Reisagent voor avontuurlijke levenskracht. Beweeg, adem, speel en deel je vrij

Categorie: systemisch inzicht (pagina 1 van 1)

Moeite met ‘nee’, onschuld en niet-weten

We verkenden systemisch. Met haar verlangen als ingang en het weten dat deze opstelling niet gaat zijn om haar te repareren, de keuzes die ze maakt(e) zijn ok en ook het soms moeite hebben met ‘nee’ zeggen is niet iets wat anders moet.

We gaan er met nieuwsgierigheid in. Om te kijken wat voor beelden er onbewust zijn, welke overtuigingen en welke stromingen en wensen. Om dat wat er stroomt eens bewust ruimte te geven.

‘Het gebeurt vaak als ik ‘nee’ zeg, of stelling neem, dat ik me zwaar voel. Dat het me me niet dagen maar weken en soms maanden bezig houdt. Terwijl ik dan echt zeker weet dat ik juist koos.

‘Dat wil je niet?’ vraagt ik met een twinkel. ‘Nou ja, nee..’ ze lacht. Ik geef haar enkele vloerankers en waar ze voor staan in dit moment en ze legt ze vlot in de ruimte neer.

‘Wow. Ja. Ja, zo!’.

We delen wat we zien en ik verken enkele ankers door erop te staan.

‘Ik weet intuïtief echt wel wat mijn plek is in verschillende situaties’, zegt ze de de eerste vloerankers hebben ‘gesproken’. Ze zit nog in verwondering hoe alles klopte, wat er fysiek te voelen was, bij hoe het dagelijkse leven vaak gaat.

‘Ik durf eigenlijk ook prima te handelen vanuit die plek en mijn intuïtie’, zegt ze, met een vleugje blijheid en zelfs trots naar zichzelf. Ik juich zachtjes met haar mee.

‘Ik lijk er zo vaak hard voor te werken, mentaal en emotioneel stevig voor te moeten gaan staan.’

Ik ben stil. Zij ook terwijl de tranen kort stromen.

En nodig haar dan uit om dat harde werken intuïtief in te brengen in de opstelling. Ze loopt zonder aarzelen en legt het anker neer. Ik glimlach, ja die intuïtie kan prima leiden, ook hier, nu, in dit moment.

Ik ga op de plek van het ‘harde werken’ staan en benoem hardop wat ik in mijn lijf, en wezen opmerk. Ze knikt en knikt en slikt.

Dan zitten we naast elkaar buiten het veld.

‘Hmm alsof dat harde-werken een backfire opvangt. Alsof ik door mijn plek in te nemen iets onrechtmatigs doe. Iets wat me schuldig maakt aan emoties bij een ander, aan ruimtetekort bij de ander’.

Ik hoor een diepe zucht uit haar ontsnappen en voel kippenvel bij mezelf.

We zijn stil.

Er is ervaren en bewustzijn.

En In de opstelling voelt een onbeweeglijkheid en we weten het samen niet. Dan ineens voelt ze angst omhoog schieten door gedachten als: ‘wat als dit het is, als dit niet weten blijft en niet verandert, hoe dan?’.

Ik zit naast haar. ‘Wat als we nu even niet meegaan in die gedachten?’. ‘Wat als het niet-weten in dit moment samen veilig is?’.

Ze zakt terug op de stoel en zucht weer, haar schouders zakken.

‘Is er nog iets te verkennen?’, vraag ik. Ze knikt nieuwsgierig. Ik nodig haar uit op de plek van het harde werk te staan. Ze beschrijft wat er in haar wijze lijf te voelen valt, ‘groot, ik voel overzicht. Er is ook een neiging dat ze het anker dat vlak voor het harde werk ligt, wil wegtrappen. ‘Het voelt zwaar op deze plek en wankel en … toch rustig’, ze klinkt verbaasd.

Als ze van die plek afstapt en ik haar vraag nog eens op het anker van ‘zichzelf’ te stappen, lijkt alles anders. Lichter. Ze kijkt naar de plek van hard-werk, en waardeert met glimlach.

En spontaan zegt ze plots hardop: “ik ben onschuldig op mijn plek”. Met een tranenfontijn van diep uit haar buik. Kort en krachtig.

Al kippenvellend sta ik weer stil en kijk.

Beweging is overal voelbaar.

Het niet-weten volledig ruimte geven is vrijwel altijd wat er nodig is, en dan kan iemand vanzelf weer de stroom die er altijd is ervaren, hoe alles altijd in beweging en veranderlijk is. En het verrast me steeds ✨

Ze lacht door de tranen heen. En de opstelling vindt een nieuwe vorm.

Ze staat op het anker voor zichzelf met haar handen voor haar hart, vol onschuld, kijkend naar de levenkracht. Ze straalt!

We lachen en dansen en springen samen. Ik vraag haar de klank van het moment te maken.

In awe. Samen in awe voor het leven, eigen vormen en wijsheid die zo verbonden zijn met alles. En alle bewegingen van het leven.

#systemischinzicht #opstellingen #beinthedoing #balansinbeweging #vrijmenselijk #modderigespiritualiteit #embodiment #eigenwijsinevenwicht #naturalgrowth #bewustzijn #stemklank #klankklinken #voicesoundhealing

Je ouders vergeven of zelf voelen?

“Ik heb mijn ouder(s) vergeven”. Ik hoor het mensen regelmatig zeggen en vraag dan voorzichtig door wat ze daarmee bedoelen. Want het klinkt heel nobel, spiritueel of gewoon handig om zelf door te kunnen met je leven. Vergeven wordt in sommige richtingen zelfs als het hoogste goed gezien en als iets wat je voor jezelf doet. ‘Ik heb mijn ouders vergeven’, klinkt vrij groot ook. 

En dat laatste is een aanwijzing waarom ik niet zo enthousiast ben over ‘je ouders vergeven’. Systemisch gezien hebben we allemaal een eigen plek. Een plek met bijhorende verantwoordelijkheid, rol, balans en verbinding. En er is verschil tussen de kleine (het kind) en de grote (de volwassene).

Als je als kind emotioneel, mentaal of fysiek niet kreeg wat je nodig had, pas je je aan. Je zorgt voor een slimme bescherming mechaniek dat je niet meer voelt dat je nodig hebt wat je nodig hebt. Of je gaat, vaak heel subtiel, zorgen dat je ouder wel voor je kan zorgen. Je maakt jezelf als het ware groter dan je bent en passend is bij je ontwikkeling en leeftijd. Op een bepaald niveau worden de rollen van ouder en kind verward of zelfs omgedraaid.

En dat is super, want je overleeft daardoor! 

Je beschermt tegelijk (onbewust) het natuurlijke instinct van loyaliteit aan je ouder. Daarbij ontwikkel je hulpbronnen en vaardigheden die je kan gebruiken in de rest van je leven. Om dankbaar voor te zijn!

Maarrr…als die patronen als volwassene automatisch blijven, kan dat voelen als vast zitten, of dat het leven niet vrij stroomt, als weinig lichaamsbewustzijn, of veel fysieke klachten, of in een overtuiging dat je altijd je best doet en doorgaat en de grotere moet/wil zijn bij conflicten of pijn.

‘Ik heb mijn ouder vergeven’ houdt dat in stand. Het is namelijk vanuit de ‘grote’ positie, je gaat boven je ouder staan. In plaats van echt je eigen (kind)plek in te nemen en te voelen. Je helpt jezelf daar niet mee.  

-> Het is niet aan jou om je ouder te vergeven. Dat is niet je natuurlijke plek.

En ook niet om hen te verwijten of te laten inzien wat ze allemaal fout hebben gedaan. Dat is de andere kant van de medaille. Je ouders hebben gedaan wat ze konden, wat ze te geven hadden hebben ze gegeven. Tegelijk kan dat voor jou niet genoeg zijn geweest. Dat is niet hun schuld, maar wel een feit.

Wat is dan wel aan ons zelf?

  • Te ontdekken hoe de pijn voelen iets anders is dan verwijten. Het is aan jou om je verantwoordelijkheid te nemen om te voelen wat je voelt en de pijn en het gemis te nemen. Daar steun bij te vragen en toe te laten als nodig. 
  • En als we ons plots weer geraakt voelen -terwijl we dachten dat we dat allang achter ons lieten- dat te voelen en ruimte te geven, zonder in de verhalen-van-vroeger te gaan hangen. 
  • Voelen dat je het leven via je ouders doorgekregen hebt, dankbaar te zijn voor die gift, naast het (eventuele) verdriet. Om niet alleen de pijn, maar juist ook de kracht van het hele voorouderveld achter ons te ontvangen. Daarvoor open te (leren) staan. 
  • Het is ook aan ons om te ontdekken of we ons groot en klein mogen voelen van onszelf, in welke omgevingen en daarmee te experimenteren. Doe het eens anders, wat dan?

—- > En te merken waar en wel en niet lukt, zonder dat daar iets van afhangt, en mild te zijn naar onszelf.

Misschien bedoelt iemand dat hij de eigen pijn heeft opgepakt, doorvoeld en als volwassene een fijne band met de ouders heeft, als  hij zegt ‘ik heb mijn ouders vergeven’. Vandaar mijn voorzichtige doorvragen 😉 

En toch hebben de woorden die we kiezen ook een eigen energie. Kijk eens hoe het voor jou werkt. Of je meer op je eigen plek voelt (met natuurlijk ongemak, want je bent de ‘grote’ plek gewend) als je laat doordringen dat het niet aan jou is je ouders te vergeven. En of andere woorden meer passen. 

#systemischeinzichten #beinthedoing #balansinbeweging #eigenwijsinevenwicht #opstellingen

Wil je hiermee (systemisch) op verkenning? Welkom!

Ik wil niet meer bij jou wonen: systemisch kijken deel 2

Deel 2

“Ik wil niet meer bij jou wonen!”

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Ik slik toch even en vraag dan waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?
‘Dat ik niet wil leven’.
Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten gaan door me heen.
Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Systemische invalshoek: iedereen heeft een plek en hoort erbij
Ik pak opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat vlakbij het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Het Isha-popje kijkt nog steeds naar het leven.

Het complete leven
Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is. En ik? Ik ben gelukkig met haar.
Augustus 2017

Over grenzen : systemisch kijken deel 1

Deel 1

“Ik sta nu op je tenen en je zegt nog steeds geen stop.” De trainster van de opleiding Opstellingen kijkt me aan. De opdracht was om vanaf drie meter afstand de ander dichterbij te laten komen en stop te zeggen als het nabij genoeg was. Ze kwam steeds dichterbij. En nergens ervaarde ik een stop moment. Dus staat we nu hoofd aan hoofd.

“Denk je na?”. Uhm, nu wel. Tijdens de oefening kwam geen enkele gedachte voorbij. Ik was bij mijn ademhaling, mijn voeten op de grond en ik keek in haar ogen. Nu vraag ik me af of ik nabijheid dan prima vind, of juist dat ik me onbewust wapen, zodat ik de nabijheid aankan.

Ik stel voor mijn ogen dicht te doen, dan kan ik beter voelen. Dan grijpt ze in. Want, wat ik wil leren is met mijn ogen open, de omgeving die er is, er laten zijn, erkennen en daarmee toch mijn persoonlijke grens ervaren.

Een geschiedenis in grenzen onderzoek

Het thema grenzen is alom vertegenwoordigd. Veel mensen om me heen zijn hierin zoekende. Deze maatschappij met zoveel prikkels en de tijdsgeest dragen daaraan bij. Sensitieve mensen of mensen met trauma in hun zenuwstelsel hebben vaak een extra hindernis door een natuurlijke opmerkzaamheid en een aangeleerde (over)alertijd.

Zelf ben ik er al 20 jaar mee bezig. In persoonlijke ontwikkeling, na heftige life-events en in mijn professionele leven. Ik las er (veel) theorie over. Ik bracht het meermaals in tijdens intervisiebijeenkomsten op mijn werk, sprak erover met coaches en schreef erover. Ik had best inzicht in wat er bij mij gebeurde. Een van mijn collega’s vatte mijn worsteling goed samen: ‘Ik begrijp het niet. Jij voelt en ziet veel, je bent intuitief en durft daar ook naar te leven en je ratio staat er sterk naast. Hoe kan het dan zijn dat je je grenzen niet voelt of naleeft. En hoe zou dat wel lukken?”

Een van de wegen waarop ik uitkwam door die vraag te blijven onderzoeken, kun je lezen in dit blog ‘alles kan’. Voor nu wil ik vooral aangeven, dat het niet een nieuw pad was voor me. En die laatste vraag, ‘hoe dan wel met die grenzen?’, kwam in bovenstaand geschetste situatie ineens een stap dichterbij.

Perifere blik en voelen zonder oordeel

De trainster stelt voor om opnieuw op drie meter afstand van elkaar te gaan staan. Ze introduceert een nieuw element: de ‘perifere blik’. Mijn ogen blijven in de richting van haar ogen, maar ook op de hele omgeving. Ze stapt dichterbij en dan ineens, voel ik en zeg ik tegelijk: ‘Stop maar, dat is ver genoeg’.

Ik buitel van binnen door elkaar. Het was geen negatief gevoel, geen ‘hé als je nu eens stopt, je gaat over mijn grens’, geen irritatie of afwijzing naar de ander. Het was ook geen positief gevoel, geen blijheid om de nabijheid of afstand. Het was neutraal.

Ineens dringt het door: ‘Een grens is een feit dat je in je lichaam kunt voelen, zonder zwart of wit. Dit is brandnew. Dit heb ik nog niet eerder meegemaakt. Ik heb een grens gevoeld! Niet achteraf, als ik ervaar hoe uitgeput, ziek of overprikkeld ik ben. Niet in het moment een afweer of irritatie voele die dan al dan niet uitspreken. Gewoon een heel zuiver feitelijk ‘stop’, zonder lading. Mijn lichaam geeft dat gewoon aan!

Systemische kracht

In het systemisch werken is het ‘blanco’ aanwezig kunnen zijn belangrijk om in te pluggen in het grotere geheel. Daarvoor is het perifere zicht handig, om  de impulsen in je eigen lichaam helder te ervaren. Dat is waar je mee werkt voor de client, zodat er inzichten en helende bewegingen kunnen ontstaan.

Bewaker van mijn gezondheid

Uiteraard is dit niet de eerste keer dat ik zonder focus kijk. Voor intuitieve impulsen is de perifere blik voorwaarde. En daar heb ik ruimschoots ervaring mee. Van de nacht dat ik wakker werd en wist dat ‘mijn auto nu gestolen wordt’, naar het balkon rende en 3 jongens mijn auto zag meenemen, naar het aanvoelen wat er speelde bij clienten en hoe daar samen bij te komen, naar de vele keren in het moederschap, tot bij het aannemen van nieuwe medewerkers. In alle gevallen gaf mijn lichaam signalen vanuit een bredere blik.

Nu gaat het echter om mijn lichaam zelf. Het bewakingssysteem voor mijn gezondheid dat mijn aandacht nodig heeft. Ik herkende de signalen niet. Misschien door teveel focus op de buitenwereld, geforceerde timing, of te weinig waarde voor mijn lichaam en gezondheid. But, times they are changing.

’s Avonds bel ik lief ‘dag 1 van de opleiding en het is het nu al waard! Ik heb een grens gevoeld!’.