Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: diepe verwerking (pagina 1 van 2)

Laat je een systeem je menszijn veranderen of andersom? Schoolsysteem voorbeeld

In de school-ouder(tienminuten😅) gesprekjes wordt het systeem direct zo duidelijk.

‘Zo, dus jullie hebben een vraag of zorg over je dochter. Laat maar horen.’

Nou de enige vraag is eigenlijk:
‘hoe ziet u haar?’

‘Nou ja uh, ik heb van allerlei leerlingen statistiekjes en tabellen gemaakt, maar niet voor haar. Ze staat er voor alle vakken goed voor.’

‘En buiten de cijfers om?’

‘Nee ik heb niets negatiefs over haar te zeggen’

‘Nou, iets positiefs dan?’

….

Hij stamelde na een stilte dat het wel positief was dat ze niet met de druktemakers meedeed.

En dat, dat is dus wat er mis is. Er is niet systematisch aandacht voor de mens die elk kind daar is, buiten cijfers, lastig gedrag of zogenaamde (leer)problemen om.

Wij zaten daar precies om die reden, om door elkaar even te zien, contact te maken. Bij deze docent (mentor) ruimte te wrikken in een systeem dat in iemands hoofd is gaan vastzitten: Zie haar. Kijk open.

Ook deze leerling (ons kind en alle soortgenoten haha) waarvan de hele basisschool door leraren gezegd is dat ‘ze er van haar wel 40 in de klas kunnen hebben’, heeft recht om gezien te worden, steun te krijgen bij waar ze hapert en vooral aangemoedigd worden in de richting die ze wil qua leren omdat ze er blij wordt.

Ook als haar cijfers geweldig zijn, ze sociaal krachtig en emotioneel stabiel is.
Ze is net zo mens.

Het schoolsysteem mag hopelijk in een kernvisie transformeren in de komende jaren en decennia.

Voor de volledigheid:

A) deze mentor is een aardig mens dat welwillend is. Maar niet gewend aan deze manier van kijken en dit gesprekken.

B ) er zijn leraren en mentoren die hun menszijn juist het systeem laten beroeren ipv andersom.

Ik ben nog steeds dankbaar voor zo’n directeur die, toen we met onze India-richting voor hem zaten, zei: ‘doen! Ze gaan daarvan meer leren dan ik ze hier op school kan laten leren. Geen idee hoe we het gaan doen, maar laten we samen pionieren.’

Ik ben nog steeds dankbaar voor zo’n leraar die in haar laatste twee jaar basisschool bijdroeg aan de ruimte die dochter in durfde nemen om stevig naar middelbaar te gaan.

Ik ben nog steeds dankbaar voor de mentor in haar brugklas, die zo kon relateren dat ze er de hele middelbare school op kan teren (en met wie ik het liefst leuke belichaamde onderwijs projecten zou ontwikkelen).

Ik ben dagelijks (echt dagelijks) dankbaar voor de leerkracht van andere dochter die nu in haar twee laatste basisschooljaren ruimte in relatie biedt voor ontdekking en ontwikkeling op vele vlakken. Hoe vrij (op haar eigen manier) ze nu praat, beweegt, creatief, intuïtief is en vraagt.

Deze mensen zullen vast menselijke relaterende impact hebben op het transformerende schoolsysteem. 🙏🏼

Wat kan ik doen?

In gesprek (in relatie) blijven gaan, juist zonder problemen.

Voorleven dat er al gewoon ruimte is voor jou, net als voor anderen.

(En misschien dus samenwerken met die ene mentor 😅 zal ik hem gewoon eens een berichtje sturen? )

Samen spelen

Samen spelen. Om het nutteloze ervan, in verbinding en in het nu. 

Daarvoor reist vraag die daarbij steeds in andere vormen meereist:

Waar is de warme relatie die het veilig maakt om te vrij te ontdekken/spelen en waar creëert die vrije ontdekking een veilige relatie om samen aanwezig te zijn? 

Dat klinkt misschien als alleen mogelijk tijdens een training waar je bewust ruimte maakt voor ‘speelse oefeningen’.

Dat kan zeker een veilige omgeving zijn ermee te oefenen, maar eerlijk gezegd heb ik dit verband tussen speelsheid en relatie in het dagelijkse ontdekt.

Als ik natuurlijke speelsheid kwijt was, bleek ik me achteraf vaak onveilig bij iemand, een groep, systeem of in mijn lijf te voelen. Dan viel ik terug op mijn serieuze verbaliteit en uitleg. 

En het werkt dus twee kanten op. In veilige relatie stroomt vanzelf een speelsheid door me. Door elk mens op een eigen manier. Maar als ik desondanks -onveiligvoelend en al- kon inpluggen op speelsheid, bracht dat luchtigheid of een lach die de relatie per direct in het moment veiliger deed voelen.

Ik zag het in intieme relatie met Tim. Oh my, those light skyhighs and darks of middle earth. Achteraf allemaal magisch en tegelijk maakte het voor me zichtbaar hoe intiem speelsheid verbonden is met veilig in relatie voelen.

En ik ervaarde het bij de kinderen en hoe veiligheid bijdroeg aan hun vrije ontdekken en expressie en andersom. Met ons als ouders, maar ook (al dan niet) bij leerkrachten, zorgverleners in het ziekenhuis of de sportleraren. Als we merkten dat ze hun authentieke ontdekkende speelse aard ruimbaan gaven in een schooljaar was er altijd sprake van een veilige open nieuwsgierige relatie met de leerkracht.

Ik zag ook het keer op keer in mijn rol als sociaal (juridisch!) begeleider van vluchtelingen. Vooral de jongeren reageerden op mijn speelse, uitdagende authenticiteit. Deze jongeren die veelal zonder ouders hadden moeten opgroeien, waren gehard, vaak getraumatiseerd, en velen hadden geleerd om aan te haken bij de empathie van hun hulpverleners. Of hun eigen waarheid buiten onze stichting te houden en alleen wat ze dachten dat hoognodig was te delen.

Door het meer provocatieve op een natuurlijke manier in te zetten, ze onverwacht met een lach te confronteren of mijn eigen afgeleidheid of gevoel ruimte te geven in plaats van eeuwig hetzelfde dat van hen, kwamen ze gelijkwaardiger in relatie, voelden ze zich krachtiger in zichzelf. En maakten we samen speels een relatie was waarin het veilig was om kwetsbaar te delen.

En het gevolg deze ingang was dat ik meer dan gemiddeld zowel feitelijke, als emotionele en complexe informatie van hen kreeg waarmee ze op persoonlijk en sociaal, maar zelfs juridisch veel beter geholpen konden worden.

Daarom koos ik ook later als coördinator, liever sollicitanten die deze gave al toonden en konden/wilden uitbouwen, dan de juridisch-opgeleiden. Wat vast niet iedereen met me eens was 🙂 

Mijn ontdekkende aanwezige natuur heeft mij persoonlijk overal ter wereld gebracht, op avontuur. Steeds weer gedreven door in relatie te ontdekken, zakte ik in diepe oude culturen. Het verbond me gierend van inspiratie en betekenis met de aarde en de mensen erop.

Het in relatie zijn in wisselende combinatie met speelsheid, bracht ook oude wijzen die mijn leven mee vorm geven, het bracht oude tradities om dieperst te zijn in de verticale goddelijkaardse lijn en in de horizontaal compassievolle. Joods, Lakota, Yoga en Hindoeïsme/Boeddhisme.

Via de veilige relatie met vele mooie wijze mensen en onbevangen nieuwsgierige verwondering, herontdekten we de diepte en ervaring van woorden als Liefde, Vrijheid, Verbinding, Zin en Zijn. Bewustzijn.

Samen spelen.

Dat ben je óók!

Dat ben je óók’, zei ze zachtjes.

Terwijl zij en haar man naar me bleven kijken, veel stilte toelatend. Ik zat huilend, snikkend, niet wetend waar het te zoeken op hun bank. 

Op de zachte verwelkomende bank zat ik daar toen midden in een rauw stekelig overweldigend rouwproces. Degene die mij alles liet zijn, in alle vormen, was zomaar dood gegaan, na veel te kort in het leven samen te hebben geleefd (dat kon ik nog niet alleen, alles zijn). 

Vulkanisch was het. Niet alleen de emoties en ontbering rond zijn dood, maar het hele overleven ervóór dat ik met vele reizen, ontmoetingen en avontuur had opgeleukt. De existentiële eenzaamheid raasde naar buiten. 

Deze mooie mensen wilden me laten voelen dat ik geliefd was en zeiden ‘voor hoeveel mensen ik iets beteken’. 

Uit mijn tenen stroomde de pijn: ‘ja dat weet ik. Ik voel mensen, kan er voor ze zijn in hun emoties, ik kan leuke diepe gesprekken initiëren die voeden, ik kan grappig en luchtig doen, ik kan mensen meeslepen op avontuur weg van geklaag, ik kan energie uitdelen als snoepjes. En ik kan reizen, mensen ontmoeten en oude culturen diep in me ervaren en daarover delen en inspireren. Maar dat ben ik allemaal niet. 

Dít ben ik. Hier, deze chaos, puinzooi, deze diepe afgrond, zwart, dát ben ik. En dat willen diezelfde mensen allemaal niet. Dus kan ik niet bestaan.’ 

En daar was de zin. 

‘Dat ben je óók’. 

Ik wilde er iets tegenin brengen, deed ik vast ook mij kennende, maar er was niets. 

Alles in me wist dat dit klopte, ook al was het niet de tijd toen om dat ruimte te geven.

Toen mocht de aandacht en ruimte op die zwarte chaos van rauwe rouw, het verdriet ‘nemen’ om het vrije leven later te kunnen nemen en laten stromen. En dat kreeg ik op die bank, vele, vele keren in hun nabijheid: ruimte voor rouw. 

Tegelijk legden ze er heel zacht een dikke gekleurde deken naast, zonder dat ik er iets mee hoefde in het moment. De deken die symboliseerde dat ik ook de reizende, grappige, diepdenkende, diepvoelende, empathische, verbindende, oudecultuur en natuurliefhebbende, irritante, inspirerende, ontmoetende, avontuurlijke ik was. 

Twintig jaar later hoor ik die woorden nog soms. Net nog. Als ik soms een zuigende diepte voel en de tranen stromen zomaar, dan komen oude existentiële en eenzame gedachten mee. 

Zo werkt dat in ons zenuwstelsel leerde ik later, gedachten plakken zich vast aan je staat van zijn. Je denkt dat je denkt, maar het zijn automatische vuringen van het brein, die dat doet omdat het al zo vaak samen is gegaan. 

Het leven leerde me in die twintig jaar ‘alles te zijn’. Ik ben me veilig gaan voelen in vormeloosheid en alle vormen via mijn lijf. Ik ervaar diep in de cellen dat zwart ook een kleur is in mijn wereld 🙂 net als wit en dat ik ze allemaal ben (en niet ben) als deel van het grote geheel. 

Als ik in zo’n soms-moment dat even niet meer weet, de tranen op mijn wangen voel, mijn handen ondersteuning laat geven aan mijn hoofd, en de on-gedachten zie opkomen, hoor ik plots, net voordat ik ze geloof: dat ben je óók.  

Ars Moriendi

Ars Vivendi

En ik 

En jij

#beinthedoing #balansinbeweging

Over schaamte, verbinding en beuken

Het is zo’n vier jaar geleden. Ik herkende het in een seconde in hoe hij bewoog: een man die vanzelfsprekend ruimte inneemt. En ik merkte een ontdekkingskriebel in me op.

Op zo’n twee meter voor me staan stoelen zo dicht op elkaar dat er met moeite een persoon langs kan, niet twee tegelijk. De man aan de andere kant van dit obstakel loopt breed, trefzeker, lijkt gewend zijn zin te krijgen.

Vaak vond ik zo’n situatie niet belangrijk en gaf ik de ander voorrang, waarom niet? Soms had ik er last van. Voelde ik me geïrriteerd.

Soms liep ik door net als mijn tegenligger. Maar dan had ik nog een tijd allerlei stressgevoelens in mijn lichaam en daarbij gedachten die er vooral op neerkwamen dat de ander toch teveel ruimte in nam en mijn gedrag rechtvaardig was.

Hoe meer ik leerde over schaamte, hoe nieuwsgierig ik ook naar dit soort situaties werd. Want dat ‘stressgevoel’ kon ik onderzoeken. Hoe en waar voelde ik het in mijn lijf? En was het niet doodgewoon schaamte die de zelfverdedigende gedachten nodig maakte?

Schaamte is overal. Het is verstopt onder vele laagjes in mens en samenleving. Schaamte vernauwt, verkleint, roept onbewust afweermechanismen wakker zoals agressie, vinger wijzen, anderen kleineren, of zelfdestructief gedrag. En dat op heel subtiele manieren.

Schaamte in ongezonde zin beperkt ons. Door er bewust van te worden en we op een veilige manier mee te spelen, brengt het ons juist innerlijke vrijheid.

Schaamte is in essentie namelijk een gezonde sociale emotie die bijdraagt aan het leven in een samenleving. Schaamte kun je zien als signaal. Een behoefte aan ruimte in verbinding.

Terug naar de zelfzekere man en mij en de vernauwing tussen ons in. Ik voelde mijn handen gaan trillen, maar met een speels lachje in mijn hart. Ja, ik ga doorlopen om te oefenen. Zonder geïrriteerde gevoelens, met een beetje spanning en nieuwsgierigheid wat er precies zou gebeuren.

Hij liep net zo stevig door als verwacht, net als ik. Onze schouders beukten tegen elkaar. Hij keek even verrast. Ik glimlachte. We vervolgden onze weg. Ik trilde nog even door terwijl mijn hartslag weer vertraagde. Dat was het. Geen druk hoofd, geen woedende reactie en wel een gevoel van vrijheid. Want ik had bewust kunnen kiezen in het moment.

Juli 2022

20 jaar liefde via rouw

“Ik ga dit niet nog 20 jaar doen, met jouw doodzijn hier blijven”, zei ik in wanhopige tranen.

En vandaag is het dan 20 jaar na het ongeluk. En ik ben hier. Ik ben aanwezig, vol hier en senang met wat het leven door me heen laat gaan. Dat is dus niet altijd zo geweest en is ook niet moeiteloos gegaan.

Tim liep net naast me naar de plek van het ongeluk, de boom, de weg, de symbooltaal, de weg in voor en na, de veilige achterkant. De roos die ik vanmorgen van hem kreeg en we aan de boom gaven, ten leve.

Als ik meevoel met de mij-uit-die-eerste-jaren, kan ik niet anders dan begrijpen dat het ver boven mijn draagkracht ging en wat ik ook gekozen zou hebben, valideren en ruimte geven. En de keuze bleek hier. In liefde, in menselijkheid, in relatie en in eigenheid.

Ik voel dagelijks dankbaarheid in de diepste diepten voor de liefdes om me heen, Tim, Jana, Isha en onze innercirceltribe. En voor naast de horizontale lijn, de diepte en hoogte op de verticale lijn. De bron waar ik via beide lijnen op in kan pluggen, gevoed (nourished) wordt en bezield leef. En immens daarin dankbaar ook voor de oude wijze leraren die in mijn leven zijn. ZIJN. En in ziel- en hartconnectie is Johan.

Het diepe duistere donker waar ik die eerste jaren buikschuivend klauwend door heen ging. Ik krijg er soms nog tranen van als ik terugdenk aan die jaren waarin ik afdaalde in het rauwste rauwe en de diepste eenzaamheid. En steeds weer vond ik daar zijn Liefde. Dat ik ook zó, zo in stukken uiteen gevallen, bestaansrecht had.

Waar de meeste levenden om me heen vonden dat ik door moest, hem moest loslaten, de pijn liever niet wilden zien/horen, ik aan anderen moest denken, moest genieten en niet zo zwaar moest zijn, kon ik in zijn liefde, wél zijn wie ik was, ook in al deze vormen. En was de zin uit een nummer eindeloos vertrouwen “zolang ik je niet verlies, vind ik heus wel mijn weg met jou’. En dat bleek.

In zijn energie ontmoette ik de Liefde in alle immensheid en manifestaties na de dood.

En ik zag hem alle weken, maanden en jaren die volgden hangend in de deuropening met een glimlach kijken naar mij en mijn leven. Of kon ik in wanhoop in de wijdsheid van zijn aanwezigheid wegkruipen, bestaand zoals ik was en ontving ik energie voor herstel. Na tien jaar voelde ik alsof zijn dood opgeheven was. En in een van de zwaarste perioden daarna was hij gewoon nietdood aanwezig.

De afgelopen jaren ben ik onze interactie en dat wat ik voelde en ontving, wat hij gaf, ook in het licht van de polyvagaal theorie gaan zien. Hoe jong hij ook was, hij was voor mij een master co-regulator.

Ik met mijn vele sympathische reacties, strijdend voor recht, intens emotioneel, of in vurige betogen, dat riep vrijwel bij iedereen een sympathische (en dan is er ruzie) of dorsale (en dan was er disconnectie en eenzaamheid) respons op.

Hij bleef in zijn eigen energie en diep betrokken als ik eens iets deelde wat er toe deed. Ik zie me nog met starre snelle bewegingen kleding in de kast leggen, staccato boos pratend over iets pijnlijks. Iets wat ook hem raakte. En ik verwachte stilte en weggaan of een reactie met irritatie toen ik hem vanaf de kast een blik toe wierp. Hij zat op de rand van de bank. Hij keek naar mij met een blik waarin ik niets anders kon lezen dan echtheid en nabijheid. En hij bleef. Ik hoorde hem zeggen toen de stilte me teveel werd: ‘weet je wat ik nu voel? Ik voel buikpijn voor jou’. Al mijn sympathische wapens smolten in die pure aanwezigheid en met zijn armen om me heen waren mijn tranen veilig en helend. (En was in retrospect de staat van mijn zenuwstelsel ventraal-dorsaal geworden.)

Vandaag, net als op vele onverwachte momenten, eer ik zijn leven, de bruisende levende energie die hem kenmerkte en wat hij mij gaf en ik door de jaren heen integreerde. Intregratie to the max in mijn aardse zijn.

Integratie in het leven wat na enkele jaren stroomde richting Tim en de magie die zich toen patsboem kenbaar maakte en in het doorworstelen van grote (inter)menselijke rugzakken en patronen 😅. Tim zei ergens in het begin ‘nu hoef je hem niet meer alleen te dragen’. Die grootsheid. Die warmte. En ook dat veranderde vloeiend weer naar daar waar niets gedragen meer hoefde worden. Naar alleen nog stroom van Leven in Liefde. Hier. En overal. Ik dank en verstil.

20 jaar van voor en na is een.

De eerste keer in de praktijk

Het heeft me de afgelopen jaren veel gebracht, de kennis van de Polyvagaal theorie laten zakken naar wijsheid (lijf). Door ermee te oefenen, ontdekken en spelen, tot op een dag het ‘in the heat of the moment’ beschikbaar bleek.

Ik zie me nog staan, de eerste keer dat ik midden in een ruzie met Tim oude dynamieken en mij bekende gedachten opmerkte en daarnaast voelde dat ik zelfs midden in die stress en emotie, een andere keuze had. Een heel kleine gaatje voor die andere keuze eerlijk gezegd, maar ik kon erbij en zei ipv meer argumenten of meer gevoel te delen, tegen hem: ‘mijn zenuwstelsel staat zo aan nu, het heeft tijd nodig zonder praten. Wil je nu alleen een hand op me leggen?’

Echt niet gemakkelijk, want allerlei oude neigingen in me vonden zeker die laatste vraag te ver gaan en wilden ‘gelijk’ halen. En ik kon het aan om de verhalen in mijn hoofd over dit moment, over hem, over ons, niet te geloven en niet op door te gaan, maar puur bij mijn biologische staat van zijn te blijven. En dan ook nog eens op zo’n kwetsbaar moment uitreiken met die vraag.

Ik merkte hoe ik de aanraking echt kon toelaten en mijn zenuwstelsel langzaam kalmeerde. En echt, de verhalen verdwenen ook. Ik geloof dat ik later bijna juichend tegen hem zei dat de Polyvagaal Theorie belichaamd werd in me. En ik kon me uitspreken vanuit die heel andere plek, waardoor het bij hem ook iets anders deed in zijn zenuwstelsel, zonder dat alle afleidende en soms schadelijke ‘verhalen’ ook nog verwerkt moesten.

Er kwamen daarna nog eindeloos veel zenuwstelsel-ontdekmomenten, tussen ons, met de kinderen, met vrienden en vreemden, in ziektesymptomen, als reactie op gedachten en emoties, in de natuur en de samenleving. Ik laat het graag doorstromen vanuit mijn belichaamde ervaring tijdens elk retraite, elk coachtraject en elke yogales in meer of mindere mate.

Smullen van de Polyvagaal theorie in de praktijk, neuroceptie, onbewuste signalen van veiligheid, wat spelen nou eigenlijk is en hoe juist nieuwsgierig ópzoeken van ongemak en stress je meer innerlijke vrijheid en leiderschap geeft.

Als je nu heel graag meer in je zenuwstelsel wil duiken en de invloed op interactie, een emoties wil ontdekken en hoe wij mensen ‘werken’, in de wereld en het leven meer kunnen laten stromen: welkom bij de 3 maandstraining Belichaamd Leiderschap met theorie, 5 live dagen voor oefenen, speels en in rust. Start in september en april en je kan er STAP subsidie voor aanvragen,

Kom je top down (cognitief en theoretisch) en bottom-up (vanuit het lichaam) met ons mee ontdekken? Super, we laten samen met de groep de training steeds weer ontstaan.

Polyvagaal Theorie – ons zenuwstelsel als vriend

BEDRAAD VOOR VERBINDING

We come into the world wired to connect. With our first breath, we embark on a quest to feel safe in our bodies, in our environments, and in our relationships with others, schrijft Deb Dana in haar gratis ‘a beginners guide to polyvagal theory’. 

Ja, we komen in de wereld bedraad voor verbinding en daar hoort veiligheid bij. Niet het soort veiligheid wat we vaak om ons heen zien, waarbij steeds meer controle nodig is. Maar een diepe ervaring van vertrouwen, van gevoelde veiligheid. 

De Polyvagaal Theorie is als een moderne wetenschappelijk kaart voor het zenuwstelsel. De theorie is ontwikkeld door Stephen Porges en gaat over het ervaren van biologische veiligheid en over het menselijke sociale betrokkenheid systeem: hoe diep en onbewus we met elkaar verbonden zijn. 

De drie principes onder de Polyvagaaltheorie

De belangrijkste speler in deze theorie is de Nervus Vagus, een grote zenuw (of beter: verschillende (poly) zenuwengroepen) die een verbinding vormt in ons breinlichaam (the bodymind) en dus tussen onze hersenen en de rest van het lichaam loopt.

Om de toepassing van deze theorie in onszelf en in de interactie met elkaar verder te gaan ontdekken, is het handig de onderliggende principes te leren kennen. We kunnen er drie onderscheiden: 

  1. Autonome hiërarchie – er zijn 3 systemen van het autonome zenuwstelsel die elk hun eigen manieren kennen om je te beschermen 
  1. Neuroceptie – een term om het neurale proces te beschrijven dat onafhankelijk van ons bewustzijn gaat: wat we waarnemen en hoe het autonome zenuwstelsel reageert op de (risico’s in de) wereld om je heen
  1. Co-Regulatie – de wederkerige regulatie van elkaars fysiologische toestand. Onze zenuwstelsels hebben direct invloed op elkaar en wederkerige interactie is een biologische noodzaak geen luxe of optie

De polyvagaal theorie kun je ook zien als het biologische systeem rondom je veilig voelen en ervaren (niet je cognitief veilig weten).

Door via ons lichaam (er gaat 4x zoveel informatie van je lichaam naar je brein dan andersom) en de theorie meer bewust te worden hiervan, kunnen we de flexibiliteit van onze zenuwen trainen en het leven voelen stromen.

Omdat het slimme systeem in ons lichaam dat waarneemt of we in een veilige of onveilige omgeving zijn deel is van het autonome zenuwstelsel en onbewust werkt (neuroceptie), is dat het waarnemen altijd onbewust. We kunnen daar geen schuld, schaamte of niet-goed genoeg op kunnen plakken!

Het is wél ons lichaam, wat ons uitnodigt tot nieuwsgierigheid. We hoeven het niet te sturen, dat kan niet, want het is buiten ons bewustzijn, maar we kunnen het wel leren kennen en daarmee meer invloed hebben op onze ervaring.

De theorie enigszins kennen, kan je helpen nieuwsgierig te zijn naar hoe jouw zenuwstelsel werkt, hoe en wanneer jouw veiligheidssysteem rode-vlag-signalen van ‘risico’ geeft en wanneer het systeem het signaal veilig opmerkt en doorgeeft.

De transformerende ervaring van veiligheid.

Dat gaat wat verder dan we gewoonlijk denken, waarin veilig een mentaal concept is. Je veilig in je lichaam leren voelen, met alles wat zich daar afspeelt, kan absoluut transformerend zijn. Laten we de verschillende staten van je zenuwstelsel eens verder bekijken.

1. VENTRAAL VAGAAL. VEILIG, sociaal betrokken, leren, spelen (op grens met sympathische), aanwezig en verbonden met ervaring in het moment.

Deze zenuw zorgt dat we emoties kunnen herkennen en uitdrukken via gezichtsuitdrukkingen en de stem en zorgt voor verbinding en intimiteit.

2.SYMPATSICH ZENUWSTELSEL. BEWEGING – spanning in spieren en je lichaam

Vluchten, vechten, stress, hyperalert, zijn, boos, of competitief. Alert zijn op risico, onvriendelijke stemmen, gevoelens van er niet bij horen en van daaruit paraat staan of weggaan.

Maar als het ventrale systeem ook actief is, kun je het ervaren als lekker in actie zijn, dóen, in achtbanen, bij euforie, bergwandelingen en koude training en speelse oefeningen.

In deze staat is er veel bewegingsenergie die moeilijk tot rust kan komen. Hier kan via intense beweging ontlading komen, of via emoties.

Je kan speels (opnieuw) leren emotie en beweging te gebruiken voor je levensenergie. Ook kan via kunst, spel, of dans het teveel aan energie en bijhorende hormonen uit het systeem verdwijnen en keer je weer terug naar je ventrale staat.

3.DORSO VAGAAL. BEWEGINGLOOS – afwezig, afgehaakt, heel moe, eenzaam, leeg, wanhopig, depressief, onmachtig, zinloos, dissociëren, verdoofd gevoel, zwaar, klaar

Je wil je terugtrekken in in donker hoekje. Lichaamsfuncties vertragen en we kunnen amper iets uitbrengen, of toch niet wat we willen. Je adem is oppervlakkig. Er kan sprake zijn van een verlammend gevoel of dissociëren, je lijf niet meer voelen.

Zacht wiegen, masseren, aanraking en/of warmte kan dit tot rust brengen. Het systeem kan dan weer terugkeren naar rust, herstel en vertering. Onze natuurlijke staat.

Deb Dana ontwikkelde de metafoor van de ladder. Het oudste biologische systeem (ongemyeliniserde zenuwen) is het dorsale en staat onderaan de ladder. Daarboven staat de sympaticus en daarboven de ventrale staat. Je zakt volgens deze metafoor als het ware door de vecht, vlucht systeem bescherming, uiteindelijk naar ‘je dood houden’ (zie daarvoor ook de dierenwereld, Bv in dit filmpje: https://youtu.be/Ox7Uj2pw-80) in het dorsale. De meest toegankelijke manier om terug uit de bewegingloosheid te komen, is via beweging (sympaticus) en dan pas weer naar het ventrale. (Zie ook weer het filmpje) Vandaar de metafoor van een ladder.

Er valt nog veel meer te zeggen over deze theorie en de toepassing uiteraard. Maar kijk eens eerst eens naar je eigen mooie zenuwstelsel. Iedereen is net anders bedraad. Meer of minder afgesteld op (on)veiligheid.

Ga op ontdekking om in je dagelijkse leven je eigen staten te zien en er nieuwsgierig naar te zijn. Wat zijn de kenmerken als je ventrale systeem actief is? Welke emoties, gedachten en acties kun je ontdekken? En welke als je sympathische zenuwstelsel actief aan is? En je dorsale? Wat triggers je zenuwstelsel vanuit je zintuigen?

En wat helpt je zenuwstelsel om terug te keren naar je natuurlijke staat van zijn, de veilig verbonden staat? Daar waar je ontspannen alert bent, in contact met jezelf in contact met de ander bent? Wat heeft jouw systeem daarvoor nodig? Dat is een prachtige queeste om een tijd mee op reis te zijn 😉

Vrij verbonden – een Polyvagaal verhaal

Ze ligt met een vertrokken gezicht in diep verdriet te huilen in de armen van haar vader als ik binnen kom. Ik stap erbij op het bed. Laat mijn handen en armen de weg zoeken naar waar ze nu bij haar horen. Ze is omringd door delen van papa en mama (buik, borst, hart, handen en zoveel liefde), terwijl ze de emoties door zich heen laat gaan. Wij in vertrouwen dat ze dit kan dragen. Hoe zwaar ze het ook ervaart nu.

Lief vraagt of hij woorden mag geven aan wat er door haar heen ging voordat ik binnenkwam. Ze knikt. Ze wil dat ik het weet, maar wil het niet zelf herhalen. 

Opgestapelde andersheid

De opeenstapeling kwam er uit. Hoe anders ze zich voelt. Of hoe ze anders is volgens maatschappelijke normen. Ze verwoordde krachtig op welke onderdelen dat anderszijn speelt.

Het meisje dat veel in ‘jongensenergie’ door het leven gaat en vooral met jongens omgaat. De baby die in de baarmoeder haar tweelingbroertje verloor aan de dood en daar nog altijd bewust mee leeft. Het bewegelijke kind dat vaak ongelukjes en verwondingen oploopt. De creatieve geest die denkt en kijkt op een manier die ze niet overal om zich heen gespiegeld ziet. De doofheid van haar rechteroor, waardoor ze de wereld anders meekrijgt, het sneller onveiliger voelt, ze geluid niet kan filteren en haar brein geen locatie kan bepalen: ze hoort niet waar geluid vandaan komt. En de angsten die ze in zichzelf waarneemt, terwijl ze ook zo stoer is.

Er is in wezen geen probleem met haar anderszijn. Ze is vaak anders. Ja. En daar kan ze zich heerlijk bij voelen, of eenzaam. Allebei is waar, allebei is een ervaring en allebei is zowel belangrijk als onbelangrijk. En iets om oprecht te laten stromen.

Dus ja, ze is ook anders. Ze is eigen en uniek. En dat kan overweldigend voelen als je 9 bent. Of op alle leeftijden wel, zeker bij moeheid, of als er te weinig verbinding is geweest met mensen die je echt zien, of doordat de balans hersteltijd / sociale interactie tijdelijk scheef was. 

En wat we haar willen laten ontdekken is dat ze het aankan alles te ervaren en het ook weer verandert. In onze veilige nabijheid, die zich vanzelf uiteindelijk verinnerlijkt.

Zorghaken drijven als gedachten voorbij

Er is veel om aan vast te haken als ouders, veel optie om ons zorgen te gaan maken. Die passeren nu en dan via gedachten.

Want ze gaf niet alleen aan zich anders te voelen – wat op zichzelf mensen al kan triggeren om dat ‘positief te leren duiden’ als ‘ja je bent anders en dat is mooi juist’, of te ontkennen ‘ nee joh, je bent niet anders’ – maar er zaten ook existentiële vragen en dieptes aan vast.

‘Als jullie er niet meer zijn, dan wil ik ook niet meer leven’. ‘Waarom moeten we bestaan als mensen hier op aarde?’. ‘Ik wil soms dood zijn’.

Daar kun je als ouders natuurlijk van alles over vinden en alert en reactief van worden. Het zielig vinden voor haar en op willen lossen voor haar, zodat ze zich weer fijn voelt. We weten mede door dit wonderkind dat dat niet de weg is. Daar heeft ze niet wezenlijk iets aan, want er valt niets op te lossen, het is al perfect.

Aanwezig zijn als grootste cadeau

De kennis van de biologie van het zenuwstelsel helpt me daarin ook.

Dus we zijn aanwezig, kijken naar haar, voelen de diepe energetische verbinding en de overgave. Ik leg haar benen over die van mij en ze zoekt de aanraking van ons, het mannelijke en het vrouwelijke. Ze huilt met dikke snikken en soms enkele stotterende woorden.

‘Misschien ben je wel hier op aarde om dit nu te ervaren’, zeg ik. Overbodig voor haar lichaam, maar voor haar gedachten helpt het om aanwezig te blijven. 

Ze huilt nog even door, ontlaadt zich zo vanzelf van spanning, terwijl ze in verbinding is. Gezien en met bestaansrecht, ook in worstelingen of zielspijnen, met betekenis. En langzaam verzacht haar lichaam, haar adem en stroomt er een kalmte door haar heen. Keuzevrijheid in zichzelf komt terug.

We benoemen hoe omringd ze is door liefde, niet alleen van ons maar van geliefden, alle voorouders, de bergen, de kosmos en dat ze daar een mee is. Ze kijkt met diep open ogen, ontvangt en weet. Ze komt overeind en slaat haar hele lichaam om me heen. Dan legt ze haar hoofd op papa’s schouder, die haar naar bed draagt. Ze valt in een diepe herstellende slaap.

Rauwe blijheid naast ruw verdriet binnen liefde

De volgende dag gaan we met z’n vieren naar de voet van een gletsjer. Rauw hooggebergte. Smeltwater dat begin te komen in de kleine rivier die van de zomer nog overstroomde. Ze springt van steen naar steen, voeten in het ijswater, de zon om zich heen als een mantel. Ze roept hoe gelukkig ze is. Hoe blij. Hoe vrij ze zich hier voelt. Dat het de leukste dag van haar leven is en of we hier morgen weer heen gaan.

En wij kijken weer naar haar, terwijl we net zo gelukkig en verbonden zijn als gisteravond. Omringd door ancestors en liefde, die we zelf ook zijn.

Co-reguleren als oudertaak

Dit is naast al het andere wat er in kan zitten, ook de Polyvagaal Theorie in de praktijk, gezien vanuit de hoek van co-regulatie. Een van de drie principes (naast de hiërarchie in het autonome zenuwstelsel en neuroceptie) onder deze theorie is de invloed van menselijke zenuwstelsels en de staat ervan op elkaar.

Wij zijn hier als ouders co-regulators: doordat ons zenuwstelsel veilig en verbonden is (en we niet in sympathische activatie van oplossen of in verlammende bezorgdheid schieten) kan zij voelen wat er te voelen is in haar lijf en als vanzelf terugkeren naar haar eigen veilige en verbonden staat in haar zenuwstelsel.

Vrije vogel

Ze hoeft de inhoud van haar gedachten en emoties niet als vaststaande feiten mee te nemen, niet als waarheden, niet als ‘zo ben ik’ waarmee ze haar essentie laat beperken.

Ze beweegt zich tot in alle hoeken van emoties en zenuwstelsel staten, omdat ze die capaciteit nu al heeft, naast haar prachtige intensiteit. Ze neemt onbewust mee dat ze alles kan zijn, alle (emotionele, fysieke en mentale) vormen aan kan nemen. En dat ze daarbinnen altijd heel, gezond en stralend is, verbonden met wat groter is dan zij.

Haar wens van heel jong is, dat ze kan vliegen. Dat herhaalt ze regelmatig. Ze stelt zich voor hoe vrij, beweeglijk en geraakt door de natuur ze zich dan voelt. Wat ze nog niet beseft: ze vliegt al!

Alle hoop moet dood

Welk thema zal ik de yogales geven? Vroeg ik aan de meiden tijdens het koken.  

Hoop, zei Jana,

Zeker in deze tijd

Alle hoop moet dood, zei een vriend 25 jaar geleden. Hij had iets heel heftigs meegemaakt en gemerkt dat als hij hoop hield dat het goed kwam of weer het oude, dat teveel pijn deed.

En toen ik ergens mee zat was zijn advies ook alle hoop moet dood. Ik begreep hem al te goed. 

Ook andere ontmoetingen en ervaringen leken in die richting te wijzen, zij het wat genuanceerder. Het ging daar niet over ‘moeten’ verliezen, maar over een gevolg als dat wel gebeurt.

Zo was er een bijzondere ontmoeting met een man uit zuid Amerika op het strand in Israel. We hadden diepe gesprekken en verbinding en toen verloor ik een dierbare ring in het zand. Zoeken leverde niets op. Toen we stopten en in rust weer verbonden met het gemis (ik) en elkaar, lag de ring ineens in het zicht. Just when you give up hope, you find what you are looking for. 

Deze herinneringen waren een begin van de beweging die ik maakte door ‘hoop’ op te nemen, door mijn geest en lichaam te laten struinen via mijn ervaringen, wereidsituaties, gangbare hoop-ideeën en wat het lijf ermee deed.

Hoop kun je hebben en weer verliezen.

Hoop is bv in tegenstelling tot vertrouwen dat gaat over het heden gedragen door het verleden, toekomstgericht. Toekomst, waar je weinig controle over hebt en die er nog niet is. 

Hoop wordt vaak verward met verwachting: het resultaat moet zijn wat we gewenst (gehoopt) hebben. Hoop wordt in deze lijn ook verward met optimisme (dat het goed afloopt, de zon gaat schijnen na regen). 

Hoop wordt ook vaak gebruikt als magische bezwering: ik hoop dat je snel beter wordt. (Of bij sommigen de magie van: alle hoop moet dood). 

Toch voelde ik in de suggestie van dochter een andere lading. Diep in mijn buik reageerde ook iets. Hoop in diepte en met openheid tegelijk. 

Hoop gaat niet over licht dat we verwachten aan het eind of begin van de tunnel (zoals genezen, of terug naar hoe een levenssituatie was en fijn was, of juist door naar iets nieuws wat wél fijn is) maar over in de tunnel zijn en blijven lopen. In beweging blijven, dóen, uitreiken naar het onbekende, vanuit het niet-weten en niet-zien. 

Dat is dubbel op anders dan de maatschappij ons voorhoudt met het maakbare leven, controle en zekerheid. En ineens komt een gedicht van Vaclav Havel op dat een toffe collega me ooit gaf en eindigt met:

Hope is not the conviction 

that something will turn out well 

but the certainty 

that something makes sense, 

regardless of how it turns out.

Hoop is handelen zelfs als je weet dat het resultaat niet is wat je wil, onhaalbaar is zelfs misschien. Hoop is dan toch handelen omdat je het belangrijk vindt. Je hele lichaam (niet alleen je gedachten) die richting op neigt. 

Aansluitend daarbij merkte ik in mijn lijf rondom hoop een uitreik-beweging op. Zowel uitreiken (actie) om hulp of steun te vragen, als uitreiken om steun te bieden, te geven waar de situatie dat vraagt. En dan weer terug komen naar de neutrale positie, mijn midden. Om te ontvangen en om te herstellen. En herhaal. En die herhaling kan in vele houdingen, vele soorten bewegen fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel. 

Met deze hoopvolheid ontving ik de deelnemers en nodigde ik hen uit hoop in hun lichaam te ontdekken. In het doen, de beweging, daarna de statische houding en dan de terugkeer uit de houding en tenslotte in het niet-doen. Hoop heeft vele lagen en kleuren en is voorbij een gevoel, verankerd in dóen.

Dat is misschien wel de hoop die doet leven.

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !