straks, morgen of vlak voordat ik ga van mening wisselen en alsnog niet meegaan, ok? Dat hoeft niet, ik wil mee. 

Daarnaast heb ik als ouder naar mezelf te kijken. Voor heel jonge kinderen kan ‘dood’ an sich intrigerend zijn, maar het is emotioneel meestal vrij neutraal. Wij als volwassenen projecteren regelmatig onze eigen emoties rondom de dood richting onze kinderen, die ze dan als waarheid aannemen. De schone taak is dus om op te merken wat je zelf voelt, daar ruimte voor te nemen, om daarna onbevangen te kunnen luisteren (zonder invullen) wat het voor het kind zelf betekent.

Ik merk in deze situatie bij mezelf de angst op, dat deze dood zoveel verdriet zal brengen bij onze extra-oma en ze zelf daardoor sneller zal overlijden. Ik neem een momentje om dat te voelen en wat ik daarmee wil. Ik besluit haar over een paar weken een brief te schrijven om te delen wat ze voor mij betekent, zodat ze dat bij leven meekrijgt en ik dat niet op haar uitvaart hoef te delen. Inmiddels voel ik me kalm en dankbaar en ga ik terug naar ons kind. 

Als de dood dichterbij komt, in je familie of gezin, ben je als volwassene zelf vaak ook verdrietig. Het is prima als je kind je verdriet meekrijgt, dat hoort er bij. Maar bespaar ze je intensiteit, de complete overweldiging, dat is te groot voor een kind om te dragen. Dat brengt het risico mee dat een kind een patroon gaat ontwikkelen van voor de ouder zorgen (knuffels en kusjes komen geven, tranen wegpoetsen, heel stil zijn, tekeningen of grappen maken etc, zodat de ouder weer stevig staat en voor hen kan zorgen). Je diepe verdriet en angst kun je delen met een andere volwassene. 

Na een nabije dood kun je je kind snel nadat je het nieuws van overlijden kreeg, vertellen wat er is gebeurd, dan zit je zelf nog in een verdoving waarmee je brein je wil beschermen. Als de eerste heftige emoties door je heen komen, is het verstandig het praten met je kind uit te stellen tot de eerste bijna ondraaglijk voelende golf voorbij is. 

Vertrouw daarop: emoties komen in golven, als het weer, en gaan ook weer. Midden in de storm lijkt het soms of je nooit iets anders zal voelen, maar dat is een onwaarheid die ons stressbrein ons vertelt. Steeds weer komt er adempauze, of eigenlijk meer dan een pauze: de kalmte van het leven zelf. Niet omdat het verdriet dan voorbij is, het kan weer terugkomen, maar gebruik zo’n rust / leegte moment om je kind in te lichten en nabij te zijn. 

Je kan ook een andere vertrouwde volwassene vragen erbij te zijn of het te vertellen. Het belangrijkste is dat het kind zich veilig voelt tijdens het horen van het nieuws. En verwacht alle reacties van een kind, alles is ok, niets is vreemd. Boos, bang, verdrietig, maar ook weglopen, negeren, doorspelen, erdoor heen praten. De volwassene is als een container waarin een kind alles veilig kan voelen.  

Onlangs mocht ik aanwezig zijn toen een kind van 6 te horen kreeg dat een jongetje waar ze wel eens mee gespeeld had, heel onverwacht en op heftige manier was overleden. Ze rende door de kamer, stond op haar hoofd en zweeg tijdens de boodschap. En kwam soms even op de bank, haar gezicht in een kussen, vragen stellen. Over hoe en wanneer. En zweeg daarna weer vooral. Ze wilde wel mee naar de begrafenis. 

Steun je kind, help het vragen te stellen en hou het licht

Begin redelijk vlot met vertellen wat een kind kan verwachten op de dag van de crematie of begrafenis. Voor een kind is het vaak te onbekend, dus ze weten niet welke vragen er te stellen zijn. 

Misschien zegt een kind wel te weten wat er gaat gebeuren en dat ze geen vragen hebben. Help ze dan door zelf te beginnen: Hoeveel mensen denk je dat er zullen zijn? Hoe denk je dat de plek er uit ziet (binnen, buiten, stoelen, staan etc)? Wat zul jij voelen als je mensen ziet huilen? Denk je dat je de dode nog kan zien? Waar zou je willen zitten? Stel open vragen als een kind dat aankan, als het dichtslaat begin dan met gesloten vragen als ‘wil je tijdens de begrafenis bij mij op schoot zitten?’. 

Luister goed naar de antwoorden, ze geven je informatie wat nog aandacht nodig heeft en waar het kind behoefte heeft aan veiligheid, zich uiten, zelfstandigheid of aan antwoorden op praktische vragen als: kan ik daar naar de wc? Mag ik daar eten?

Onze dochter dacht vanzelfsprekend dat ze bij oma-Bets kon zitten, dat ze haar vragen steeds kon stellen, ze de overledene zou zien en dat ze het niet spannend zou vinden. Dus ik vertelde haar dat ik niet kon beloven waar we zouden zitten, omdat er heel veel mensen zouden komen in een grote kerk en wij een beetje achterin zouden blijven. Ook dat het veel stil zou zijn en de meeste vragen pas later konden komen en dat de dode in een dichte kist zou liggen. Wil je dan nog steeds mee? 

Ja, mam, ik kan heus wel stil zijn, ik wil er gewoon bij zijn. Je mag natuurlijk wel fluisteren als je iets eng vindt, een hele belangrijke vraag hebt, of als je moet plassen. Ok! En weg was ze met haar puzzelboekje. 

Aanwezig zijn

Bij aankomst in het klooster met grote kerk waar de dienst werd gehouden, was ze onder de indruk. Ze keek haar ogen uit. Oma-Bets kwam zelf juist in de buurt zitten van haar. Ze volgde de kist die binnengebracht werd en hield iedereen in de gaten. Ze hoefde niet op schoot, ze wilde kijken, al-les zien en horen. Ze was een en al aandacht en na afloop liep ze sereen stil naast me toen we naar de gezamenlijke maaltijd liepen. 

Ze was het enige kind in de grote groep mensen bij het afscheid en liep in de eetzaal (we waren uitgenodigd voor de lunch) licht huppelend naar een tafel waar iemand die ze kende in tranen zat om een knuffel te geven en daarna naar andere tafels om een praatje te maken. Ze bewoog zich vrij. Ik hield mijn ongemak bij me, bekeek vanaf mijn stoel hoe de aanwezigen haar toenadering vonden en zag blije gezichten en handen die haar naar zich toe wenkten. 

Ook daarna wilde ze niet naar huis, maar mee naar de begraafplaats, zien hoe de kist de aarde in ging. Een handje aarde erop gooien toen dat gevraagd werd. En toen was het genoeg. Ze knuffelde extra-oma en wilde ook niet meer wachten tot iedereen terug naar binnen ging, maar wilde naar de auto. En dat deden we. De dagen erna speelde ze deze dag na, vertelde erover en daarna was het voor haar afgerond. 

Kies voor veerkracht 

Een uitvaart is natuurlijk altijd anders en voor elk kind anders. Vertel je kind wat je weet en dat jullie samen gaan ontdekken wat je niet weet en bereid je voor. 

Een minderheid van kinderen blijft zo geïnteresseerd luisteren tijdens de toespraken en de vaker zullen ze zich vervelen. Onze jongste was zes toen we naar de crematie van onze buurman gingen. Ze was emotioneel geraakt door het verdriet van anderen en de mooie woorden, luisterde aandachtig, kwam op schoot zitten, maar na 15 minuten verveelde ze zich. Toen kwam het tekenblok van pas dat ik had meegenomen en ging ze iets voor de dochter van de buurman maken.

Ook als er verveling ontstaat, of een kind geraakt is door het vele verdriet om zich heen, is het meenemen van kinderen naar een uitvaart heel waardevol. De dood is namelijk onderdeel van ons leven hier op aarde, ze gaan het proces van overlijden en afscheid nemen nog vaak door moeten. Daarom is het van belang dat ze veiligheid ervaren van volwassenen om hen heen, die er voor hen zijn. En die hen leren (of misschien gewoon: laten) omgaan met emoties en verlies, rituelen te vormen om daar uiting aan te geven en ruimte bieden voor de verdieping en zingeving die de dood kan aanraken. UIteraard steeds op het niveau van het kind. Zo groeit een kind op met veerkracht en vaardigheden en voelt het zich veilig in het eigen lichaam, met emoties en alles wat er is, om het leven voluit te kunnen leven.

Openheid en speelsheid geven ruimte 

Tijdens de koffietafel na de dienst van onze buurman stelden beide dochters (9 en 6 toen) vragen over cremeren en afscheid nemen en dat liep in de week erna door. Daardoor hadden we opnieuw veel mooie gesprekken. Over ouderdom en ziekte, over na-bestaan dat soms erger is dan zelf doodgaan en dat ze ons (hun ouders) graag nog lang in leven hadden. Maar als wij dan toch dood zouden gaan allebei, zouden ze ook wel bij tante in Frankrijk willen wonen. Of we dat konden regelen. Na twee weken langgehoord te hebben hoe leuk ze dat zouden vinden, in Frankrijk bij hun familie wonen, zei ik met gespeelde verontwaardiging: ok, meiden, helaas, we zijn van plan nog lang lekker te blijven leven met jullie, helaas pindakaas die Franse droom moet wachten! Ze lachten zo hard dat ze bijna van de stoelen vielen.