Reisagent voor avontuurlijke levenskracht en ongemak. Beweeg, speel en deel je vrij

Tag: dieperdandeemotie (pagina 1 van 2)

Je analytisch talent en nieuwsgierigheid gebruiken voor leven vanuit je lijf

Verstillen, ontdekken, bewegen en spelen met het zenuwstelsel. We zijn bedraad voor verbinding en de staat van ons zenuwstelsel bepaalt onze ‘realiteit’. 

Ons neurologische systeem heeft in ons dagelijkse leven (vaak onbewust) veel invloed. Op onze keuzes, de ervaring van welzijn, onze “overleef”-mechanieken en hoe we de omgeving waarin we zijn gewaar worden en ervaren en dus op onze manier van relateren. Het is ook een manier om stress en veerkracht te zien vanuit ons lichaam en gemaakt voor ontdekken en flow! 

Dan is het dus aan ons om nieuwsgierig te zijn naar onze eigen bedrading en die van een ander! Wat voel je in welke staat? Welk verhaal lijk je te denken? Wat gebeurt er dan in interactie? 

Dit komt volop terug in module 2 van Belichaamd Leiderschap en nemen we mee als  basis voor de modules die volgen!

Nu we het toch over deze module hebben, laat ik meteen een voorbeeld geven van de extra smeuïgheid die twee trainers kunnen brengen (naast natuurlijk eigen expertise en extra ogen en handen om ieder in de groep aandacht te geven).

Dus: wat maakt het zo tof om trainingen samen te geven? 

Het brengt afwisseling voor zowel de deelnemers als mijzelf, schakelen tussen praten, luisteren en bewegen en ik kan tussendoor even ‘uit’ en het ritme van rust in mijn systeem ruimte geven. Meteen dus een manier om mijn eigen zenuwgestel de ruimte te geven om vanzelf terug te komen naar ontspannen betrokkenheid.

En vooral brengt het samen doen extra kansen mee waarin we voorleven. 

Dat vraagt natuurlijk een interactie die veilig voelt en een waarin we beiden steeds onze vorm durven te vinden in het moment. 

Gelukkig is dat meestal zo 😉 Met veel experimenteren, aangaan en openen, is zelfs het (milde) onveilige in mijn systeem veilig voor me als we voor een groep staan. 

Het geeft deelnemers een lach als we het oneens zijn, of we bij elkaar op knopjes drukken 😉 

Afgelopen opleiding, tijdens de module over het zenuwstelsel, werd ik blij toen na een paar uur lijfelijk experimenteren ik de theorie stond uit te leggen en Tim me maande tot opschieten 😎 

Een deelnemer vroeg vrij wat dat met mijn zenuwstelsel deed, in welke staat of mix daarvan het nu was. 

Yes, daar hou ik dus van!! 

Zichtbaar luchtig kwetsbaar voor elkaar, deel van de groep.

Op zo’n manier komt leren via ontdekking in het nu, zijn we gelijkwaardig en stroomt het huidige moment vanzelf door ons heen, vormen we ons aan elkaar, steeds en steeds weer ‘nu’.

Lijkt het je nu ook giga interessant om je zenuwstelsel en lijf in te duiken om meer vanuit je lijf het leven de leiding te geven? 

De training Belichaamd Leiderschap geven we bij Mudita in drie maanden, startend in april of september. De training vraagt van jou een open nieuwsgierige houding naar jezelf als deel van alles in de wereld, een milde dosis lef en een vleugje exploratiedrang. En wij verwelkomen je van harte! 

(het is mogelijk met Stap-budget)

Monike Eigenwijs in Evenwicht | Tim Jana Yoga | Trainers bij Mudita Academie | We bieden de training ook incompany aan, op maat gemaakt voor het deelnemende team

20 jaar liefde via rouw

“Ik ga dit niet nog 20 jaar doen, met jouw doodzijn hier blijven”, zei ik in wanhopige tranen.

En vandaag is het dan 20 jaar na het ongeluk. En ik ben hier. Ik ben aanwezig, vol hier en senang met wat het leven door me heen laat gaan. Dat is dus niet altijd zo geweest en is ook niet moeiteloos gegaan.

Tim liep net naast me naar de plek van het ongeluk, de boom, de weg, de symbooltaal, de weg in voor en na, de veilige achterkant. De roos die ik vanmorgen van hem kreeg en we aan de boom gaven, ten leve.

Als ik meevoel met de mij-uit-die-eerste-jaren, kan ik niet anders dan begrijpen dat het ver boven mijn draagkracht ging en wat ik ook gekozen zou hebben, valideren en ruimte geven. En de keuze bleek hier. In liefde, in menselijkheid, in relatie en in eigenheid.

Ik voel dagelijks dankbaarheid in de diepste diepten voor de liefdes om me heen, Tim, Jana, Isha en onze innercirceltribe. En voor naast de horizontale lijn, de diepte en hoogte op de verticale lijn. De bron waar ik via beide lijnen op in kan pluggen, gevoed (nourished) wordt en bezield leef. En immens daarin dankbaar ook voor de oude wijze leraren die in mijn leven zijn. ZIJN. En in ziel- en hartconnectie is Johan.

Het diepe duistere donker waar ik die eerste jaren buikschuivend klauwend door heen ging. Ik krijg er soms nog tranen van als ik terugdenk aan die jaren waarin ik afdaalde in het rauwste rauwe en de diepste eenzaamheid. En steeds weer vond ik daar zijn Liefde. Dat ik ook zó, zo in stukken uiteen gevallen, bestaansrecht had.

Waar de meeste levenden om me heen vonden dat ik door moest, hem moest loslaten, de pijn liever niet wilden zien/horen, ik aan anderen moest denken, moest genieten en niet zo zwaar moest zijn, kon ik in zijn liefde, wél zijn wie ik was, ook in al deze vormen. En was de zin uit een nummer eindeloos vertrouwen “zolang ik je niet verlies, vind ik heus wel mijn weg met jou’. En dat bleek.

In zijn energie ontmoette ik de Liefde in alle immensheid en manifestaties na de dood.

En ik zag hem alle weken, maanden en jaren die volgden hangend in de deuropening met een glimlach kijken naar mij en mijn leven. Of kon ik in wanhoop in de wijdsheid van zijn aanwezigheid wegkruipen, bestaand zoals ik was en ontving ik energie voor herstel. Na tien jaar voelde ik alsof zijn dood opgeheven was. En in een van de zwaarste perioden daarna was hij gewoon nietdood aanwezig.

De afgelopen jaren ben ik onze interactie en dat wat ik voelde en ontving, wat hij gaf, ook in het licht van de polyvagaal theorie gaan zien. Hoe jong hij ook was, hij was voor mij een master co-regulator.

Ik met mijn vele sympathische reacties, strijdend voor recht, intens emotioneel, of in vurige betogen, dat riep vrijwel bij iedereen een sympathische (en dan is er ruzie) of dorsale (en dan was er disconnectie en eenzaamheid) respons op.

Hij bleef in zijn eigen energie en diep betrokken als ik eens iets deelde wat er toe deed. Ik zie me nog met starre snelle bewegingen kleding in de kast leggen, staccato boos pratend over iets pijnlijks. Iets wat ook hem raakte. En ik verwachte stilte en weggaan of een reactie met irritatie toen ik hem vanaf de kast een blik toe wierp. Hij zat op de rand van de bank. Hij keek naar mij met een blik waarin ik niets anders kon lezen dan echtheid en nabijheid. En hij bleef. Ik hoorde hem zeggen toen de stilte me teveel werd: ‘weet je wat ik nu voel? Ik voel buikpijn voor jou’. Al mijn sympathische wapens smolten in die pure aanwezigheid en met zijn armen om me heen waren mijn tranen veilig en helend. (En was in retrospect de staat van mijn zenuwstelsel ventraal-dorsaal geworden.)

Vandaag, net als op vele onverwachte momenten, eer ik zijn leven, de bruisende levende energie die hem kenmerkte en wat hij mij gaf en ik door de jaren heen integreerde. Intregratie to the max in mijn aardse zijn.

Integratie in het leven wat na enkele jaren stroomde richting Tim en de magie die zich toen patsboem kenbaar maakte en in het doorworstelen van grote (inter)menselijke rugzakken en patronen 😅. Tim zei ergens in het begin ‘nu hoef je hem niet meer alleen te dragen’. Die grootsheid. Die warmte. En ook dat veranderde vloeiend weer naar daar waar niets gedragen meer hoefde worden. Naar alleen nog stroom van Leven in Liefde. Hier. En overal. Ik dank en verstil.

20 jaar van voor en na is een.

De eerste keer in de praktijk

Het heeft me de afgelopen jaren veel gebracht, de kennis van de Polyvagaal theorie laten zakken naar wijsheid (lijf). Door ermee te oefenen, ontdekken en spelen, tot op een dag het ‘in the heat of the moment’ beschikbaar bleek.

Ik zie me nog staan, de eerste keer dat ik midden in een ruzie met Tim oude dynamieken en mij bekende gedachten opmerkte en daarnaast voelde dat ik zelfs midden in die stress en emotie, een andere keuze had. Een heel kleine gaatje voor die andere keuze eerlijk gezegd, maar ik kon erbij en zei ipv meer argumenten of meer gevoel te delen, tegen hem: ‘mijn zenuwstelsel staat zo aan nu, het heeft tijd nodig zonder praten. Wil je nu alleen een hand op me leggen?’

Echt niet gemakkelijk, want allerlei oude neigingen in me vonden zeker die laatste vraag te ver gaan en wilden ‘gelijk’ halen. En ik kon het aan om de verhalen in mijn hoofd over dit moment, over hem, over ons, niet te geloven en niet op door te gaan, maar puur bij mijn biologische staat van zijn te blijven. En dan ook nog eens op zo’n kwetsbaar moment uitreiken met die vraag.

Ik merkte hoe ik de aanraking echt kon toelaten en mijn zenuwstelsel langzaam kalmeerde. En echt, de verhalen verdwenen ook. Ik geloof dat ik later bijna juichend tegen hem zei dat de Polyvagaal Theorie belichaamd werd in me. En ik kon me uitspreken vanuit die heel andere plek, waardoor het bij hem ook iets anders deed in zijn zenuwstelsel, zonder dat alle afleidende en soms schadelijke ‘verhalen’ ook nog verwerkt moesten.

Er kwamen daarna nog eindeloos veel zenuwstelsel-ontdekmomenten, tussen ons, met de kinderen, met vrienden en vreemden, in ziektesymptomen, als reactie op gedachten en emoties, in de natuur en de samenleving. Ik laat het graag doorstromen vanuit mijn belichaamde ervaring tijdens elk retraite, elk coachtraject en elke yogales in meer of mindere mate.

Smullen van de Polyvagaal theorie in de praktijk, neuroceptie, onbewuste signalen van veiligheid, wat spelen nou eigenlijk is en hoe juist nieuwsgierig ópzoeken van ongemak en stress je meer innerlijke vrijheid en leiderschap geeft.

Als je nu heel graag meer in je zenuwstelsel wil duiken en de invloed op interactie, een emoties wil ontdekken en hoe wij mensen ‘werken’, in de wereld en het leven meer kunnen laten stromen: welkom bij de 3 maandstraining Belichaamd Leiderschap met theorie, 5 live dagen voor oefenen, speels en in rust. Start in september en april en je kan er STAP subsidie voor aanvragen,

Kom je top down (cognitief en theoretisch) en bottom-up (vanuit het lichaam) met ons mee ontdekken? Super, we laten samen met de groep de training steeds weer ontstaan.

Alle hoop moet dood

Welk thema zal ik de yogales geven? Vroeg ik aan de meiden tijdens het koken.  

Hoop, zei Jana,

Zeker in deze tijd

Alle hoop moet dood, zei een vriend 25 jaar geleden. Hij had iets heel heftigs meegemaakt en gemerkt dat als hij hoop hield dat het goed kwam of weer het oude, dat teveel pijn deed.

En toen ik ergens mee zat was zijn advies ook alle hoop moet dood. Ik begreep hem al te goed. 

Ook andere ontmoetingen en ervaringen leken in die richting te wijzen, zij het wat genuanceerder. Het ging daar niet over ‘moeten’ verliezen, maar over een gevolg als dat wel gebeurt.

Zo was er een bijzondere ontmoeting met een man uit zuid Amerika op het strand in Israel. We hadden diepe gesprekken en verbinding en toen verloor ik een dierbare ring in het zand. Zoeken leverde niets op. Toen we stopten en in rust weer verbonden met het gemis (ik) en elkaar, lag de ring ineens in het zicht. Just when you give up hope, you find what you are looking for. 

Deze herinneringen waren een begin van de beweging die ik maakte door ‘hoop’ op te nemen, door mijn geest en lichaam te laten struinen via mijn ervaringen, wereidsituaties, gangbare hoop-ideeën en wat het lijf ermee deed.

Hoop kun je hebben en weer verliezen.

Hoop is bv in tegenstelling tot vertrouwen dat gaat over het heden gedragen door het verleden, toekomstgericht. Toekomst, waar je weinig controle over hebt en die er nog niet is. 

Hoop wordt vaak verward met verwachting: het resultaat moet zijn wat we gewenst (gehoopt) hebben. Hoop wordt in deze lijn ook verward met optimisme (dat het goed afloopt, de zon gaat schijnen na regen). 

Hoop wordt ook vaak gebruikt als magische bezwering: ik hoop dat je snel beter wordt. (Of bij sommigen de magie van: alle hoop moet dood). 

Toch voelde ik in de suggestie van dochter een andere lading. Diep in mijn buik reageerde ook iets. Hoop in diepte en met openheid tegelijk. 

Hoop gaat niet over licht dat we verwachten aan het eind of begin van de tunnel (zoals genezen, of terug naar hoe een levenssituatie was en fijn was, of juist door naar iets nieuws wat wél fijn is) maar over in de tunnel zijn en blijven lopen. In beweging blijven, dóen, uitreiken naar het onbekende, vanuit het niet-weten en niet-zien. 

Dat is dubbel op anders dan de maatschappij ons voorhoudt met het maakbare leven, controle en zekerheid. En ineens komt een gedicht van Vaclav Havel op dat een toffe collega me ooit gaf en eindigt met:

Hope is not the conviction 

that something will turn out well 

but the certainty 

that something makes sense, 

regardless of how it turns out.

Hoop is handelen zelfs als je weet dat het resultaat niet is wat je wil, onhaalbaar is zelfs misschien. Hoop is dan toch handelen omdat je het belangrijk vindt. Je hele lichaam (niet alleen je gedachten) die richting op neigt. 

Aansluitend daarbij merkte ik in mijn lijf rondom hoop een uitreik-beweging op. Zowel uitreiken (actie) om hulp of steun te vragen, als uitreiken om steun te bieden, te geven waar de situatie dat vraagt. En dan weer terug komen naar de neutrale positie, mijn midden. Om te ontvangen en om te herstellen. En herhaal. En die herhaling kan in vele houdingen, vele soorten bewegen fysiek, emotioneel, mentaal en spiritueel. 

Met deze hoopvolheid ontving ik de deelnemers en nodigde ik hen uit hoop in hun lichaam te ontdekken. In het doen, de beweging, daarna de statische houding en dan de terugkeer uit de houding en tenslotte in het niet-doen. Hoop heeft vele lagen en kleuren en is voorbij een gevoel, verankerd in dóen.

Dat is misschien wel de hoop die doet leven.

Over opvoedkundig falen en er bij zijn

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven. Eerder schoot ik in een kleine kramp door allerlei werk gerelateerde voorbereidingen voor een retraite. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. 

Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de laat-alles-er-zijn en veerkracht-blik me al zoveel jaren hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’. En mokken 😉

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen. Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want..’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik. 

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.

Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit moest blijkbaar nog gezegd. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.

Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen. Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen.

 Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen, dat emoties komen en weer gaan. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar. 

Stil

In de stilte dringt bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat na een tijdje wel even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden je denken dat we minder van je houden?’

‘Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ik overtuigd ben dat het wel snor zit met haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord. We eten gezellig kletsend.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂

***

Radicale acceptatie. Van alles in je, van alles in je kind, van wat het leven voor je voeten gooit. Omdat het er nu eenmaal is, niet omdat je het leuk of goed moet vinden. Dat is ook yoga. Huh? Yoga is toch voor flexibele spieren, tot rust komen in je hoofd en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling, verbinding, ‘zijn’ en actie. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik soms concrete momenten. En hoe oefenen me vele kleine andere keuzes hielp maken, die weer een grote impact bleken te hebben. Practice om de richting van het wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuïtie ruimte te geven, levenslustig te bruisen en deel van aarde en samenleving te zijn in actie. 

#veerkracht #hsp #yogainhetdagelijkse #opgroeien #liefde #yoga #eigenwijsinevenwicht #goedzoalsjebent #emotieskomenengaan #waardenvolleven #zijninhetdoen #opvoedfaalkunde #mei2019

Bulder als het bos

Een element dat normaal zonder aandacht is, krijgt nu een stem: als voicemail.

Een van de spelers vertelt een verhaal over een (eventueel onopgelost) probleem. Daarna mogen de andere spelers achter (of voor) een scherm een voicemail inspreken vanuit een element uit het verhaal, de ervaring vanuit dat perspectief delen of een advies.

Eerst zit ik te luisteren en te kijken als medespelers opstaan en een voicemail laten klinken. Ik neem op wat er gebeurt. Mijn lijf heeft wat tijd nodig en na enkele minuten in deze stille achterover modus, merk ik dat ik ineens met een impuls overeind (nou ja ineens, met mijn huidige rug gaat dat met de nodige aandacht en tijd) kom en achter het scherm ga staan, onzichtbaar voor de speler die het verhaal vertelde.

Vanachter het scherm hoor ik mezelf ineens (nu echt ineens) als het ‘Bos’ spreken tot de speler, die in zijn verhaal in het bos liep. Het voelt heerlijk die donkere bosstem, die uit mijn lijf komt, de woorden die achter elkaar komen. Vooraf had ik geen idee wat ik zou gaan zeggen, het ontstond van achter het scherm. En ook nu, als ik dit achteraf opschrijf heb ik geen idee meer wat er gezegd is door me. 

Wat ik wel weet: het was heerlijk, grappig, luchtig en mijn lichaam ging bubbelen van die luide diepbruine bulderstem die uit me kwam. 

Andere wegen naar verbinding Het voelt ook als een mooie verbinding met de speler die het verhaal deelde. Ik zie hem niet, hij ziet mij niet. Maar ik ervaar dat zijn verhaal, dat ik vooraf in detail te observeerde, me nabij is en deel is van wat er nu door me heen stroomt. Ook al is dat een totaal ander perspectief dan hij vertelde.

Als ik achter het scherm uitkom zie ik de lachende ogen van de verteller en voeling nog steeds mijn lichaam. Ja er is mooie verbinding. 

In het dagelijkse zeggen we vaak wat we denken wat de ander wil horen, bevestigen we de ander omdat we denken dat dat fijn is, of laten we juist onze criticus aan het woord om op te komen voor onze eigen mening. Er is dan vaak minder eigenheid, minder energie en aandacht in het (eigen!) lichaam en daarmee is er minder ik/jij om mee te verbinden. 

Ik als talig persoon en met de liefde voor woorspel, taalkunst en kenner van de impact die taal heeft op ons brein en leven, doe liever niets af aan taal, de uniekheid van de mens met de centra van Wernicke en Broca daarin en hoe we daar gezond gebruik van kunnen maken voor expressie en verbinding. Leve onze verbale communicatie! En ook in deze oefening laat de verbale communicatie weten dat ik aandachtig heb geluisterd, dat de andere speler gehoord is door me. 

Én daarnaast is er meer. Als dat ‘meer’ ongezien is, kan het verbale juist afdoen aan verbinding, ons als mens in de weg zitten en beperken, ons als groep polariseren of (innerlijk) ongehoord en ongezien, of opgesloten laten voelen. 

We zijn zoveel meer als mens dan alleen verbaal (dus ook gedachten) te vatten valt.

In deze specifieke oefening, waarbij wij niet elkaars lichaamshouding zagen, elkaar niet geruststellend in de ogen konden kijken, is er nog steeds krachtige verbinding mogelijk, op een manier die we niet per se dagelijks ervaren of zelfs ontdekken. 

We verbinden via de taal van verbeelding, met hoe ik uit mijn lichaam geluid laat komen, waar en hoe klanken ontstaan, de taal van intonatie, geluidstrilling, de prosodie van mijn stem. Dit haalt me bij mijn lichaam en bij het leven hier en nu. Verbinding met mij. 

En al die onderdelen geven ruime informatie aan het zenuwstelsel van de ander, mijn speelmaatje in dit geval. Niet afgeleid door blikken of ‘kloppende’ perspectieven. Direct vanuit de klank, de trilling die geluid is, de beweging, energie en variatie van het geluid. Verbinding met de ander. 

Op ontdekkingsreis met mijn stem ben ik sinds een jaar of zes bewuster. In eerste instantie via yoga: pranayama en mantra. Ik leerde de klanken in mijn lichaam voelen en over de kracht ervan op gezondheid, energie en bewustzijn.

Emotie en schaamte kwamen ook kijken op deze reis. Het weerhield me yogische oefeningen met geluid te doen als Tim thuis was, of toen ik dat een beetje durfde, om klanken te maken in de tuin (want de buren..). In India kwam daarin verandering. Ik voelde hoe ik genoot, geraakt werd en onvoorspelbare verbinding kon ontstaan.

Ik ontdekte in die jaren dat ik niet de enige was en bij veel mensen hun eigen stem schaamte aanraakt als ze hem anders gebruiken dan verbaal inhoudelijk. En zo brachten we geluid maken (je stem laten horen, letterlijk) ook in onze lessen, retraites en schoolyoga (waar bij leerkrachten vaak meer terughoudendheid daarin was dan bij de kinderen..).

Toen kwam natuurlijkerwijs ook de reis met mijn stem via oertalen, die ik al bestudeerde en voelde, maar nog niet via de klank van mijn stem ontdekte. De talen waar de betekenis van de woorden nog verbonden is met de klank die ze hebben. In het oud-Hebreeuws en Sanskriet bijvoorbeeld. En zo ontdekte ik stemmen in me die nog nooit gehoord waren.

Het spelen met klank en stem kreeg tegelijk met al deze reizen nog meer ruimte in ons dagelijkse gezinsleven, tot ontroering en grote irritatie van elkaar. Heerlijk 😉 en merkte ik achteraf op dat ik soms bij een kind, buurvrouw of collega in de deuropening klanken sta te produceren uit ontroering, pijn, blijheidof wat er dan ook wil stromen 😅

En sinds een jaar mag mijn stem ook buitenspelen bij The School of Play. Zoals in bovenstaande oefening. En vloeien de woorden uit mijn vingers ik als ik er erover ga schrijven met een glimlach in verbinding, verbaal en non-verbaal.

Opvoedtechnisch leren falen met yoga

Ik zit, nou ja, je zou kunnen zeggen ‘mokkend’ aan tafel. Ik ben alleen en neem een eerste hap van mijn bord. Het bord naast me is onbemand. Echtgeliefde is werken, één kind at onverwacht bij een vriendin en met het andere kind kwam ik tijdens het koken in een wat vaag conflictachtige situatie terecht en zij is boven.

Eerder schoot ik in een kleine kramp over de voorbereidingen van retraite die we organiseren in augustus. Mijn lichaam doet pijn, er is een tíkkie weerstand op marketing, een rommelig huis en kinderen die vakantie hebben. Dus logisch toch, deze geïrriteerde stemming, dat is gewoon vervelend voor me. Dus ik projecteer nog even op dochter die niet beneden kwam om te eten.

Als ze wel beneden komt, kijkt ze even verbaasd naar mijn half lege bord en barst in tranen uit. Ik reageer nog even uit mijn (zeer volwassen) mokstand, ‘ik riep net ‘waar ben je?!’ en je kwam niet’. Met meteen kortaf erachteraan ‘waarom huil je?’.

Ze kijkt even op en huilt met lange uithalen ‘ik moet gewoon huiuiuilen! Dat kan toohoch!?’

Ik adem meteen lichter, lach en kijk snel en mild naar mijn eigen mokgebeuren. Hoe fijn dat de yogic- en veerkracht-blik me hielp mijn kind te leren dat huilen ontladen is, het uitnodigt om te verbinden en er niet (direct) een antwoord nodig is op vragen als ‘wat is er gebeurd?’. Én dat ik ook opvoedtechnisch soms mag ‘falen’.

Ik sta op en krijg toestemming haar te omhelzen. De borden staan naast ons af te koelen. Ik laat haar huilen in mijn armen.

Het plakkende gemok in me ‘ikhebgelijk, want’ en ‘ikvoelmerot’, is compleet weg. Ik bemerk een vrije keuze om gewoon bij haar te zijn. ‘Wat een verdriet meisje’. Ze huilt nog harder. Als het afneemt en ze kan praten zegt ze dat ze dacht, dat ik gewoon wilde weten waar ze was en niet dat het eten op tafel stond. ‘Dat klopt’, zeg ik.

En in mijn innerlijke ooghoek zie de neiging opkomen om te zeggen ‘maar je wist heus wel wat ik bedoelde’.
Ik doe er niets mee. Heel zen bedank ik mijn brein voor dit zelfbeschermende mechanisme (om toch mijn gelijk te halen in die kleine nuance) en kies opnieuw bewust. Want het voegt nu niets toe aan haar, ons, mij, of de wereld, om mijn (zelfs al voorbije) emoties via haar te rechtvaardigen.

Emoties komen en gaan, soms maken we ze onbewust. Steeds vaker kan ik ze observeren en ontdekken wat ze willen of laten. Door dagelijks te oefenen is mijn innerlijke vrijheid enorm toegenomen. Dit hele besef komt heel snel voorbij daar in dat moment op de witte tafelbank met mijzelf om een huilende dochter gedrappeerd. En ik maak een nieuwe kleine keuze: om mijn volledige aandacht weer aan dit mooie kind te geven.

Ze huilt nog een beetje, maar als ik haar verdriet nogmaals erken, golft haar verdriet huizenhoog op. Ze zegt snikkend ‘het lijkt wel of jullie wat ik voor jullie gemaakt waardeloos vinden. Jullie doen er niets mee, het ligt steeds weer op mijn bureau en ik heb er heel lang aangewerkt’.

Ik voel een steek in mijn buik. Dit is de kern. Zachtjes aai ik haar wang en luister geconcenteerd naar haar huilen. En vraag haar waar in haar lichaam ze het voelt. Keel, buik, hart, zelfs in haar armen.

Opnieuw zie ik een neiging bij mezelf opkomen, namelijk zeggen dat dat niet waar is, dat we haar en wat ze maakte niet waardeloos vinden.
Ik zie ook dat het haar gevoelens tekort zou doen als ik dat op dit moment zeg en dat dit haar op lange termijn niet zou helpen.

Ik wil als moeder natuurlijk zeggen dat ze waardevol is, hoe bijzonder. Maar dat heb ik al heel vaak gezegd op rustige momenten en zal ik haar nog oneindig vaak zeggen. Nu zou ik het zeggen, omdat ik haar pijn in dit moment niet wil, eigenlijk niet aan kan. En wat voor boodschap geef ik haar daarmee? Dat deze emotie te zwaar is, ook voor haarzelf.

Dit zal niet de laatste keer zijn dat ze zich zo zal voelen. Dus mijn werkelijke taak is haar nabij zijn, zodat ze vertrouwt dat ze dit gevoel kan dragen. En dat ze tegelijk op een diep niveau weet dat ze waardevol is.

Ik ben dus stil en laat haar voelen. Dat zware. En ben bij haar.

In de stilte dring bij mij door hoe mooi ze het formuleerde. Ze was niet stellig en betrok het waardeloze niet op haar als persoon. Ik check dat even: ‘wat als we het echt waardeloos vinden?’.

‘Dat vind ik niet leuk’.

‘Zou jij dan minder waardevol zijn, of zouden we minder van je houden?”Nee!’, wel stellig nu.

‘Kun je dat naast dat pijnlijke gevoel voelen in je lichaam?’

‘Ja, dat past wel.’

Nu alles er mocht zijn, ze mijn vertrouwen mee kon krijgen dat ze dit aan kan en ze overtuigt is van haar eigenwaarde, zeg ik ‘ik geloof niet dat we het waardeloos vinden. Zullen we daar straks met papa nog even op terugkomen?’. Dat vindt ze fijn en met een lach draait ze zich naar haar bord.

Ik schrijf na het eten een blog 🙂


***Veerkracht in alledaagse momenten en hoe yoga werkt. He? Yoga is toch voor flexibiliteit, tot rust komen en fancy leggings op de mat? Nee dus!

Het gaat over innerlijk observeren, bewustzijn, ontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk lekker groots en vaag, daarom deel ik concrete momenten waarin ik heb ervaren dat yoga me heeft ondersteund om daar te komen waar ik ben. En om vele kleine andere keuzes te maken, met grote impact. De oefening op het yogapad helpen om de richting van mijn wijze lichaam te horen, om te vertrouwen, intuitie ruimte te geven en levenslustig te bruisen en ontdekken.

Als je op een stukje van dit opvoedpad graag een reisagent hebt, you know where to find me !

Is hoogsensitiviteit overprikkeling?

Ik ben hoogsensitief, want ik kan de hoeveelheid prikkels in deze maatschappij niet aan!”

Dat klinkt als een logische conclusie. En haast vaststaand, dat er niets anders te doen is dan dit feit maar accepteren. Is het ook kloppend als we kijken naar wat er inmiddels wetenschappelijk bekend is over hoogsensitiviteit? Of hebben we het hier over twee verschillende dingen? En wat is het nut om je te verdiepen in hoogsensitiviteit of emotionaliteit?

De bomen en het bos: hoogsensitief, hooggevoelig, prikkelgevoelig, overprikkeld

Laten we eens op onderzoek gaan en beginnen met de termen. In Nederland worden de woorden hoogsensitief en hooggevoelig door elkaar gebruikt. De Engelse populaire term hiervoor is High Sensitive Person (hsp), waar de wetenschap spreekt over Sensory Processing Sensitivity (SPS). In Belgie kiest professor van Hoof evoor om hoogsensitief en hooggevoelig als twee verschillende zaken te definieren. Dat maakt het soms wat verwarrend. In dit blog kies ik voor hoogsensitief, waar ook HSP, SPS (of in Nederland: hooggevoelig) kan staan.

Kort door de bocht zou je hoogsensitief kunnen lezen als een combinatie van diepgaande verwerking en omgevingsensitiviteit.

Het ‘Belgische hooggevoelig’ heeft te maken met prikkelgevoelig zijn, snel last hebben van zintuigelijke prikkels (licht, geur, labeltjes in kleding, externe stimuli), emotionaliteit door overprikkeling en het gemak waarmee je mentaal overweldigd raakt.

Hoogsensitiveit, een aangeboren positieve eigenschap

Hoogsensitiviteit is een aangeboren eigenschap, waarvan de afwijkende breinwerking is gezien op hersenscans. Je bent meer zelfbewust (voor de liefhebber: onderzoekers vonden een actievere Precuneus, waar het vermogen voor zelfreflectie en zelfbewustzijn zetelt), neemt meer nuances waar en verwerkt (zintuigelijke) prikkels grondiger (er zijn meer hersengebieden betrokken). Je wordt geraakt door subtiele en positieve dingen in het leven, zoals muziek, kunst en lekker eten. Je bent nieuwsgierig en empathisch. Het sterk geraakt worden geldt ook voor de ‘moeilijke’ emoties zoals afwijzing, schaamte, angst, overweldiging in het leven.

Uit onderzoek blijkt dat een hoogsensitief persoon meer hersteltijd nodig na afloop van taken/bezigheden. Kort geinterpreteerd: overprikkeling kan een gevolg kan zijn van hoogsensitiviteit, maar dat hoeft niet. Uit ander onderzoek blijkt dat een (positieve) omgeving meer invloed heeft op een hoogsensitief persoon, dan op de minder sensitieve persoon. De hoogsenstieve persoon kan in een positieve omgeving volledig tot bloei komen en volop van het leven in alle nuances genieten.

Emotionaliteit en prikkelgevoeligheid

Prikkelgevoeligheid op zichzelf kan hele andere oorzaken hebben, zoals trauma of een stoornis in het autisme-spectrum. Een getraumatiseerd persoon laat ook kenmerken zien als overalertheid, schrikachtig, moeilijker grenzen ervaren en/of aangeven, of emoties van anderen moeilijk kunnen onderscheiden van de eigen emotie. Daarnaast kan een persoon met trekken van autisme zeer overprikkeld raken van kleding, ruzie, lawaai of hitte en kou. En natuurlijk zal ook iemand die ver voorbij de eigen (prikkel)grens is doorgegaan, overprikkeld zijn. Emotionaliteit door overprikkeling heeft aandacht nodig. Het kan bij gebrek daaraan leiden tot een constante staat van stress en een voortdurend overweldigd voelen door de eisen van een hectische maatschappij. Soms lukt het niet om zonder hulp uit de overweldiging te komen en is er professionele hulp nodig.

Heb je als hoogsensitief persoon iets te leren?

We zagen al dat de kern van hoogsensitiviteit een kwaliteit is én tegelijk dat een hoogsensitief persoon meer prikkelgevoelig is, door het zien en voelen van vele nuances en de diepgaande verwerking ervan. Dat betekent ook dat je als hoogsensitief persoon voortdurend overprikkeld kan raken als je je eigen sensitiviteit niet kent, niet geoefend hebt met grenzen en afwijken van de meerderheid, of niet geleerd hebt hoe ‘goed voor jezelf zorgen’ er dagelijks uitziet, op de lange termijn. Herken je dat?

Het is belangrijk te leren wanneer het nodig is je even terug te trekken uit de drukte en hoe op tijd een rustdag in te plannen. Maar gezien je omgevingssensitiviteit ook, hoe je omgeving invloed op je heeft en hoe een veilige omgeving voor jezelf te creeeren. Ontdek en expirimenteer om te leren hoe jij het beste ontprikkelt en energie krijgt en tot slot heel belangrijk: hoe je kan oefenen in veerkracht. Zeker in deze snelle en overvloedige samenleving. Het kennen van je eigen brein en je (andersoortige) behoeften steunen je om zorgvuldig met deze bijzondere eigenschap te leven en er vooral van te genieten.

Uiteindelijk gaat het niet over ‘termen’, maar over jou: wat jij nodig hebt en de wereld te geven hebt.

 

Eigenwijs in Evenwicht biedt lezingen, workshops en begeleiding op het sensitieve pad 

Ik wil niet meer bij jou wonen: systemisch kijken deel 2

De opleiding trok me tweeledig: zowel professioneel als in mijn persoonlijke proces en specifiek nu voor mijn gezondheid. De ziekte die plots heftig langs kwam, ontregelde mij en ons gezin al een jaar. Naast alle artsen die ik zag, voelde ik aan dat er vanuit een systemische blik inzichten konden komen. Op oude patronen die mogelijk mede oorzaak waren dat de ziekte zijn kans kreeg. Dus ik volgde (aangepast aan mijn toenmalige gezondheidsituatie en beperkingen) de opleiding tot opsteller. Professioneel zou ik als coach vanzelfsprekend ook nieuwe inzichten en vaardigheden opdoen.

Mijn intuitie bleek terecht. Wat een reeks van krachtige momenten! Veel verder dan woorden gaan de beelden en de helende bewegingen. Toch heb ik nu niet zoveel meer dan woorden om er iets over te zeggen. Er kwam een blogserie over de impact van deze opleiding en het systemisch coachen. De toevoeging van de systemische laag bracht moois voor mij als sensitief mens en voor degenen die ik mocht begeleiden. Dat het verder mag inspireren!

Deel 2

“Ik wil niet meer bij jou wonen!”

Die zin heb ik eerder te horen gekregen. Nu zegt de jongste het als vijfjarige. Dezelfde woorden als oudere zus drie jaar geleden. Ik voel een andere lading. Ze zegt het niet boos of verdrietig zoals zus toen. Ik slik toch even en vraag dan waar ze wel wil wonen.

‘Ik wil ook niet bij papa. Opa’s, oma’s of tantes wonen. Ik wil nergens wonen.’
Wil je bij jezelf wonen?
‘Ik wil nergens wonen, ook niet bij mezelf.’
Wat betekent dat?
‘Dat ik niet wil leven’.
Oef, ik slik nog maar eens. Ik weersta de neiging om het af te doen en te zeggen dat wel overgaat of dat het leven toch leuk is. Op de vraag waar ze niet wil leven, antwoord ze het niet te weten. Waar ze wel zou willen leven dan? Als ze onder het bed wijst, vraagt ik wat daar fijn is. Misschien het donker of ongezien zijn. Ik zie haar denken en ik blijf verder stil.

Gedachten gaan door me heen.
Wat maakt dat ze dit zegt? Wat kan ik doen? Fijn dat ze het zegt. Ik zou willen dat ze wil leven. Komt het door India? Door de zwaarte die we soms voelen in het wennen? Maar ik laat ze allemaal weer gaan. Die gedachten hoef ik niet te geloven. Ik hoef alleen maar bij m’n meisje aan haar gevoel te zijn.

Na een hele tijd kijkt ze op. ‘Ik wil dat jij en papa niet boos doen tegen mij’. Liefje, dat zou je fijn vinden he. Zou je dan willen leven? ‘Het is eigenlijk niet waar, dat ik niet wil leven’. Ik knuffel haar en vraag of hoe het kwam dat ze dat zei. Die vraag is door haar (natuurlijk) niet te beantwoorden.

Systemische invalshoek: iedereen heeft een plek en hoort erbij
Ik pak opstellingen poppetjes en laat haar een poppetje voor zichzelf en een poppetje voor het leven kiezen. Ze kiest een enorm groot leven en zet zichzelf tegenover het leven. Ze voelt zich stevig, zegt ze. Langzaam laat ik haar meer kiezen. Papa en mama. Zelf wil ze zus, oma en haar broertje er ook bij.

Ze was bij aanvang deel van een tweeling, zagen we op de eerste echo. Het andere deel bleek een ‘vanished twin’. Maar zij heeft sterk het gevoel van verbondenheid, al vanaf heel jong. Ze is ook overtuigd dat het een broertje was. Nu moet hij dus in het veld. Dicht bij haar. Ze kiest een piepklein popje.

Tegen het einde blijkt er ‘iets’ bij het broertje te horen staan. Ze kiest er een poppetje voor.  ‘Dood, misschien’, denkt ze. Ineens raakt het beeld haar. Ze valt in tranen op bed. Ik pak haar op en samen kijken we naar het veld waar alles staat. Ik zeg dat iedereen en alles erbij hoort. Ook verdriet. Dan komt ze overeind en wil ook verdriet een plek geven, dan ook blijheid en boosheid. Ze kijkt en voelt. Ze zet zichzelf nog even anders neer, zodat ze ‘alles en iedereen kan voelen’.

Het leven staat vlakbij het poppetje dat haarzelf representeert en is als enige onberoerd. Het Isha-popje kijkt nog steeds naar het leven.

Het complete leven
Als ze de poppetjes opruimt, blijven zijzelf, broertje en het leven als laatste staan.
Dan pakt ze ook die op. Het is goed. ‘Zo is het fijn om te leven, mama’ en ze loopt naar haar stiften om verder te kleuren.

Wat er nou precies is veranderd, weet ik niet. Het gesprekje samen was fijn. Ze voelt zich gehoord met alles wat er bij haar is. En ik? Ik ben gelukkig met haar.
Augustus 2017

Sterven doe je niet ineens

De adem stokt in mijn keel van de tranen die daar klem zitten. Ik zit op mijn stapelbed met mijn benen over de rand. Met alle macht hou ik me overeind en maak geen geluid. Mijn moeder roept iets over de kleren die ik morgen aan moet. En de kamer moet opgeruimd. Mijn opa is vandaag gestorven.

De vader van mijn vader. Hij was oud. En ziek. Maar ja, dood? Ik ben een jaar of 10 en heb behalve met huisdieren en kennissen van mijn ouders nog niet eerder de dood dichtbij meegemaakt. Dat zal ook deze keer niet echt gebeuren. Ik merk aan alles dat het nu niet de tijd is om iets aan mijn ouders te vragen. Ook niet om te zeggen hoe geschokt ik ben en bang en verdrietig.

Ik draai me van de deur weg als ik voetstappen hoor

De tranen lopen over mijn gezicht en ik wil niet dat hij dood is. Maar de gewone dingen gaan door: iemand doucht, mijn ouders maken ruzie, mijn zusje loopt naar boven. Als iemand mijn kamer inloopt en me iets vraagt doe ik alsof ik al slaap om tijd te rekken. De vraag wordt herhaalt. Ik veeg tranen weg, knijp in mijn wangen zodat niet alleen mijn ogen rood zijn, en richt me maar half op. Kortaf geef ik antwoord en ga weer liggen met mijn gezicht naar de muur.

Ik vraag me af hoe het voor mijn vader is, dat hij geen vader meer heeft. Ik denk dat mijn moeder blij is van de zorg af te zijn. Ik hoor dat ze probeert aardig tegen mijn vader te praten. Zou hij pijn gehad hebben?

Ik hoor blijkbaar geen verdriet te hebben, dat heeft verder ook niemand in huis. Alles gaat door alsof er niemand dood is. Geen tranen, geen gesprekjes, geen stilstaan met een tekening of gedicht.

Op de rouwkaart komt later een gedichtje van Toon Hermans

Sterven doe je niet ineens,
maar af en toe een beetje
en alle beetjes die je stierf
’t is vreemd, maar die vergeet je
Het is je dikwijls zelfs ontgaan
je zegt: ik ben wat moe
maar op ’n keer dan ben je aan
je laatste beetje toe.

Ik lees en herlees het. Het is intrigerend, ik verhoud me er steeds iets anders toe. De maanden en jaren gaan voorbij. Dat gedichtje draag ik altijd bij me.

Dit overlijden is ook het startmoment voor het lezen van rouwadvertenties. Ik zit elke dag achter de bank met de krant op de grond en lees alle overlijdensberichten. Elk detail. De leeftijd, wie er achterbleef, hoe oud de achterblijvers waren, hoe lang boven de grond, en wat voor begeleidend tekstje erbij gekozen is. Soms kom ik hetzelfde gedichtje als bij opa tegen. Ik voel verdriet voor de nabestaanden. De tranen lopen uit mijn ogen. Als ik voetstappen hoor, sla ik de krant open op een andere bladzijde. Zo ben ik elke dag even alleen.

En sterf ik af en toe een beetje, maar zonder te vergeten.

Herken je hier elementen uit? Wil je dat anders voor de komende generatie?
Hoe kun je een kind begeleiden in zo’n proces? Wat kan het een gevoel van steun geven?
De workshop “Rouw en Verlies bij kinderen: bewust omgaan met de dood” biedt handvatten en is tevens een mooi moment voor erkenning van delen in jezelf. Zie hier voor data en informatie.